Nederlanders krijgen de komende jaren vaker te maken met stroomuitval, waarschuwt Enexis. De netbeheerder vreest vooral zeer koude winterdagen. Dan kan de elektriciteitsvraag zo groot worden dat het bedrijf een deel van zijn klanten preventief enkele uren in het donker moet zetten.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Ongenaakbaar steken de metershoge transformatoren af tegen de loodgrijze hemel. Zachtjes brommend zetten deze reuzen hoogspanning om in een lager voltage elektriciteit die via armdikke, ondergrondse kabels de wijken in stroomt, op weg naar bedrijven en huishoudens.
Heel Nederland staat vol met transformatorstations als dit hier in Den Bosch. Aan niets valt te merken dat veel van de apparatuur op deze plekken tot de grens van haar kunnen wordt belast, en soms eroverheen. Dan leveren de transformatoren een hoger vermogen dan de fabrikant als maximum heeft opgegeven.
Is er een wondermiddel te vinden voor de verlammende files op het stroomnet? Netbeheerders denken van wel: een eenvoudiger stroomcontract.
Dit zwaarder belasten gebeurt noodgedwongen. De vraag naar elektriciteit groeit op sommige plekken zo hard, dat netbeheerder Enexis het niet meer kan bijbenen met de aanleg van nieuwe transformatoren en kabels.
De druk is vooral toegenomen in een aantal wijken waar de laatste jaren veel warmtepompen en elektrische auto’s zijn aangeschaft. Die veroorzaken met name op zeer koude dagen een enorme piekvraag: als bewoners thuiskomen, de verwarming inschakelen en hun auto aan de lader hangen.
Om in deze gebieden op momenten van kou genoeg stroom te kunnen leveren, zegt Enexis zijn installaties nu zwaarder te belasten. Het laat sommige transformatoren en elektriciteitskabels draaien op 120 tot zelfs 140 procent van hun beoogde maximale vermogen.
Dit vergroot de kans op storingen, weet Enexis, maar de netbeheerder zegt dit risico bewust en gecontroleerd te nemen – ook op verzoek van klanten en de politiek, die recentelijk meermaals heeft verklaard dat netbeheerders wel wat minder prudent mogen worden.
‘Tot nu toe stonden leveringszekerheid van elektriciteit en veiligheid bovenaan ons lijstje’, zegt Jeroen Sanders, die bij Enexis verantwoordelijk is voor de energietransitie. ‘Dat is nog steeds zo, en daar is risicomanagement bij gekomen. Door wat meer risico te nemen, willen we gehoor geven aan de roep vanuit de samenleving.’
Door de apparatuur zwaarder te belasten dan de fabrieksnorm, worden klanten nu nog altijd voorzien van stroom. Maar de kans op storingen wordt zo wel groter, waarschuwt Sanders.
De netbeheerder stuit hierbij op een dilemma. ‘In de politiek klinken geluiden als: hoe erg is het als de klant twee of drie keer per jaar een dagdeel zonder stroom komt te zitten, als we hiermee meer mensen en bedrijven kunnen aansluiten op het stroomnet’, zegt Sanders. ‘Maar we zijn hier heel terughoudend in. We weten dat zelfs een kleine stroomstoring maatschappelijk zeer ontregelend kan zijn.’
Denk aan bedrijven die hun bederfelijke waar moeten weggooien na stroomuitval. Of apparatuur die de geest geeft als plotseling de elektriciteit wegvalt. En burgers die letterlijk in de kou komen te zitten.
Het is niet zo dat er paniek is uitgebroken in de regelkamers bij de netbeheerder en dat het stroomnet nu op onverantwoorde wijze wordt belast. Nederlanders hoeven ook niet meteen te vrezen dat ze hierdoor morgen in het donker komen te zitten. Maar de kans wordt wel groter, zegt het bedrijf.
Gelukkig zijn er ook meer mogelijkheden om problemen te voorkomen, zegt Maarten Noom, directeur netstrategie bij Enexis. Onder meer omdat Enexis steeds beter inzicht heeft in de belasting van zijn stroomnet, dankzij investeringen in sensoren en software die kabels en transformatoren in de gaten houden. Hierdoor ziet het bedrijf vroegtijdig waar het mis dreigt te gaan – en kan het maatregelen nemen.
Niettemin zoekt Enexis het randje op van wat mogelijk is. Door extra stroom door zijn installaties te jagen, worden vooral de transformatoren veel warmer. Hierdoor slijten ze sneller. Om te voorkomen dat de ‘trafo’s’ te heet worden, grijpen de technici van de netbeheerder terug op een ogenschijnlijk simpele oplossing: het plaatst extra ventilatoren om ze te koelen.
‘Een voordeel is dat overbelasting zich vaak voordoet op dagen dat de temperatuur lager is’, zegt Noom. ‘Daardoor kun je dus ook makkelijker koelen. Hoe ver we hierbij kunnen gaan, onderzoeken we nu.’
Het ‘laten zweten’ van de apparatuur kan niet overal. Op sommige grondstations staan trafo’s van veertig jaar oud, die minder kunnen hebben dan nieuwere componenten. Momenteel telt het netbedrijf een handvol grote transformatorstations die in de gevarenzone zit. Welke dat zijn, wil Sanders niet zeggen ‘om geen onnodige paniek te zaaien’.
‘Maar dit aantal zal de komende jaren niet afnemen’, waarschuwt Noom. Enexis breidt de capaciteit op deze stations als eerste uit, maar het bedrijf denkt hiervoor enkele jaren nodig te hebben.
De netbeheerder, die actief is in Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg, wil ook verplaatsbare grote accu’s gaan huren. Die kunnen tijdelijk bijspringen bij transformatorstations waar de stroomvraag de maximale capaciteit dreigt te overschrijden.
Het bedrijf ziet de piekvraag jaar op jaar groeien. Bij grote klanten heeft Enexis hier nog enige vat op en kan het hen vragen de afname soms tijdelijk te temperen.
Zorgen zijn er vooral over de groei bij kleinverbruikers, de consument. ‘Die hebben we niet in de hand’, aldus Sanders. Burgers kopen, buiten het directe zicht van netbeheerders, e-auto’s en warmtepompen en elektrische kacheltjes die ingeschakeld worden als de warmtepomp tijdens strenge vorst de woning niet voldoende warm krijgt.
Dit veroorzaakt enorme piekvragen op het stroomnet. Sanders maakt zich hierover zorgen: ‘We zien dat bepaalde transformatorstations ’s winters soms aan de grens komen van hun capaciteit, zelfs als we ze laten zweten.’
Hij ziet deze kritieke grens de laatste anderhalf jaar steeds vaker in zicht komen en vreest dat deze de komende jaren, mocht zich een extreem koude periode voordoen, overschreden wordt. Dan zal de stroom in sommige regio’s enkele uren uitvallen; ofwel doordat installaties ‘eruit klappen’, ofwel doordat het bedrijf gebieden bewust tijdelijk van het net haalt, om te voorkomen dat grote delen van het land zonder elektriciteit komen te zitten.
Het aantal storingen door overbelasting loopt nu al op, al benadrukt Enexis dat de leveringszekerheid nog altijd groter is dan 99,99 procent. ‘We willen stroomuitval te allen tijde voorkomen, en we hebben dit nog niet meegemaakt. Maar de situatie kan zich dus voordoen dat we preventief moeten afschakelen, bijvoorbeeld als de veiligheid in het geding komt.’
Vorig jaar heeft Enexis al enkele keren noodcapaciteit moeten inzetten om in de vraag naar stroom te voorzien. Hiervoor gebruikt het bedrijf de ‘vluchtstroken’, noodverbindingen die tot voor kort alleen werden gebruikt tijdens stroomstoringen of onderhoud. Deze vluchtstroken worden sinds enkele jaren ingezet om tijdens drukte groene stroom van zonneparken te vervoeren.
Dit kan relatief veilig, omdat zonneparken in geval van calamiteiten probleemloos uitgeschakeld kunnen worden. De eigenaar van het zonnepark kan dan enkele uren zijn elektriciteit niet kwijt, maar dat is niet zo’n ramp, aldus Noom.
Maar vorig jaar zijn de vluchtstroken voor het eerst tijdelijk ingezet om aan piekvragen naar stroom te voldoen. Het netbedrijf zegt deze maatregel liever te vermijden, omdat het dan capaciteit gebruikt die eigenlijk bedoeld is voor noodgevallen. Maar zonder deze ingreep had het nu al wijken moeten afschakelen en hadden sommige klanten enkele uren zonder stroom gezeten.
Omdat netbeheerders nauwelijks vat hebben op de stroomvraag van burgers, wil Enexis huishoudens actief gaan benaderen als er problemen dreigen. Sanders: ‘Als het koud is en een station staat ergens aan zijn grens, willen we bewoners vragen: willen jullie tussen vijf uur ’s middags en acht uur ’s avonds je e-auto niet opladen?’
E-auto’s vormen volgens hem ‘een serieuze belasting op een tijdstip dat je het niet kunt gebruiken’. Publieke laadpalen op straat kunnen al worden uitgeschakeld of getemperd, maar op privélaadpunten hebben beheerders geen greep.
Het bedrijf overweegt een app te ontwikkelen om hierover met klanten te communiceren. Het Franse energiebedrijf EDF heeft hier enkele jaren geleden positieve ervaringen mee opgedaan, toen in Frankrijk stroomtekorten dreigden wegens onverwachte uitval van kerncentrales.
Of deze benadering hier ook werkt, is onbekend. Maar het bedrijf verwacht dat, mocht zich vanwege de kou ergens stroomuitval voordoen, bewoners meer bereid zullen zijn een volgende storing te helpen voorkomen. Vaak duurt een periode van strenge vorst meerdere dagen, en als je na een storing burgers vraagt hun e-auto even niet op te laden tijdens spitsuur en misschien de warmtepomp een graadje lager te zetten, zullen ze daartoe meer bereid zijn, verwacht de netbeheerder.
Niettemin zegt directeur Noom de komende jaren een strenge winter te vrezen. ‘Als er een Elfstedentocht komt, sta ik uit persoonlijk oogpunt te juichen, maar professioneel gezien wordt dat voor ons spannend.’
Doordat de huidige winter relatief zacht is, zijn er nu nog geen problemen. Maar wat als eind februari de kou alsnog toeslaat en er een Elfstedentocht komt? Sanders is optimistisch: ‘We denken dat we het nu nog droog houden. Dus dan staan we lekker op de schaatsen.’
Ook andere netbeheerders zeggen hun stroomnetten zwaarder te belasten om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen.
Stedin, onder meer actief in onder meer de Randstad en Zeeland, zegt dat het afschakelen van klanten nog niet aan de orde is, al noemt deze netbeheerder de maatregel niet ondenkbaar. ‘We vragen consumenten en bedrijven om minder stroom te gebruiken tijdens piekuren om de druk op het net te verminderen’, laat Stedin weten.
Alliander (onder meer Noord-Holland, Gelderland, Friesland) zegt dat noodgedwongen afschakeling op korte termijn niet aan de orde is. ‘Maar we kunnen het voor de verdere toekomst niet uitsluiten’, aldus een woordvoerder.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant