Home

Fotomuseum Den Haag legt met het werk van vrouwelijke Japanse fotografen een goudader bloot

I’m So Happy You Are Here markeert de zegetocht van deze vrouwen, wier werk in de Japanse cultuurwerk lang is genegeerd. Het hart van de fotoliefhebber springt op bij de aanblik van de veelheid aan stijlen.

is redacteur van de Volkskrant en schrijft over fotografie.

Wie het voorrecht had de tentoonstelling I’m So Happy You Are Here afgelopen zomer op het fotofestival van Arles te bezichtigen, kan nu op herhaling in het Fotomuseum Den Haag. Dat vertoont de expositie met dezelfde foto’s (vanaf 1950 tot heden) van Japanse vrouwen, en bewijst en passant hoe een goede presentatie een tentoonstelling op een hoger plan kan tillen.

Arles presenteerde het werk van de 26 vrouwen in de statige, maar krap bemeten zalen van Palais de l’Archevêché. Den Haag benut twee grote, aan elkaar grenzende ruimten en enkele kleinere. Het geeft de tentoonstelling lucht en elke individuele presentatie de aandacht die zij verdient. Nadeel is wel dat door de gelijkmatige verdeling van de beschikbare ruimte per fotograaf het geheel wat schools oogt.

Goudader

De tentoonstelling, een initiatief van de Amerikaanse uitgever Aperture in samenwerking met Rencontres d’Arles, legt een goudader bloot waarvan het bestaan lang is genegeerd. De Japanse fotowereld dreef van oudsher op de roem van grote mannen als Nobuyoshi Araki en Daido Moriyama.

De fotografie van getalenteerde vrouwen, vaak hun assistenten, werd in de Japanse cultuurwereld afgedaan als girly photos, meisjeswerk dat geen serieuze aandacht verdiende. Een schandelijke tekortdoening. Nog in 1986 zegden Japanse mannelijke deelnemers van een groepsexpositie af toen ze merkten dat er ook vrouwelijke landgenoten waren uitgenodigd.

Veelheid aan stijlen

De tentoonstelling in Den Haag markeert de opmars van de Japanse vrouwen – zegetocht is een betere term. Het hart van de fotoliefhebber springt op bij de aanblik van de veelheid aan stijlen, van gruizig zwart-wit tot verzadigd kleurig experimenteel werk, van documentair tot autonoom en abstract, soms humoristisch en tegelijk kritisch.

Zonder te generaliseren, valt wel te stellen dat de vrouwen zowel met de camera als in de donkere kamer subtieler en bedachtzamer te werk gaan dan de mannen, maar tegelijk minstens zo eigenzinnig. De term delicaat dringt zich op.

Ze leggen daarbij een brede belangstelling aan de dag voor het leven van hun seksegenoten, waar de mannelijke blik vooral uitgaat naar de vrouw als seksueel wezen en lustobject. Opmerkelijk hierbij is de serie van Sakiko Nomura (1967), die juist intieme, melancholische foto’s van mannen tot onderwerp heeft: in zichzelf gekeerd rokend, dromerig op bed.

Wegbereider van de selfies

Het levensgevoel van jonge Japanse vrouwen in de metropool in de jaren negentig wordt prachtig verbeeld door Hiromi Toshikawa (1976). Onder de artiestennaam Hiromix was ze protegé van Araki, een wegbereider van de selfiefotografie, toen ze als tiener haar eigen leven begon vast te leggen met de Konica Big Mini. In verzadigde kleuren en een losse, pretentieloze stijl toont ze haar privéleven, het grotestadsgevoel van uitgaan, winkelen, restaurantbezoek: de hartslag van een jonge generatie.

Het werk uit de jaren zestig van Hitomi Watanabe (1943) echoot nadrukkelijk de sfeer van de (mannelijke) Provoke-groep, met haar aandacht voor de heftige studentenprotesten die Japan overspoelden. Maar ze heeft een heel eigen kijk op die protesten. Ze fotografeert een zaaltje op de campus waar een net beschilderd spandoek ligt te drogen – een stille voorbode van het rumoer straks op straat.

Mooi is ook het stilleven met een smoezelig vaasje, een draadtelefoon, een bekladde muur en een pak wasmiddel. Op een interessante manier weerspiegelt zo’n rommelig, intiem beeld het anarchistische studentenleven meer dan luidruchtige straatprotesten.

Onthullend en moedig, zeker gezien de periode van totstandkoming, kort na de Tweede Wereldoorlog, zijn de foto’s van Toyoko Tokiwa (1930-2019) over sekswerkers in Yokohama, die in Japan gelegerde Amerikaanse soldaten ‘bedienden’.

Bijzonder hoe Tokiwa het vertrouwen van de vrouwen wist te winnen en hun onderlinge saamhorigheid, maar ook de ruige omgang met de militairen, vastlegde. Haar werk werd gepubliceerd met de veelzeggende titel Gevaarlijke giftige bloemen.

Transitie

Naast intrigerende experimenten met plastic materiaal en gekreukeld glimmend papier van Eiko Yamazawa (1899-1995) springt ook het werk eruit van Momo Okabe (1981), die met kleurenfilters generatiegenoten in transitie toont, met littekens en verband op de helende wonden. Moeilijk om naar te kijken, tegelijk getuigen die foto’s van de bevrijding die een transitieoperatie kan betekenen.

De zelfverzekerdheid waarmee trans personen hun leven een eigen wending geven, is ook terug te zien bij de honderden zelfportretjes van Tomoko Sawada (1977) die, poserend in fotohokjes die telkens vier snapshots uitspugen, zichzelf in talrijke hoedanigheden presenteert.

Met pruiken, brillen, kleren en sieraden speelt ze, als een Japanse Cindy Sherman, telkens een andere rol, maar met haar eigen persoonlijkheid, en die steeds soevereine blik, toch vooral zichzelf. Alsof ze zegt: niemand anders dan ikzelf bepaalt wie ik wil zijn. Mooi symbolisch voor de eigengereidheid van alle in Den Haag gepresenteerde vrouwen.

I’m So Happy You Are Here

Fotografie
★★★★☆

Japanse vrouwelijke fotografen van de jaren ’50 tot nu.

Fotomuseum Den Haag, t/m 5/5.

Gelijknamig, Engelstalig boek. Aperture; 440 pagina’s; € 75.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next