Het is vroeg op de zondagochtend. De snelwegen zijn leeg. Mensen slapen nog, of liggen in bed. Ze dopen hun croissant in hun koffie en lezen het stuk krant dat ze voor vanochtend bewaard hebben. Ouders staan in een kantine waar het ruikt naar oud frituurvet en filterkoffie en kijken uit het raam naar hun kinderen op de sportvelden. En ik. Doe de wave.
De wave.
Er zijn heel veel dingen die mensen je niet vertellen over het ouderschap, maar dat ik ooit vroeg op een waterkoude zondagochtend in januari in de Rai zou staan tijdens Jumping Amsterdam en daar zou meedoen aan de wave, had ik nooit kunnen bevroeden.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
(Ik bedoel, de wave, jezus.)
Vanochtend zijn we om half 7 opgestaan, zodat we op tijd waren voor de Britt & Friends Kinderochtend. Dat is een speciale ochtend van Jumping Amsterdam (een soort Huishoudbeurs, alleen dan met paarden). We zochten onze plekjes op de tribune aan de lange zijde, gingen zitten en keken uit over de piste, die in mysterieus paars (paars, paard, haha) licht gehuld was.
Het openingsprogramma was een estafetterace van shetlanders met daarop kleine kinderen, die luid werden aangemoedigd door een enthousiaste vrouw die in een microfoon schreeuwde. Voorts keken we naar iets oudere ruitertjes die met hun pony’s over hindernissen sprongen. Mijn dochters leken niet onder de indruk. Ze rijden liever zelf op een paard.
Ik probeerde ondertussen de namen van de paarden te onthouden: Storm, Enjoy, Starlight Texas van de Goorhoeve, Gruyter’s Bruno Mars. Bij paardennamen is alles geoorloofd. Van voorwerpen tot werkwoorden tot dubbele voor- en achternamen. Je zou een paard Channing Tatum Dagelet kunnen noemen en niemand zou een wenkbrauw optrekken.
Enthousiaster werden mijn dochters van een jumpclinic van Kristy Snepvangers, een paardeninfluencer die, volgens haar website, ‘al op jonge leeftijd het paardenvirus heeft meegekregen’. Dus dan weet je het wel. Het slotstuk, tevens hoogtepunt, zou komen in een tweekoppige vorm van Britt Dekker en Denise Zeinstra, die de paarden George en zijn kleine broertje Titan bereden in een zogenaamde pas de deux.
Maar wacht, nu loop ik op de feiten vooruit. Want eerst, terwijl de piste in orde wordt gemaakt, vraagt de omroeper of het publiek een wave wil inzetten. En als je naast je twee dochters zit, die deze ochtend oog in oog staan met hun idolen, ga je niet als enige heel hard roepen: ‘Nee, dat wil ik niet, ik wil dat je oprot met je wave.’
Aan de korte zijde gaan de armen al in de lucht. Er is geen ontkomen meer aan. Daar komt ie. Ik gooi mijn armen omhoog, mijn dochters doen het ook. Ze lachen. Ik lach. Het was verrassend leuk. ‘Nog een keer?’, vraagt de omroeper. Ja!
Zondagochtend. De wave. Wie ben ik in godsnaam?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant