Je hebt mensen die dagelijks knarsetandend de ‘verwording’ van onze taal vaststellen en woedende ingezonden brieven schrijven met voorbeelden. ‘Zich beseffen’, ‘zich irriteren’ – héél erg. Of ‘die mooie meisje’ en ‘prettige weekend’. Het ingesleten ‘me moeder’ en ‘ik ga naar werk’. Ze doen de zelfbenoemde taalkenners pijn aan de Nederlandse oren. Ze constateren dat onze taal steeds slonziger wordt gebruikt. Onderwijs, doe er wat aan!
Het geklaag over taalverloedering door zich beschaafd achtende lieden is zo oud als de standaardtaal, die in de loop van de vorige eeuw de norm werd. Rond 1960 was zogeheten ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’ de taal van het onderwijs, de overheid, van radio, tv en krant. Er bestond een scherpe scheidslijn tussen goed en fout, in spelling, grammatica en uitspraak. Taalkundigen waren er snel bij om dat ‘beschaafd’ te schrappen. Want dialectsprekers en tweedetaalverwervers zijn toch niet onbeschaafd?
Ik studeerde Nederlands in de tweede helft van de jaren zeventig. Onze hooggeleerde docenten taalkunde bleken ruimdenkender dan de schande-roepers. Taalvariatie, leerden we, is een natuurlijk verschijnsel, de taal verandert voortdurend. Ik vond het een verfrissend inzicht: afwijkend taalgebruik is een teken van rijkdom, niet van taalarmoede.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
We spreken niet meer zoals in de middeleeuwen. We schrijven niet ‘den mensch’. Standaardtaal is slechts een afspraak, waarbij de taal wordt vastgelegd zoals die op zeker moment door veel mensen wordt gebruikt. Levende taalgebruikers maken de taal. Maar welke consequenties heeft die bloeiende taalvariatie voor het onderwijs? Moet je kinderen laten praten en schrijven zoals ze willen en zoals ze dat thuis doen? Of moet je ze de regels van het Standaardnederlands bijbrengen? Het zijn twee ‘scholen’. Ik merk dat ik er zo’n beetje tussenin zit.
Ik las een kop in de Volkskrant, boven een interview met taalkundige Kristel Doreleijers: ‘Taal is voortdurend in beweging, zeker bij jongeren. Een pleidooi voor lossere regels’. Het eerste is volkomen waar, maar volgt daaruit het tweede? Uit het interview met Doreleijers, die onderzoek doet naar taalvariatie en jongerentaal, blijkt trouwens nergens dat zij ‘lossere regels’ wil. Ze pleit terecht voor ‘oordeelloosheid’ bij taalvarianten. ‘Jongeren kiezen de taal die ze spreken door hun keuze voor de groep waar ze bij willen horen’, zegt ze. Dat is fascinerend, maar impliceert niet dat regels wel losser kunnen.
Standaardtaal is nog altijd nuttig. In die taal kunnen we elkaar allemaal, ongeacht herkomst of accent, begrijpen. Er zit ook een snobistisch kantje aan. ‘Als je goed bent in de standaardtaal, sta je hoger op de maatschappelijke ladder’, zegt Doreleijers. Ze heeft gelijk. Maar het omgekeerde is ook waar: mensen worden gediscrimineerd om hun woordkeuze, hun accent en grammatica. Het taalgebruik kent kleine, geniepige signalen waarmee mensen ongewild hun sociale of geografische herkomst onthullen. Ze worden lager aangeslagen en dommer gevonden, bij hun studie, door stagebegeleiders, werkgevers en zorgverleners. Dat is onrechtvaardig en gemeen, maar onuitroeibaar.
Even onuitroeibaar is de oprukkende lidwoordloosheid, het verdwijnen van het onzijdig lidwoord ‘het’ en van het woordje ‘er’: ‘Bemoei je niet mee’, ‘Ik stoor me aan dat’. Jongeren weten volgens Dorleijers heus wel dat het ‘dat huis’ is, maar kiezen onderling voor ‘die huis’. Ik betwijfel eerlijk gezegd of ze dat allemaal weten; ik hoor ook ‘het consequentie’ en ‘het urgentie’. Sommige taalgebruikers verkeren in taalverwarring, en worden daarop afgerekend.
Laat iedereen thuis en onder vrienden praten in groepstaal of dialect, maar leer kinderen op school vooralsnog de standaardtaal, en goed ook. Dat vereist een kolossale inspanning en is soms stomvervelend, maar je hebt er levenslang voordeel van.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant