Home

Samah Alashi over de terugkeer naar Gaza-Stad: ‘Het voelde alsof mijn hart het zou begeven van alle emoties’

Samah Alashi (43) keerde maandag terug naar Gaza-Stad. Wat ze daar aantrof? ‘Ik herkende niets van de straten en huizen.’

‘Om 6 uur vanochtend gingen we lopen; ik met mijn drie zoons, mijn dochter en nog wat familie en buren. We besloten elkaars handen vast te houden, we waren bang in de chaos elkaar kwijt te raken. Voorop en achteraan liepen vier jonge mannen, zo bleven we als groep bij elkaar.

Samah Alashi (43) vertelt vanuit haar huis in Gaza-Stad aan de telefoon over de reis die ze maandag heeft afgelegd naar haar huis, de plek die ze anderhalf jaar geleden verliet. ‘Vergeleken met andere huizen is het onze godzijdank in veel betere staat. Er komt water uit het plafond en er zijn geen ramen. Maar het staat er nog.’

Zodra ze hoorde over het staakt-het-vuren, wist Alashi dat ze zo snel mogelijk zou vertrekken, weg van die afschuwelijke tent in Al Mawasi waar ze na lange omzwervingen onderdak vond. Toen zij aan het begin van de oorlog besloot weg te gaan uit Gaza-Stad, omdat ze bang was voor de zware bommen, bleef haar man thuis met hun oudste dochter. Haar vertrek naar het zuiden noemt ze haar slechtste besluit ooit. ‘Ik heb diepe spijt. Want de oorlog en de vernietiging kwamen ook naar het zuiden, ook daar was het vreselijk.’

Gescheiden

Maar ze kon niet meer terug. Israël sloot het noorden af en haar gezin was van elkaar gescheiden. Tot maandag.

‘Ik was werkelijk in schok’, vertelt ze over de tocht naar huis. ‘We wisten dat er veel vernietiging was, maar zoveel... We moesten over brokstukken lopen, zijn een paar keer gestruikeld. Ik herkende niets van de straten en huizen. Alles is veranderd. Ik moest steeds vragen waar we waren.’

Ze had zich deze dag voorgesteld als een heel mooie, gelukkige dag, maar het werd een beproeving. Overal zag ze mensen op de grond zitten die niet verder konden, mensen die uitgeput waren en honger hadden, mensen die zich voortsleepten. ‘De baby die mee was in onze groep, was heel bang en huilde veel. Ik had alleen een stuk cake bij me, dat heb ik aan de baby gegeven. Onderweg was er geen eten te vinden.’

Vlaggen en gezang

Blije mensen zag ze niet op haar tocht. Ook geen mensen met vlaggen en gezang – die er kennelijk op andere plekken wel waren, zo zag ze later op sociale media. Wie ze wél zag op haar route: afgevaardigden van Hamas. ‘Ze waren in uniform en droegen hun groene hoofdband, ze verwelkomden de mensen. Niet iedereen was daar blij mee. Sommigen zeiden tegen hen: we hopen dat dit nooit meer zal gebeuren, dat jullie zoiets nooit meer doen.’

Zelf zei ze niets, maar ze dacht des te meer. Ze was al geen supporter van Hamas en nu is ze dat nog minder. Zij zijn de reden van deze ellende, zegt ze. ‘Ze hebben niet nagedacht over wat 7 oktober teweeg kon brengen voor de mensen. Mijn oom en zijn kinderen zijn ook gedood door wat zij hebben aangericht.’

Ze heeft het gevoel dat er bij haar een wond is geslagen, die nooit meer zal helen. Wat ze heeft meegemaakt de afgelopen tijd is te groot, te veel. ‘Altijd weer die bombardementen, waarvan je ’s nachts wakker lag en je afvroeg: wanneer is het mijn beurt? Als een zoon naar buiten ging steeds die angst: komt hij terug? We hebben zoveel doden gezien, mensen die doden droegen, nee, stukken van lichamen droegen. Die beelden staan als foto’s in mijn geest.’

Haar geluk is nu dat ze met de rest van haar gezin is herenigd. Met haar dochter vooral. ‘Toen ik op weg was, voelde het alsof mijn hart het zou begeven van alle emoties, vooral om haar weer te zien. Ze stond me op te wachten langs de weg. We hebben elkaar een kwartier vastgehouden.’

Nu wil ze vooral slapen en huilen. ‘Morgen sta ik niet op. Mijn voeten kunnen me niet meer dragen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next