Als jarenlange leraar op een middelbare school weet Mark Rutte als geen ander hoe je het slechtste jongetje van de klas moet aanspreken. In Navo-verband heet dat jongetje Spanje, het land dat Rutte maandag als secretaris-generaal van het militaire bondgenootschap bezocht.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Spanje is de Navo-lidstaat die het minst uitgeeft aan defensie als percentage van het eigen bruto binnenlands product (bbp): slechts 1,28 procent, minder dan Slovenië en Luxemburg. Ver weg is het Navo-doel van 2 procent van het bbp, laat staan de 5 procent die president Trump zegt te gaan eisen van Amerika’s militaire bondgenoten.
De opnieuw gekozen president van de Verenigde Staten heeft Madrid in zijn vizier: ‘Spanje zit erg laag’, zei Trump vlak na zijn aantreden in een interview waarin hij Spanje onterecht indeelde bij de ‘Brics’-economieën.
Nu Trump terug is in het Witte Huis en het besef groeit dat Europa niet langer blindelings op de Amerikanen kan rekenen voor de verdediging van het Europese grondgebied, neemt de druk op de linkse regering in Madrid toe om fors meer uit te geven aan defensie.
Rutte, die zelf inmiddels op een norm boven de 3 procent mikt, zal premier Pedro Sánchez maandag een soortgelijke keuze hebben voorgelegd als die hij twee weken geleden in het Europees Parlement schetste: investeer in je leger, doe je dat niet, ga dan de Russische taal leren of ga naar Nieuw Zeeland.
De vraag is hoeveel indruk zulke waarschuwende woorden op Sánchez zullen hebben gemaakt. Juist de afwezigheid van een gevoel van acute nood is de voornaamste reden voor het lage Spaanse defensiebudget.
Tussen Moskou en Madrid ligt een heel continent; achter de besneeuwde toppen van de Pyreneeën wordt het Russische gevaar niet op dezelfde manier ervaren als in Estland, Polen of zelfs in Nederland.
Ook in de vorige eeuw bouwde Spanje geen enorm professioneel leger op. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog was het land geen strijdende partij, al vocht er wel een eenheid van ‘vrijwilligers’ mee aan de zijde van de nazi’s.
Tijdens de Koude Oorlog was het land vooral met zichzelf bezig: eerst als naar binnen gekeerde dictatuur, daarna als prille democratie. Pas in 1982 werd Spanje lid van de Navo. De eigen grenzen werden al die tijd op geen enkele manier bedreigd.
Eenmaal in het trans-Atlantische bondgenootschap lieten zowel linkse als rechtse regeringen na om in defensie te investeren. Rechts heeft nog altijd een vieze nasmaak in de mond van de gevolgen van de Irak-oorlog.
Als wraak voor de Spaanse deelname aan de oorlog in Irak bliezen terroristen van Al Qaida in 2004 meerdere treinen op in Madrid. Die terreurgolf kostte 191 mensen het leven en luidde het einde in van de toenmalige conservatieve regering.
Daarna trok rechts de conclusie dat het bij een al te grote focus op het leger ‘meer te verliezen heeft dan te winnen’, zegt Félix Arteaga, defensiedeskundige bij de Spaanse denktank Real Instituto Elcano.
Links heeft zijn eigen historische redenen voor het verwaarlozen van de Navo-norm. Vooral onder uiterst linkse kiezers – in de huidige regering vertegenwoordigd door coalitiepartij Sumar – is het wantrouwen groot jegens de Verenigde Staten.
De achterban van Sumar beschouwt de Navo als een ‘Amerikaans’ project. Veel uiterst linkse Spanjaarden dragen de Amerikanen nog altijd na dat zij de Spaanse dictator Franco in het zadel hielden. Sumar is tegen het verhogen van het defensiebudget, net als tegen het sturen van (veel) wapens naar Oekraïne.
Zelfs als er een meerderheid in het Spaanse Congres te vinden is voor veel hogere defensie-uitgaven, is het nog maar de vraag of Spanje binnen enkele jaren naar de huidige Navo-norm kan toegroeien – en wel op zo’n manier dat het geld niet wordt verkwist.
Daarvoor is een langetermijnvisie met brede politieke steun nodig, zegt Antonio Fonfría, expert defensie-uitgaven aan de Complutense-universiteit in Madrid. ‘Zo’n visie ontbreekt volledig. Daar is de Spaanse politiek veel te gefragmenteerd voor.’
Premier Sánchez zal zich in zijn gesprek met Rutte hebben verweerd zoals Spaanse politici steevast doen als het over het niet halen van de Navo-norm gaat: door te wijzen op wat het land wél voor de Navo doet.
Zo zijn Spaanse militaire vliegtuigen al jaren actief boven de Baltische staten. Met relatief veel minder middelen doet het land meer voor de alliantie dan sommige andere lidstaten. Bovendien is het defensiebudget wel iets gegroeid: van 0,92 procent van het bbp in 2014 tot de huidige 1,28 procent.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant