‘Ik wilde niet in Brazilië blijven’, zegt mijn collega. Ze komt uit Rio de Janeiro. ‘Als je wordt beroofd of er wordt ingebroken, dan helpt de politie je niet. De politie doet niets. Mijn broer heeft een restaurant en hij moet criminelen betalen om met rust gelaten te worden. En als je niet oplet en in een verkeerde wijk belandt, dan kun je worden doodgeschoten. Ik wilde zo niet meer leven.’
Mijn collega en ik hebben nachtdienst. De dode uren tussen drie en vijf uur zijn aangebroken. Ik ben moe. Ik wil dat mijn collega me een verhaal vertelt, dan blijf ik tenminste wakker. Vertel me in godsnaam over je leven. Waarom wilde je emigreren? Hoe ben je naar Nederland gekomen?
Ze meldde zich aan op een internationale datingsite, vertelt ze. ‘Ik wist niet of ik daar echt een man zou kunnen vinden, maar ik dacht, ik kan er in elk geval Engels oefenen. En het was gratis. Mannen moesten betalen, vrouwen niet.’
‘Wat voor man zocht je eigenlijk?’
‘Een normale man met een baan. Een baan is belangrijk. Hij hoefde niet knap te zijn. Ik wilde liever niet verliefd worden, want als je verliefd bent, doe je onverstandige dingen. Ik zocht geen man om verliefd op te worden. Ik zocht een man om van te houden.’
Ze vond een man, of eigenlijk: hij vond haar, en reageerde op haar profiel. Een Nederlander. ‘Nederland leek me wel een goede keuze. Een vriendin van mij was naar Florida verhuisd en ontsnapte daar maar net aan een orkaan. Daarom keek ik niet alleen naar de criminaliteit en economische omstandigheden van een land, maar ook naar de geologie en het klimaat. Nederland ligt een beetje ver onder de zeespiegel, maar ik las over de Deltawerken en dat gaf me vertrouwen.’
Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik heb veel collega’s met een migratieachtergrond. Op sommige afdelingen waar ik heb gewerkt, waren de collega’s met een migratieachtergrond in de meerderheid. In het verpleeghuis is dat zo normaal dat je er nauwelijks bij stilstaat, totdat iets je eraan doet denken.
Zoals die keer dat het gezicht van mijn Servische collega oplichtte toen een uitzendkracht haar naam in één keer goed uitsprak, wat anders nooit gebeurt. De uitzendkracht bleek ook uit Servië te komen, zelfs uit dezelfde stad, en ze hadden gedeelde kennissen.
Of die keer dat mijn Marokkaans-Nederlandse collega haar huissleutels kwijt was. Tijdens de pauze vertelde ik haar over de heilige Antonius. ‘Hebben jullie in de islam niet ook zoiets?’
Ze sprong meteen op en zonderde zich af om even te bidden. De islam bleek inderdaad ook een passend gebed voor verloren voorwerpen te hebben.
Of wanneer mevrouw Venema (92) zegt: ‘Er was hier vanmorgen zo’n leuk Chineesje, ik knapte er enorm van op.’
In het verpleeghuis hebben we mensen uit het buitenland nodig, omdat er in Nederland te weinig mensen zijn die in de zorg willen werken en er ook blijven werken. Er zijn 16 duizend zorgmedewerkers te weinig in de verpleeghuiszorg, en de verwachting is dat dit aantal over tien jaar is opgelopen tot 80 duizend.
Eerst bezocht haar man haar in Brazilië, en daarna ging mijn collega naar Nederland om hem te bezoeken.
‘Eigenlijk wilden ze niet dat ik kwam.’
‘Wie wilde dat niet? Je man?’
‘Mijn man wilde heel graag dat ik kwam, maar Nederland niet, als land. Toen ik aankwam op Schiphol, werd ik er meteen uitgepikt. Ik moest mee naar een aparte kamer en daar moest ik uitleggen wat ik kwam doen. Ik had 50 euro bij me en dat vonden ze te weinig. Ze wilden mijn man bellen om te checken of mijn verhaal klopte, maar ik kon zijn telefoonnummer niet meteen vinden. Ze wilden me terugsturen. Ik was heel erg zenuwachtig. Ik haalde mijn hele tas overhoop.’
Gelukkig vond ze zijn telefoonnummer. Hij moest bevestigen dat ze bij hem zou verblijven en vooral dat hij haar daarna weer op het vliegtuig zou zetten, terug naar Brazilië. Maar ze ging niet terug: ze trouwden. Nu heeft mijn collega een Nederlands paspoort.
Mijn collega kwam naar Nederland voor een beter leven, en werd iemand van wie we er veel te weinig hebben. 80 duizend te weinig, als we zo doorgaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant