De helft van de Nederlandse veehouders heeft geen geldige natuurvergunning meer door een stikstofuitspraak van de Raad van State uit december. Dat bevestigt de Rabobank na berichtgeving in vakblad Nieuwe Oogst.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Na de uitspraak van de Raad van State op 18 december vorig jaar vreesden betrokkenen direct dat die grote gevolgen zou hebben voor de landbouw en andere sectoren die stikstof uitstoten. Ruim een maand later worden die gevolgen steeds duidelijker. Een ‘eerste, ruwe schatting’ van experts van de Rabobank wijst erop dat de helft van de ruim 33 duizend veehouders in Nederland een nieuwe natuurvergunning nodig heeft, stelt een woordvoerder van de bank.
Dat komt niet alleen door de recente uitspraak. ‘Ook de PAS-melders zitten in het cijfer.’ Dat is een groep van zo’n drieduizend boeren die sinds 2019 al in onzekerheid zitten omdat ze buiten hun schuld geen geldige vergunning hebben.
De bankdeskundigen baseerden hun inschatting op de financieringsaanvragen van veehouders die sinds 2020 bij de bank zijn binnengekomen. In dat jaar werd intern salderen – de procedure waar de uitspraak over gaat – juridisch mogelijk. ‘We hebben een inschatting gemaakt welke van die financieringsaanvragen gaan over projecten waarop intern salderen van toepassing is’, aldus een woordvoerder. De Rabobank is de huisbank van ongeveer driekwart van de Nederlandse boeren en heeft dus goed zicht op ontwikkelingen in de sector.
Ook adviesbureau Flynth stelt tegen Nieuwe Oogst dat de helft van de veehouders door het vonnis in juridische onzekerheid zit. Het bedrijf reageerde niet op een verzoek om die inschatting te bevestigen.
De Raad van State deed een week voor kerst uitspraak in twee zaken, tegen kadaververwerker Rendac en de Amercentrale. Het vonnis betekende een grote verandering in de regels rondom intern salderen, waarbij de stikstofuitstoot van het ene project weggestreept wordt tegen uitstoot van een nieuw project op dezelfde locatie. Zo zou een veehouder een oude stal kunnen slopen om een nieuwe te bouwen of zou een woonwijk gebouwd kunnen worden met de stikstofruimte van de boerderij die daar voorheen zat.
De Raad van State oordeelde in januari 2021 dat intern salderen niet vergunningplichtig is, zolang de totale uitstoot niet toeneemt. Op aangeven van het Europese Hof van Justitie heeft de Raad van State dat standpunt herzien. Ondernemers die intern willen salderen, moeten daar wel degelijk een vergunning voor hebben. Dat geldt ook voor lopende vergunningsprocedures én voor activiteiten die sinds 2020 tot stand zijn gekomen middels intern salderen.
Ondernemers in die laatste categorie krijgen van de Raad van State tot 2030 om hun papieren op orde te krijgen. Na de uitspraak was de grote vraag hoeveel ondernemers dit betreft. Omdat intern salderen niet vergunningsplichtig was, houden provincies en gemeenten hier geen cijfers van bij. De Rabobank is de eerste partij die zijn inschatting publiek maakt.
Het gaat volgens de bank onder meer om veehouders die een emissiearme stal hebben gebouwd. Het is onzeker of ze daar wel een vergunning voor kunnen krijgen. ‘We vrezen dat hierdoor de verduurzaming in de landbouw stopt’, aldus de woordvoerder.
Bij de vergunningsaanvraag mag de ondernemer alsnog de stikstofuitstoot in de oude situatie wegstrepen tegen de uitstoot in de nieuwe situatie. Raoul Beunen, hoogleraar omgevingsbeleid aan de Open Universiteit, verwacht daarom niet dat de vergunningverlening vast hoeft te lopen. ‘Zolang de uitstoot niet toeneemt, kan een vergunning waarschijnlijk wel verleend worden.’
Een mogelijke spelbreker is het zogeheten ‘additionaliteitsvereiste’. Dat houdt in dat de vergunningverlener moet bepalen of de stikstofreductie waarmee een ondernemer wil salderen niet eerst nodig is om de natuur te beschermen. Vanwege de slechte staat van de Nederlandse natuur is dat op veel plekken momenteel het geval.
‘Wat dat in de praktijk betekent voor intern salderen, moeten we nog zien’, zegt Beunen. ‘Alles valt of staat met de vraag of het rijk en provincies nu werk gaan maken van stikstofreductie. Als ze kunnen aantonen dat ze voldoende andere maatregelen nemen om de stikstofdepositie te verminderen, kan op projectniveau worden voldaan aan het additionaliteitsvereiste.’
Voor de bouw en andere sectoren met een relatief lage stikstofuitstoot, hoeft de uitspraak volgens Beunen dan ook geen grote gevolgen te hebben. ‘Zolang er maar een geloofwaardig pakket aan maatregelen komt.’
Het slopen van woonwijken omdat die met terugwerkende kracht niet over een geldige vergunning beschikken, is volgens Beunen ‘om heel veel redenen niet aan de orde’. ‘Zelfs van de PAS-melders is er nog niet één bedrijf gedwongen te sluiten. Het zou heel raar zijn als je concludeert dat je een woonwijk niet kan vergunnen en dus moet afbreken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant