Home

Is het onderwijs zwaarder dan het leger of werken in de verpleging?

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Gemiddeld verdient een leerkracht in het basisonderwijs – vroeger meester of juffrouw genoemd – bruto 6.100 euro per maand. Dat meldde het ministerie van Onderwijs vorige week in de nieuwe campagne Werken met de Toekomst, waarmee de personeelstekorten moeten worden verholpen door onder anderen zijinstromers aan te trekken.

Het genoemde bedrag leidde tot forse kritiek vanuit de sector. Zo is het inclusief de eindejaarsuitkering en het vakantiegeld. En daarnaast is het op basis van een volledige baan. In het basisonderwijs wordt nu eenmaal massaal parttime gewerkt. Niet voor niets, want nergens zijn er zoveel burn-outs als daar.

Vakbond CNV was verbolgen. En in Trouw klaagde een docent niemand te kennen die dat bedrag haalde. Het zou misleidend zijn. Aan de andere kant schreef de Brabantse stand-upcomedian Rob Scheepers ‘bijna spijt’ te hebben ooit te zijn afgehaakt op de pabo. Die vond de excuses van parttime werken en eindejaarsuitkeringen onzin. Er zijn tenslotte nauwelijks tegelzetters of vrachtwagenchauffeurs die parttime werken. ‘Toen ik zelf nog op de basisschool zat, waren er zes onderwijzers voor zes klassen. En zij waren er elke dag’, schreef hij in het Brabants Dagblad.

De telgen van de babyboomgeneratie, die in de jaren zestig en zeventig hun vaders nog zagen buffelen in de fabriek of op het land, kozen massaal voor een baan in het onderwijs. Tien weken vakantie per jaar in plaats van de drie weken die destijds in andere cao’s werden vergeven. En het bood een keurig salaris.

Daarnaast had het vak van onderwijzer maatschappelijk hoog aanzien. Op de lijst van beroepen met de meeste status stond de onderwijzer in 1982 op nummer 17, ex aequo met een kolonel in het leger – de hoogste rang na generaal. Een onderwijzer was een notabel, kortom de ideale schoonzoon.

In de jaren tachtig veranderde dat toen Wim Deetman als minister van Onderwijs de salarissen begon te korten. Tegelijkertijd stegen de salarissen in andere beroepen, net als de vrije tijd.

En ook het plezier in het werk werd minder door de toenemende mondigheid, niet zozeer van de leerlingen als wel van de ouders. Mannen haakten massaal af. In het primair onderwijs is nu 87 procent vrouw. In het in 2017 gepubliceerde rapport Status en Imago van de Leraar was leerkracht in het basisonderwijs afgezakt naar plek nummer 69, net achter verzekeringsagent en net voor boekhouder, secretaresse en begrafenisondernemer. Nu staat de onderwijzer gelijk aan een sergeant – negen rangen lager.

Inmiddels is er weer kans op promotie, ook dankzij de salarisverhoging van 10 procent die voormalig minister Dennis Wiersma de bully van Rutte IV – heeft doorgevoerd.

Het ministerie maakt er nu mooie sier mee in de grootste wervingscampagne ooit. Ook defensie en zorg hebben schrijnende personeelstekorten, maar die kunnen niet met een salaris van anderhalf keer modaal schermen. In het leger is het gemiddeld salaris 3.400 bruto (slechts 2.560 euro voor een soldaat) en in de verpleegkunde 3.280 bruto.

In hun campagnes kunnen ze hoogstens de gratis kleding aanprijzen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next