Toenmalige kabinetten hebben de Tweede Kamer jarenlang onvolledig en onjuist geïnformeerd over het bombardement op de Iraakse plaats Hawija in 2015. Nederland heeft bewust risico's genomen bij de operatie en de verantwoordelijkheid voor het melden van de tientallen burgerslachtoffers jaren voor zich uitgeschoven.
De commissie onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager is snoeihard in haar eindoordeel over Hawija. Bij het toenmalige kabinet was in de maand na het bombardement bekend dat er burgerslachtoffers waren gevallen bij de operatie tegen Islamitische Staat (IS).
Toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis heeft de Kamer vervolgens meerdere keren onjuist en onvolledig geïnformeerd over de toedracht en de gevolgen. Ook haar opvolger Ank Bijleveld, die eind 2017 minister werd, heeft volgens de commissie "grote moeite" gehad om de belofte om transparanter te zijn invulling te geven.
"Je kan niet alles vertellen, maar er had wel meer verteld kunnen worden dan nu is gedaan", zegt Sorgdrager maandagochtend tegen de aanwezige pers. Een optie was om de Kamer vertrouwelijk te informeren.
De Kamer onjuist informeren is een politieke doodzonde in Den Haag, vooral als het over zo'n gevoelige kwestie gaat. Huidig Defensieminister Ruben Brekelmans draagt daar nu politieke verantwoordelijkheid voor. Hij zal zich dus moeten verantwoorden in de Kamer. De kans dat hij zal moeten aftreden is klein, omdat het inmiddels tien jaar later is.
Het bombardement op Hawija vond plaats in 2015, maar maakte pas in 2019 veel los in de politiek. In dat jaar brachten NRC en de NOS aan het licht dat er tientallen burgers waren gedood bij de operatie.
Zowel de Amerikanen als Nederland hebben een bewust risico genomen bij het bombardement, stelt de commissie verder. De fabriek van IS lag namelijk naast drie woonwijken, waarvan twee op zo'n 150 tot 200 meter afstand. Daar waren ook nog eens meer mensen dan gebruikelijk aanwezig omdat er ook vluchtelingen woonden. Dat had zowel de VS als Nederland kunnen en moeten weten, zeggen de onderzoekers.
De Amerikanen hebben de omgeving in Hawija niet heel goed kunnen bestuderen, maar dat ze rekening hielden met burgers in het gebied, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de Amerikanen hebben gekozen voor een ander type bom. Daardoor zou volgens berekeningen mogelijk alleen extra materiële schade ontstaan.
De Amerikaanse commandant was zich daarnaast ook bewust van mogelijk extra explosies naar aanleiding van de aanval. Maar het was niet bekend hoeveel explosief materiaal er in de fabriek zelf lag. Ondanks de beperkte informatie die de Amerikanen over het gebied hadden, besloot de commandant toch de aanval door te zetten.
Maar er bleek veel meer explosief materiaal in de loodsen te liggen dan gedacht. Het gevolg was een explosie die de vliegers in de Nederlandse F-16's en in het commandocentrum nog niet eerder hadden gezien. Gezien de enorme explosie werd ook meteen rekening gehouden met mogelijke burgerslachtoffers.
Ook Nederland nam volgens de onderzoekers een bewust risico. Het Nederlandse team dat de wapeninzet moest beoordelen was volledig afhankelijk van de beperkte informatie van de Amerikanen. Maar de bezetting van dit team was krap; er waren geen inlichtingenexpert en juridisch adviseur aanwezig. Als die juiste bezetting er wél was geweest, had de aanval op een meer zorgvuldige wijze beoordeeld kunnen worden, stellen de onderzoekers.
De commissie-Sorgdrager heeft ook aanbevelingen gedaan aan Defensie over hoe het moet handelen bij wapeninzet. Daar kan Defensie lessen uit trekken, zegt minister Brekelmans in een eerste reactie op het rapport.
Het rapport bevat "pijnlijke en herkenbare conclusies", vervolgt Brekelmans. "Deze gebrekkige informatievoorziening en transparantie hadden niet zo mogen gebeuren." Het kabinet komt later met een uitgebreide reactie.
Het onderzoek van de commissie heeft vier jaar geduurd. Dat het eindrapport zo lang op zich liet wachten, heeft meerdere oorzaken. Zo vond er vertraging plaats door de coronacrisis, werd informatie niet geleverd en kon de commissie niet makkelijk opereren in Irak vanwege de veiligheidsrisico's.
Het eindrapport werd maandagochtend overhandigd aan minister Brekelmans. Bij de presentatie van het rapport aan de pers later op de ochtend was geen vertegenwoordiger van het kabinet aanwezig.
Source: Nu.nl algemeen