Home

Hoogleraar mediastudies Mark Deuze: ‘Mensen in de creatieve sector worden veeleisender, en dat is alleen maar goed’

Op papier klinkt het prachtig, betaald worden voor een creatieve invulling van je beroepsleven. Mark Deuze, hoogleraar mediastudies, weet echter beter: medewerkers uit de creatieve sector hebben onevenredig veel te maken met stress, burn-out en depressie. ‘Hun overgave maakt blind.’

is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.

Hoogleraar mediastudies Mark Deuze (Universiteit van Amsterdam) loopt over van de anekdoten over creatievelingen die ongezond ver gaan voor hun werk.

Een zo’n verhaal: vrouw, twintig jaar werkzaam geweest in de tv-wereld, zat vanwege de lange werkdagen continu tegen een burn-out aan. Haar oplossing om niet over de rand te vallen: op draaidagen, als niemand oplette, zich even terugtrekken in haar auto om een hazenslaapje van tien minuten te doen.

‘En dat vond ze dan ontzettend goed van zichzelf’, brengt Deuze verbluft uit in zijn helder verlichte appartement in de Amsterdamse binnenstad. ‘Later realiseerde ze zich: dat klopte helemaal niet!’

Een andere anekdote: een freelanceradiomaker die al tien jaar succesvolle programma’s maakt, vraagt een omroep waarvoor ze werkt om betere arbeidsvoorwaarden. Ze wil geen vast contract, ze wil gewoon kunnen vertrouwen op betere techniek, meer studiotijd, heldere afspraken. Antwoord van de omroep: bedankt voor je diensten, maar je bent ons ‘te moeilijk’. En toch blijft ze werkzaam in deze sector.

Vereenzelvigen met werk

‘Dat soort verhalen hoor ik echt veel’, zegt Deuze. ‘En dan is de vraag: waarom zien mensen die werkzaam zijn in creatieve sectoren – de journalistiek, film-, muziek-, game- reclame- en socialemediawereld – niet dat ze over hun grenzen gaan? Het antwoord: omdat ze zich sterk vereenzelvigen met hun werk, het bepaalt hun identiteit. Dat werkt een bepaalde overgave in de hand die blind maakt voor wat er eventueel niet goed of gezond is aan het werk.’

Op papier klinkt het prachtig: betaald worden voor een creatieve invulling van je beroepsleven als muzikant, filmregisseur, journalist of podcastmaker. Totdat de praktijk zich aandient en dit creatieve milieu ook een burn-outfabriek blijkt te zijn, met grillige arbeidsvoorwaarden, waar de kans op depressie groot is en vaak wordt gegrepen naar copingmechanismen als excessief overwerken en alcohol- en drugsgebruik.

Over deze ‘mentale gezondheidscrisis’ schreef Deuze het boek Well-Being and Creative Careers – What Makes You Happy Can Also Make You Sick, dat in mei verschijnt bij de Engelse academische uitgeverij Intellect. Meer uitleg over zijn bevindingen geeft Deuze op 30 januari tijdens de Haagse Cultuurrede (podium Amare, Den Haag), bedoeld als ‘een jaarlijks moment van reflectie en inspiratie over kunst en cultuur’.

Prestatiedruk en eenzaamheid

Deuzes onderzoek naar de geestelijke gezondheid en het welzijn van kunst- cultuur- en mediamakers volgde op soortgelijk werk dat hij eerder had gedaan naar het mentaal welbevinden van UvA-studenten en onderwijsstaf. Veel studenten bleken gebukt te gaan onder prestatiedruk en eenzaamheid (met depressies als gevolg), en docenten gaven aan te lijden onder de werkdruk en de onzekerheid van tijdelijke contracten.

Het onderzoek dwong Deuze om zijn eigen vakgebied eens nader tegen het licht te houden. Al meer dan 27 jaar interviewde hij mediamakers over hun werk, en bijna in al die gesprekken ging het over welzijn. Wat doet het werk met je? Hoe houd je je staande?

Voor het antwoord op die vragen dook Deuze in een kleine vijfhonderd rapporten, verschenen tussen 2014 en 2024, waarin met variërende grondigheid het welbevinden wordt onderzocht van mensen werkzaam in creatieve sectoren (film-, media-, muziek-, kunst- en cultuurwereld). Het beeld dat de rapporten schetsen is ontluisterend: ongeveer twee derde van de mensen die aan deze onderzoeken meewerkte, geeft aan dat het werk hun mentale en lichamelijke welzijn ernstig schaadt. Een op de tien geeft aan weleens zelfmoord te overwegen. Daarnaast vallen mensen massaal uit, wordt talent verspild en is grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer – pesten, intimidatie en seksueel geweld – een regelmatige ervaring.

Onvoldoende professioneel

Hoewel het merendeel van Deuzes bronmateriaal afkomstig is uit landen als Engeland, Australië, Canada en de Verenigde Staten, klinken de resultaten ook door in het vorig jaar verschenen onderzoeksrapport Niets gezien, niets gehoord en niets gedaan van de commissie-Van Rijn over de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Ongeveer twee derde van de 2.500 respondenten zei in het afgelopen jaar getuige of slachtoffer te zijn geweest van ‘seksuele intimidatie, fysiek en verbaal geweld, stelselmatige sabotage of discriminatie’. Volgens de commissie zijn de verschillende omroepen en de NPO, het overkoepelend orgaan dat gaat over de uitzendtijden en financiën van omroepen, jarenlang ‘onvoldoende professioneel omgegaan met signalen van ongewenst gedrag’.

‘Het rapport van de commissie-Van Rijn heeft mij zeker niet verbaasd. Ik was toen al een tijdje bezig met mijn onderzoek, en daarvoor kwamen al rapporten uit over de giftige werkcultuur bij andere media- en cultuurorganisaties. In Amerika was The Ellen DeGeneres Show doorgelicht, na klachten over het toxische gedrag van presentator Ellen Degeneres. Hetzelfde gold voor de specialeffectsstudio Weta Digital, van de Nieuw-Zeelandse filmregisseur Peter Jackson. Maar evengoed: het rapport van de commissie-Van Rijn was schrijnend. Zeker als je leest dat mensen jarenlang het gevoel hadden dat ze nergens heen konden met hun verhaal. Vandaar dat ze leeg liepen tegen de commissie.’

Hoe kan het er zoveel ellende is in de creatieve sector?

‘Een verklaring is de manier waarop mensen in deze sectoren zich vereenzelvigen met hun werk. Er hangt om deze beroepen een romantisch aura van kunst en creativiteit, het wordt gezien als een hobby waarvoor je toevallig betaald krijgt. Mensen doen dit werk vanuit een intrinsieke motivatie. Dat is mooi, het geeft een groot geluksgevoel, maar er zit ook een donkere kant aan: het maakt dat het soms lastig is om te zien wat er niet goed gaat.

‘Een andere verklaring is de gebrekkige professionalisering in deze sectoren. Vaak heerst er ook een zekere trots over dat gebrek aan professionalisering, want te veel spelregels en protocollen zouden de creativiteit alleen maar belemmeren. Maar als niets geformaliseerd is, dan is er ook niets om op terug te vallen, en ontstaat er een gebrek aan transparantie. Beslissingen die in zo’n context worden genomen kunnen willekeurig of onrechtvaardig overkomen. Wie wordt er chef? Welke redacteur mag een interview doen? Als onduidelijk is op basis van welke protocollen zulke beslissingen worden genomen, kan dat ziekmakend zijn.

‘Deze conclusies komen sterk overeen met een onderzoek dat Amsterdam UMC doet naar werkgerelateerde stoornissen. Zij werken met modellen waarmee ze kunnen vaststellen hoe ziekmakend een bepaalde sector is. Die modellen kwamen bijna een-op-een overeen met de media- en cultuurwereld, vooral wat betreft het gebrek aan transparantie en protocollen.’

Over die vereenzelviging: in de financiële wereld kunnen mensen toch ook hun identiteit ontlenen aan hun werk?

‘Ja, dat klopt, maar in de creatieve sectoren gebeurt dat veel extremer. En hoe creatiever iemands rol is, hoe heviger ze lijden door hun werk. Neem de muziekwereld: als je platenbazen spreekt, of de directeuren van zalen als Paradiso, dan zeggen die dat dingen soms weleens lastig zijn, maar niet onoverkomelijk. Spreek je een muzikant, dan hoor je veel heftigere verhalen, dan gaat het over slechte voorwaarden, uitbuiting, lange werkdagen.’

Maar misschien is die extreme overgave nodig om tot uitzonderlijke resultaten te komen?

‘Die overgave is zeker mooi, daar wil ik niets aan af doen. Tegelijkertijd loert ook altijd het gevaar van diepe ontgoocheling, als je merkt dat de industrie waar je zo veel voor over hebt er niet voor jou is. En daarmee kom ik terug op die gebrekkige professionalisering: ja, je hebt personeelszaken, je hebt cursussen sociale veiligheid, maar door vaak precaire arbeidsvoorwaarden en het gebrek aan transparantie en duidelijke protocollen, weten mensen niet waar ze aan toe zijn. Diepe ontgoocheling ligt dan op de loer.

‘In de wetenschap hebben ze een term voor die ontgoocheling: industrieel verraad. Dat is het gevoel dat makers kan overvallen als ze merken dat de industrie waar ze zoveel tijd en liefde in steken, geen liefde of zekerheid teruggeeft. Dat is niet de fout van een chef of een hoofdredacteur, dat is gewoon hoe de industrie is ingericht.’

Als je dit hoort, dan denk je: waarom zou een mens in godsnaam in de creatieve sector willen werken?

‘Ik wil zeker niet beweren dat iedereen in de creatieve wereld diep ongelukkig naar zijn werk gaat. Het is complexer. Vaak zie je dat binnen één organisatie de ervaringen ver uiteen kunnen lopen. Dat op de ene redactie iedereen gelukkig is, en op de andere redactie mensen met samengeknepen billen naar hun werk komen. Maar vaak hangt dat ook af van de toevallige leidinggevende: bij de een voelen mensen zich net wat veiliger dan bij de ander, is er meer transparantie over beslissingen, en duidelijkheid over welk gedrag niet wordt getolereerd.’

Je schetst een heel duister beeld van de creatieve sector. Tegelijkertijd is het ook een wereld waar in de laatste jaren serieuze aandacht is gekomen voor sociale veiligheid.

‘Kijk, er is denk ik geen reclamebureau of krantenredactie waar men nu nog zegt: wij kennen absoluut geen problemen, wij delen elkaar hier de hele tijd high fives uit. Ze geven cursussen sociale veiligheid, zetten meldpunten op. Maar als je al die initiatieven naast elkaar legt, dan merk je dat ze de problemen in hun industrieën tot een individuele kwestie maken.

‘Jíj moet dan naar een cursus weerbaarheid, jíj moet leren hoe je met je collega’s dient om te gaan. Maar aan de meer fundamentele problemen – op het niveau van besluitvorming, werkcultuur, transparantie – verandert weinig. En daarbij: werknemers zien dat de mensen aan de top, degenen die verantwoordelijk zijn voor veel ellende, nu opeens de oplossingen gaan uitventen. Dat is voor hen ongeloofwaardig. En daardoor krijgen die cursussen het karakter van iets dat niet oprecht is, en maar even afgevinkt moet worden. Zo van: we gaan even een dagje sociaal veilig doen met z’n allen, en daarna is het weer business as usual.’

Nogmaals over die vereenzelviging: maken de mensen werkzaam in deze creatieve sectoren zichzelf ook niet erg kwetsbaar door de haast onvoorwaardelijke overgave waarmee ze hun werk doen?

‘Dat is ook wat ik vaak in mijn vakgebied hoor: dat de passie waarmee mensen in deze sectoren hun werk doen ook hun achilleshiel is. Het lijken lemmingen die zich blind in de afgrond storten. Maar als je beter kijkt, dan klopt dat beeld niet helemaal. Vaak zijn de mensen in deze sectoren zich dondersgoed bewust van hun kwetsbaarheid, van de structurele problemen in hun werkveld, van de tol die het werk mentaal en fysiek eist.

‘Dat kun je als heel problematisch zien, maar eigenlijk vind ik het ook heel hoopvol. We leven in een door en door kapitalistische wereld. Dat maakt het des te mooier dat er nog altijd mensen zijn die iets vanuit een intrinsieke motivatie willen doen, die baanbrekende onderzoeksjournalistiek willen bedrijven, of een prachtige film willen maken. Deze intrinsieke motivatie kan als een valkuil voor mensen werken, maar je kunt het ook omdraaien: wat als we er een kracht van maken?

‘In het laatste deel van mijn boek ga ik daar verder op in: de liefde die creatievelingen voor hun werk hebben, kan ook gekanaliseerd worden naar een collectieve actie om structurele veranderingen te eisen, om professioneel management voor elkaar te krijgen, betere arbeidsvoorwaarden, gedragscodes die afdwingbaar zijn, enzovoorts. Vanochtend zei iemand nog tegen mij: Mark, als alle zelfstandigen op het Mediapark in Hilversum morgen besluiten: fuck you, we leggen het werk neer vanwege de slechte arbeidsvoorwaarden, dan gaan alle zenders op zwart.’

Maar dat doen ze niet, want de liefde voor hun werk is te groot.

‘En vanwege wat we in de wetenschap cruel optimism noemen, de denkfout dat je moet doorbijten om de ultieme beloning voor je werk te krijgen. Je werkt als reclamemaker aan oneindig veel pitches, schrijft als scenarioschrijver het ene na het andere script, en blijft hopen dat je ooit beet hebt. Maar dit is een illusie, want zo werkt de culturele sector voor de meesten helemaal niet.

‘Maar er is wel degelijk wat aan het veranderen, hoor. Kijk, al die vijfhonderd rapporten over de mentale gezondheid van creatievelingen die ik heb doorgenomen, die zijn door deze sectoren zelf geïnitieerd. Het waren niet wetenschappers van buitenaf die zeiden: wacht even, we zien dat jullie een probleem hebben, we willen jullie onderzoeken. Het komt uit de mensen zelf die voelen dat er iets moet veranderen.

‘En daarnaast is de organisatiegraad enorm aan het toenemen. Neem Nederland waar alleen al vorig jaar twee organisaties (Cinemind, Assistant Directors Club, red.) zijn opgericht om de werkomstandigheden in de Nederlandse filmwereld te verbeteren. Of van 2023: Taskforce GO!, bedoeld om de muziekwereld veiliger en inclusiever te maken.

‘Het leeft ook veel meer bij jongeren, die zijn veeleisender op het gebied van sociale veiligheid en arbeidsvoorwaarden. Zij vinden het gewoon niet meer oké om op de oude weg verder te gaan.

‘Laatst vertelde een collega mij een illustratief verhaal. Een van zijn studenten had een opdracht geweigerd met de woorden: nee, dat ga ik niet doen, die opdracht past niet bij mij. Dat had de collega nog nooit meegemaakt. In eerste instantie denk je dan: wat een aanstellerij, doe gewoon wat je wordt opgedragen. Maar je kunt het ook anders aanpakken en denken: waarom wil de student deze opdracht niet doen? Voelt hij zich niet veilig genoeg? Is er een andere manier te bedenken waarop hij het werk wél kan doen?

‘Mensen in de creatieve sector worden veeleisender, en dat is alleen maar goed, want dat dwingt werkgevers om beter na te denken over hun verantwoordelijkheid richting hun werknemers.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next