Home

Eindelijk duidelijkheid over Nederlandse luchtaanval op Hawija, waarbij 70 burgers omkwamen

De commissie-Sorgdrager presenteert maandag na vier jaar onderzoek een rapport over het bombardement in 2015, waarbij in de strijd tegen IS zeker zeventig burgers omkwamen: de Nederlandse luchtaanval op een autobommenfabriek in de Iraakse stad Hawija.

Waarom is er een onderzoek ingesteld naar het Nederlandse bombardement in Irak?

Als de Nederlandse F16-piloten in juni 2015 ’s nachts hun bommen laten vallen op een loods in Hawija waar Islamitische Staat geïmproviseerde autobommen maakt, merken ze al snel dat er iets mis is. De explosies zijn zo hevig dat de piloten door de rook de stad niet meer kunnen zien. Nog dezelfde week stellen de Amerikanen, die leiding geven aan de internationale coalitie die oorlog voert tegen IS, een intern onderzoek in. De Amerikaanse conclusie: bij de aanval zijn zeker zeventig burgers omgekomen en is een hele wijk vernietigd.

Toch duurt het nog jaren voordat de Tweede Kamer van het incident hoort. Pas na onderzoek van NOS en NRC komt in 2019 aan het licht dat Nederland verantwoordelijk was voor deze aanval. De Kamer reageert verbolgen, omdat toenmalige minister Jeanine Hennis van Defensie een paar weken na de aanval de Kamer nog liet weten dat er bij Nederlandse luchtaanvallen ‘voor zover op dit moment bekend’ geen doden zijn gevallen.

De Kamer roept haar opvolger, minister Ank Bijleveld van Defensie, in 2019 en 2020 vier keer naar de Kamer om verantwoording af te leggen. De zaak escaleert als de vraag op tafel komt wat premier Mark Rutte van het incident wist. Tweemaal overleeft Bijleveld met een krappe meerderheid een motie van wantrouwen. Ze erkent dat haar voorganger Hennis de Kamer verkeerd heeft ingelicht, en stelt een onderzoekscommissie in.

Waarom is de zaak zo precair?

Als in 2014 de Tweede Kamer besluit dat Nederland zal deelnemen aan de luchtoorlog tegen de Islamitische Staat, is het uitgangspunt van Defensie dat er geen aanvallen zullen worden uitgevoerd als vooraf uit berekeningen blijkt dat er burgers zouden omkomen.

Tussen 2014 en 2018 voert Nederland ruim tweeduizend luchtaanvallen uit op IS-doelen in Syrië en Irak. In die jaren schetst Defensie met regelmaat het beeld van een schone oorlog. ‘Ruim tweeduizend keer inzet, zonder fouten. Dat is ruim vijf jaar lang de afwas doen, zonder een kopje te breken. In het donker.’, schrijft André Steur, op dat moment Directeur Operaties van het Commando Luchtstrijdkrachten in 2018 op Twitter.

Kritiek van Kamerleden en ngo’s dat Defensie onvoldoende open zou zijn over de luchtaanvallen wordt afgedaan als onzin. ‘Ik vind het eigenlijk onrecht doen aan die mannen en vrouwen die hier dat moeilijke werk doen, om dan te zeggen dat we niet transparant zouden zijn’, zegt toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok in hetzelfde jaar. ‘Het is niet zo dat er bewust informatie achter wordt gehouden.’

Wat zal het onderzoek moeten aantonen?

Dat de Kamer door minister Hennis verkeerd is geïnformeerd en dat er bij de aanval tientallen burgerdoden zijn gevallen, dat heeft minister Bijleveld vijf jaar geleden erkend. Maar de minister heeft altijd volgehouden dat de procedure die voorafgaand aan de aanval is gevolgd, in orde was. Of dat klopt, zal nu moeten blijken.

De belangrijkste persoon in deze procedure is een speciale beoordelaar, de zogeheten red card holder. Deze Nederlandse militair moet vooraf bij elke aanval vaststellen dat die in lijn is met de gemaakte afspraken, en groen licht geven om de aanval uit te voeren.

De internationale coalitie maakt bij het voorbereiden van aanvallen gebruik van een digitale tool, waarmee precies kon worden ingeschat hoeveel doden een bom zal veroorzaken. De grote explosies in Hawija werden echter niet veroorzaakt door de bommen zelf, maar door de enorme hoeveelheid munitie van IS die in de fabriek lag opgeslagen. De tool hield met deze mogelijke ‘secundaire’ explosies geen rekening.

Defensie was bekend met de beperking van de tool en maakte daarom naar eigen zeggen ook gebruik van ‘heel veel ervaringsgegevens’ op basis van eerdere aanvallen op bommenfabrieken. Omdat de schade bij eerdere aanvallen op bommenfabrieken altijd beperkt bleef, kon daar bij Hawija ook van worden uitgegaan. Of er daadwerkelijk is gekeken naar eerdere aanvallen, en hoe serieus die berekeningen waren, daar zal de commissie antwoord op moeten geven.

Ook is nog altijd onduidelijk hoe grondig er vooraf met drones is gekeken naar de aanwezigheid van burgers rondom de loods. Volgens de afgesproken procedure moet een doel voorafgaand aan een aanval worden geobserveerd, om vast te stellen hoe het leven rondom het doel eruit ziet. Of, wanneer en hoelang dat is gebeurd, daar kon Defensie tot dusver geen antwoord op geven.

De belangrijkste vraag is misschien wel of de Nederlandse red card holder überhaupt toegang had tot het dossier met alle informatie die de Amerikanen voorafgaand aan de aanval hadden verzameld. Hoewel Nederland juridisch aansprakelijk is voor elke aanval die Nederlandse piloten uitvoeren, heeft het er alle schijn van dat Nederland in deze oorlog een beperkte eigenstandige informatiepositie had. Mogelijk ging de Nederlandse militair blind uit van Amerikaanse conclusies, zonder te vragen waar die conclusies op waren gebaseerd.

Het oordeel van de commissie heeft niet alleen politieke relevantie, maar kan ook belangrijk zijn voor de juridische procedure die nabestaanden zijn gestart tegen de Nederlandse staat – wereldwijd de eerste zaak van slachtoffers van de oorlog tegen terreurorganisatie IS. Wanneer de rechter uitspraak doet in deze zaak, is nog niet bekend.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next