Op de vlucht voor de hoge huizenprijzen kopen Nederlanders steeds vaker een woning in het goedkopere Duitsland. Aan een van de mooiste laantjes van Hoch-Elten wonen inmiddels meer Nederlanders dan Duitsers. ‘Ze zijn welkom, maar het zou wunderschön zijn als ze meer integreren.’
is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de woningmarkt.
Het middaglicht danst door de ramen, de radio staat aan en de Nederlandse huisschilder Henk Westenberg legt de laatste hand aan de muur van het trappenhuis. Het is geen gewone klus voor de 59-jarige vakman. Het is een opfrisbeurt in eigen huis, de moderne villa die hij bewoont met zijn partner, zorgmedewerker Edwin Raau (61). Hij stapt over zijn verfspullen heen en wijst naar het bos aan de achterzijde. ‘Dit uitzicht is toch onbetaalbaar? ’s Avonds komen de reeën vaak een kijkje nemen aan de bosrand.’
De strakke witte woning staat op een van de mooiste plekken op de Eltenerberg, het gouden randje van de Duitse gemeente Emmerich. Westenbergs schoonouders waren twintig jaar geleden de eerste Nederlanders in het dorp. Daar was een plek met ruimte, rust en natuur nog goed betaalbaar. De ruim 80 meter hoge Eltenerberg biedt een fenomenaal uitzicht op de Rijnvallei – het Nederlandse Pieterpad voor lange-afstandswandelaars loopt er zelfs even voor door Duitsland.
Nu bewonen Henk en Edwin het huis van hun (schoon)ouders. Als emigratie voelde de verhuizing naar Duitsland niet, vertelt Westenberg tijdens het opruimen van zijn schilderspullen. Naar Nijmegen en Arnhem is het hemelsbreed zo’n 20 kilometer, plaatsen als Doetinchem, Didam en Zevenaar liggen nog veel dichterbij. ‘We werken allebei nog in Nederland en hebben daar ons sociale leven. Ooit terug naar Nederland? Ik denk het niet. Een huis als dit krijg je nooit meer.’
Zijn schoonouders waren rond de eeuwwisseling de voorlopers onder de Nederlandse huizenkopers in de grensstreek met Duitsland. Met het stijgen van de Nederlandse huizenprijzen, kozen calculerende kopers voor een plekje over de grens. Hoeveel goedkoper de huizen in Duitsland zijn vergeleken met Nederland is niet precies te zeggen. Goed onderzoek naar het prijsverschil is er niet, maar er wordt gerept van 10 tot 30 procent. De Doetinchemse makelaar Vincent Anneveldt, die zich volledig heeft toegelegd op woningen in Duitsland, vat het Duitse voordeel samen als ‘meer waar voor je geld’.
Ook Duitsland kent een woningtekort. Toch beleefde het land sinds het oplopen van de hypotheekrente vanaf 2021 een negatieve Preisrutsch op de woningmarkt van ongeveer 10 procent. In Nederland bleven de prijzen juist hard stijgen. Het afgelopen jaar bedroeg de prijsstijging bijna 11 procent, meldde het Kadaster afgelopen week.
‘Voor Duitse kopers tikt een rentestijging veel harder aan dan voor Nederlanders’, weet de makelaar. ‘Zij kennen geen hypotheekrenteaftrek, het fiscale voordeel dat de impact van een hogere rente op de maandlasten aanzienlijk matigt. Ook kennen ze geen voorziening als de Nationale Hypotheekgarantie (NHG), het vangnet bij gedwongen verkoop van de woning. Daarnaast moeten ze meer eigen geld inleggen bij de aankoop van een woning, tot 30 procent van de aankoopsom.’
De Duitse huizen zijn vaak wat ruimer en de tuinen groter, aldus Anneveldt. ‘Ze zijn van oudsher vaak beter geïsoleerd dan de Nederlandse. Dat komt door de Duitse Bauordnung. Die bouwvoorschriften zijn voor heel Duitsland hetzelfde. Huizen in het gematigde klimaat van Noordrijn-Westfalen zijn daardoor even goed geïsoleerd als in het koude, sneeuwrijke Beieren.’
Het luistert ook nauw met de prijsvariatie in Duitsland, waarschuwt Anneveldt, die onder meer twee vrijstaande woningen van circa 450 duizend euro in Elten in de aanbieding heeft. De regionale en plaatselijke verschillen kunnen groot zijn. Al zijn de huizenprijzen in de grensregio stabieler dan in een groot deel van de rest van Duitsland, met dank aan kooplustige Nederlanders.
Natuurlijk gaat het de Nederlandse kopers in Duitsland in de eerste plaats om het prijsvoordeel, erkent Anneveldt. ‘Maar ze zien ook dat het net over de grens een stuk rustiger is dan het volle en drukke Nederland. Ze vinden ook de Duitse omgangsvormen vaak prettig. De jeugd is er vaak beleefder dan in Nederland.’
Nadelen zijn er ook, benadrukt Carla Schroer, adviseur bij het Duitse Grenzinfopunkt van de Euregio Rhein-Waal en raadgever van veel Nederlandse grenskopers. ‘Men denkt vaak: ach, leuk, we gaan gewoon een klein stukje verder wonen. Maar in de praktijk is het echt emigratie, met alles wat daar bij hoort. Je zult een hoop obstakels tegenkomen, van de zorgverzekering en de sociale zekerheid tot de belastingheffing. Als je bijvoorbeeld meer gaat thuiswerken, dan kan dat fiscale consequenties hebben. Dat brengt een hoop uitzoekwerk met zich mee. Als je dan wordt geconfronteerd met het zogeheten Beambtendeutsch in officiële documenten, dan is dat soms heel moeilijk.’
‘Een nieuwkomer in Hoch-Elten is meestal een Nederlander’, zegt een Nederlandse straatgenoot van Westenberg, die anoniem wil blijven. Niet ver van zijn woonplek bouwen Nederlanders een groot familiehuis, dat oogt als een klein appartementengebouw. ‘Aan de grote ramen zie je dat het van Nederlanders is’, zegt hij. ‘Een Duitser zegt: ‘Wir lassen uns nicht sehen.’ Die houdt zijn ramen liever kleiner. Na zeven uur ’s avonds zie je hier ook geen kip meer op straat.’
De tijd dat je Nederlandse huiseigenaren kon herkennen aan de gele nummerplaten van de auto’s voor de deur is voorbij, vertelt hij. ‘De meesten vragen zo snel mogelijk een Duitse nummerplaat aan. Dan betaal je namelijk maar 500 euro wegenbelasting per jaar, in plaats van een paar honderd euro per kwartaal, zoals in Nederland.’
Met zijn echtgenote keek hij eerder naar een woning in of nabij Nijmegen. Hij was wel wat gewend, maar toch vielen de prijzen hem niet mee rond de oudste stad van Nederland. ‘We hebben nog wel geboden op een aantal huizen. Tot we deze woning zagen. Vrijstaand, met drie verdiepingen, op een prachtige plek, net over de Duitse grens. En voor een Duitse prijs.’
De laatste Duitser in de straat, de 80-jarige Harald Meisters, is beleefd en voorzichtig als hij spreekt over zijn nieuwe Nederlandse dorpsgenoten. Hij was ooit voorzitter van de noodlijdende buurtvereniging, die kampt met afnemende belangstelling. ‘Ik ben heel blij met mijn Nederlandse buren. Ze zijn van harte welkom.’ Maar toch, verzucht hij. Het zou wunderschön zijn als de nieuwe plaatsgenoten meer zouden meedoen met het dorpsleven.
Het kan inderdaad beter met de integratie van veel Nederlanders in de regio, erkent Grenzpunkt-adviseur Schroer. ‘Je hebt mensen die willen meedoen in Duitsland en je hebt mensen die alles in Nederland blijven doen. De laatste categorie is helaas in de meerderheid, denk ik. Dan krijg je dus dat Duitsers zeggen: ‘Die Holländer, die wohnen ja nur hier.’ Terwijl ze het juist prachtig vinden als je Duits leert en meedoet in bijvoorbeeld de sportclub of de Schützenverein, de plaatselijke schutterij.’
De oude Meisters neemt het ‘natuurlijk’ niemand kwalijk als men verhuist naar een plek waar alles financieel beter lijkt te zijn. Als Duitser kocht hij immers zelf ook wel dingen in Nederland, als die daar goedkoper waren. Maar nu is het andersom. ‘We worden overstroomd door Nederlanders. Welke Duitser kan hier nog een huis kopen? En nu komen de Nederlanders ook nog massaal voor de goedkope brandstof en sigaretten. We komen ons tankstation bijna niet meer in, vanwege al die auto’s uit Nederland.’
Zijn overbuurman Anton Staats (61) herkent de kritiek. Zelf zegt hij zo veel mogelijk te willen meedoen met het Duitse verenigingsleven, zoals de sportclub. Maar in de buurtvereniging of van Duitse vrienden hoort hij ook wel zeggen: ‘De Nederlanders maken de huizenmarkt kapot hier.’ Dat klopt ook. Veel Duitsers kunnen deze prijzen niet meer betalen. Ze kunnen niet op tegen de Nederlanders met hun hypotheekrenteaftrek. Ik kan me voorstellen dat dat irritatie oproept.’
Hij woont en werkt al zestien jaar in Duitsland als bedrijfsadviseur en spreekt de taal dan ook vloeiend. Uiteindelijk liet hij in Hoch-Elten een huis bouwen, samen met zijn echtgenote Micha Staats (60), mede met dank aan de gunstige prijs op deze prachtlocatie. ‘Met bouwvergunningen zijn ze hier heel makkelijk. Daarmee onderscheidt Duitsland zich echt van Nederland. Maar op andere vlakken is er een enorme bureaucratie. Die is voor Nederlanders vaak moeilijk te verdragen.’
Dat geldt ook steeds meer voor hemzelf, moet Staats toegeven. Zo wilde zijn echtgenote, onderwijzer met Nederlandse diploma’s, in haar nieuwe woonregio aan de slag. ‘Zij is zes maanden bezig geweest om daar officiële toestemming voor te krijgen. We hebben het maar opgegeven. Nu werkt ze toch in Nederland.’
Het wonen over de grens kwam rond de eeuwwisseling op gang. Inmiddels trekt een aantal kopers van de eerste generatie zich weer terug uit voordeelland Duitsland. Grenzpunkt-adviseur Schroer hoort de verhalen van de vertrekkers. ‘Dan gaat het vaak om de oude dag, de gezondheidszorg of de kinderen in Nederland. Als je Duits niet goed is, wil je niet in een Duits verzorgingstehuis komen te zitten. Soms zijn er ook zorgen over de belastingheffing op de Nederlandse AOW en het pensioen.’
Eén Nederlander in Hoch-Elten ziet ook een andere reden voor terugkeer. ‘In Nederland kennen we de mogelijkheid van euthanasie, als het niet meer gaat. In Duitsland niet. Daar houden ze je gewoon zo lang mogelijk in leven, wat een aangenaam verdienmodel is voor de ziekenhuizen.'
Misschien gaan we ooit terug voor wat meer leven in de brouwerij, zegt de echtgenote van anonieme buurtgenoot van Westenberg, tijdens een wandelingetje over het pad Freiheit, naast de ruim duizend jaar oude bedevaartskerk Sint Vitus, die beeldbepalend is voor Hoch-Elten. ‘Het is hier echt heel rustig. Voor de kinderen is dat fantastisch. Maar als zij het huis uit zijn, dan zou ik wel naar Nijmegen willen. Gewoon lekker weer de drukte in, niet omdat het Nederland is. Ik wéét dat ik in Duitsland woon, maar ik voel het niet.’
Huisschilder Westenberg kijkt vanaf zijn balkon uit over de langgerekte vijver met koikarpers (‘die twee grote lummels’) en een groep beweeglijke goudvissen. ‘Mooier wordt het niet’, mijmert hij. ‘Misschien gaan we alleen terug naar Nederland voor de zorg. Die is in Duitsland toch minder, dat is het nadeel hier. Maar terug naar een rijtjeshuis? Echt niet.’
Hoeveel Nederlanders net over de grens een huis kochten, is niet precies bekend. Vermoedelijk zijn het er enkele tienduizenden. In Duitsland wonen zo’n 150 duizend Nederlanders. Een deel van hen woont in hotspots als Berlijn en München. Ongeveer de helft woont in Noordrijn-Westfalen, de grote deelstaat die grenst aan de provincies Overijssel, Gelderland en Limburg. Een groot deel van die laatste groep, zo’n 75 duizend Nederlanders, woont nabij de Nederlandse grens.
Volgens onderzoek van het CBS waren er in 2021 bijna 18 duizend Nederlanders die in Duitsland wonen, maar in Nederland werken. Een plaats als Kranenburg, nabij Hoch-Elten, was in eerder onderzoek een van de koplopers als het gaat om grenspendelaars. Bijna 14 procent van de beroepsbevolking (personen van 15 jaar en ouder) was aan het werk in Nederland.
De Duitse grensregio’s hebben ook steeds vaker te maken met Nederlandse ondernemingen, zoals uitzendbureaus, die huizen opkopen of huren voor de huisvesting van goedkope Oost-Europese arbeidskrachten, die aan de slag gaan bij bedrijven in Nederland.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant