Home

Als ik onder mijn Afrikaanse collega’s begin over ‘de wolf’ heb ik de (schater)lachers op mijn hand


Niet lang geleden had ik een begrafenis in mijn woonplaats, Kampala. Op de weg erheen luisterde ik naar de Noodlot-symfonie van Beethoven. Ik luister graag naar klassieke muziek, vooral op emotioneel geladen dagen als deze. Het brengt rust in mijn geest, alsof de tijd langzamer gaat lopen.

De dienst was voor de broer van een goede vriend van mij. Mijn vriend, opgegroeid in Noord-Oeganda tijdens de terreur van Joseph Kony, was heel hecht met zijn broer. Toen ze nog jong waren, zijn hun beide ouders vermoord en hadden de broers alleen elkaar om te overleven.

Te voet, liftend en bedelend om wat eten hebben zij, na het conflict, samen hun weg naar de grote stad Kampala gevonden. Hier hebben beiden een leven opgebouwd. Geen leven van overvloed, maar een leven dat elke week opnieuw bevochten wordt – a life worth living.

Afgelopen weekend werd zijn broer overmeesterd door schurken en dat betaalde hij met zijn leven. Een bruut einde aan een leven dat nog in volle bloei had moeten staan. Hij was immers nog lang geen ‘mzee’ – het Swahili-woord voor oude man, een term die met respect wordt gegeven aan mensen van (ongeveer) 40 jaar of ouder, omdat het bereiken van die leeftijd absoluut geen vanzelfsprekendheid is, maar een teken van kracht of zelfs geluk.

Toen ik de kerk binnenkwam, moesten de meeste gasten nog binnenkomen. Nadat er enige tijd was verstreken, konden we eindelijk beginnen. Een enorme groep mensen zat op plastic stoelen, daaromheen was nog een kring van familie en geliefden. Een tropische bui kwam opzetten en de druppels op het dak zorgden voor een oorverdovend concert.

Over de auteur
Christiaan Pleijsier is ondernemer in Oeganda. In de maand januari is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Noem me een gevoelig persoon, maar ik voelde de emoties in de lucht hangen, alsof het tastbare wolken waren die ik bijna kon aanraken. Het was niet alleen verdriet dat de ruimte vulde, maar ook dankbaarheid, reflectie en zelfs aspiratie. Een verlangen om van dit verlies te leren en sterker uit deze ervaring te komen. Misschien ben ik een romanticus en projecteerde ik deze gevoelens, maar ik zou zweren dat dit voelbaar was. De priester begon met spreken, maar mijn gedachten dwaalden langzaam af.

Mijn gedachten dwaalden af naar een goede vriendin die ik heb verloren. Soms duikt ze op uit het niets, als ik dagdroom, een boek lees, of op een moment als deze. Haar onverwachte aanwezigheid in mijn gedachtewereld is een mix van pijn en schoonheid: het doet pijn dat ze er niet meer is, maar tegelijkertijd is het fijn haar aanwezigheid nog te kunnen voelen.

Mijn gedachten dwaalden verder, naar alle onschuldige mensen die het leven hebben gelaten in de talloze conflicten, zowel hier als daarbuiten. Ieder mens wordt uiteindelijk geconfronteerd met de dood, het is een onontkoombare werkelijkheid. Echter, voor sommige mensen is deze confrontatie een bijna permanente metgezel, als een schaduw die hen bij elke stap achtervolgt.

Die mate van oneerlijkheid is moeilijk te verkroppen, ik kan dat niet in woorden bevangen. Op dit continent is de dood altijd dichtbij, als een onzichtbare reus die over je heen leunt. Ziektes, ouderdom (die eigenlijk geen ouderdom is), dieren, verkeersongevallen of inmenging door de staat: allerlei zaken die je leven abrupt verkorten.

En dan Nederland. Een samenleving die al eeuwenlang alles doet om de dood buiten haar deuren te houden. Neem nou het voorbeeld van de wolf. Ongewenst steekt hij onze grenzen over en het hele land is in rep en roer. Toen ik dit aan mijn Afrikaanse collega’s probeerde uit te leggen, had ik de (schater)lachers op mijn hand.

Men kon niet geloven dat dit een probleem was in onze maatschappij, of laat ik zeggen: ons pretpark dat Nederland heet. En pret is het enige wat mag zijn. Ergens zou je zeggen dat dat goed is, want wie wil nou geconfronteerd worden met de dood. Aan de andere kant maakt dit ons er misschien minder klaar voor wanneer het echt gebeurt?

Ik schrik op uit mijn gedachten, teruggebracht naar het moment. De priester dankt de grootste bijdragers aan de begrafenis, en voor iedereen is duidelijk wie dat zijn; een bord met namen verraadt de meest genereuze donoren. Ik loop naar mijn vriend en betuig hem mijn respect: ‘I am very sorry for your loss, my dear friend.’

Hij kijkt me aan, met een kalme blik in zijn ogen. ‘Chris, thanks for coming. In this life, we don’t always get the years we deserve. This is part of life, and we carry on.’

En dat is misschien wel de essentie. Het leven schenkt je niet altijd wat je verdient, maar in de tijd die je gegeven is, schuilt de kans om iets bijzonders te doen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next