Home

Niet alles is een trauma

Foto Getty Images

Opnieuw alarmerende berichten over de mentale gezondheid van jongvolwassenen: de helft van de Nederlanders tussen de 16 en 25 jaar beoordeelt hun eigen mentale gezondheid als matig tot zeer slecht. Er wordt zelfs gesproken over een mentale gezondheidscrisis. Dat is nogal wat.

Tine Molendijk is een antropoloog gespecialiseerd in geestelijke gezondheid.

Vooropgesteld, de klachten die mensen ervaren zijn echt. Maar de psyche is complex en goedbedoelde benaderingen kunnen averechts werken. Het is belangrijk bewust te zijn van begrippen als co-rumineren, taalinflatie, ziektewinst en de erkenningsparadox, om mentale problematiek niet te verergeren.

Taalverschraling

Terecht klinkt tegenwoordig het advies om over je problemen te praten, er niet alleen mee te blijven rondlopen. Maar hieraan zit ook een schaduwzijde: co-rumineren, het herhaaldelijk en uitgebreid met elkaar bespreken van negatieve ervaringen en emoties.

Uit onderzoek blijkt dat dit kan leiden tot versterking van negatieve gevoelens in plaats van verlichting. Bij jongeren gebeurt dit vaak tussen vrienden, maar ook in huidig beleid gericht op mentale gezondheid en sociale veiligheid schuilt dit gevaar. Steeds meer organisaties hangen vol met goedbedoelde posters met aankondigingen van mindfulnesscursussen, praatsessies, coachingsmogelijkheden. Uiteindelijk kan zo’n fixatie op mentale gezondheid en de constante herinnering averechts werken.

De huidige inflatie van woorden als depressie, trauma en narcisme helpt niet. Ik noem het bewust ‘inflatie’, want die woorden zijn zoveel gaan omvatten dat ze hun waarde verliezen.

Vorige week nog, in de trein, hoorde ik iemand diens reisgenoot vertellen depressief te zijn door trauma opgelopen vanwege een narcistische ex, wat nog altijd triggerend was. Sociale media versterken deze gezamenlijke taalverschraling. Zo ontstaat online co-rumineren waar psycho-speak vooral leidt tot opervlakkig zelfbegrip.

Erkenning is relatief

Dit raakt ook aan het mechanisme van zogeheten ‘ziektewinst’ – al prefereer ik het gebruik van het milder klinkende Engelse secondary gain. Het begrip verwijst naar de contraproductieve ‘winst’ die bijvoorbeeld een label of diagnose van mentale problematiek kan hebben. Met zo’n label, toegekend door anderen of jezelf, krijg je handvatten en bescherm je je zelfbeeld: je voelt je gezien en erkend, je kunt behandeld worden, en je begrijpt dat je niet zwak maar ziek bent. Dat is de winst. Maar een bijkomend risico is dat mensen zo onbewust al hun problematiek externaliseren en geen eigen verantwoordelijkheid en handelingopties meer zien. Zo kunnen ze belanden in een vicieuze cirkel van slachtofferschap.

Hierbij speelt tot slot de zogeheten paradox van erkenning. Dit houdt in dat erkenning steun biedt, maar ook mensen in hun pijn en positie vast kan zetten. Ook hier lijkt veel huidig beleid tegenaan te lopen. Leidinggevenden en managers voelen steeds meer een impliciete verplichting om iedereen te geloven die aangeeft pijn te hebben of zich gekwetst te voelen; anders miskennen ze die persoon.

Maar erkenning is relatief. Bij elke maatregel die wordt genomen om mensen met problematiek te compenseren, ontstaat onbedoeld een strijd om daar het maximale uit te halen. Lukt dat niet, dan voel je je al snel genaaid door het systeem. Dat gebeurt niet expres, het ontstaat vanzelf. Ook in de militaire wereld is dit zichtbaar. Zodra een groep voor een inzet een onderscheiding krijgt, voelen andere groepen zich haast automatisch miskend: waarom worden wij niet onderscheiden? Erkenning kan er zo paradoxaal genoeg voor zorgen dat mensen zichzelf vastzetten in machteloosheid, boosheid en zelfmedelijden.

Taal doe ertoe

Taal en erkenning spelen een cruciale rol bij mentale gezondheid – dat staat buiten kijf. Maar het gaat om de juiste taal en erkenning. Neem het onderscheid van filosoof Nancy Fraser tussen affirmatieve en transformatieve erkenning. De ander direct bevestigen in pijn en zelfgegeven labels, is een voorbeeld van affirmatieve erkenning. Dan voelen mensen zich wel erkend, maar er ontstaat geen ruimte voor constructieve verandering. Mensen blijven vastzitten in gevoelens van hulpeloosheid, schuld of boosheid.

Transformatieve erkenning daarentegen biedt perspectief op heling. Dit type erkenning erkent pijn, maar benadrukt ook dat pijn een onderdeel is van het leven, dat het niet per se om trauma’s en depressies gaat, en dat men ook van pijn kan leren en groeien. Dit type erkenning biedt ook ruimte voor onderscheid tussen milde klachten en gevallen waar wél zware depressie of trauma speelt, en professionele hulp nodig is. Dit is iets wat op sociale media vaak niet gedaan wordt.

Als we de inflatie van gezondheidstaal en oppervlakkige erkenning blijven voeden, lopen we het risico mentale problematiek onder jongeren te verergeren in plaats van hen echt te helpen.

Source: NRC

Previous

Next