Vanaf vandaag tot en met maandag worden dag en nacht de namen van meer dan 100.000 slachtoffers van de Holocaust voorgelezen. Dat gebeurt in voormalig doorgangskamp Westerbork. Josua en Bert zijn twee van de achthonderd voorlezers. "Mijn vader is het nooit kwijtgeraakt."
Josua Ossendrijver gaat zaterdag voor het eerst namen voorlezen, samen met zijn dochter. "Mijn leven is een rollercoaster geweest. Ik ben nu 81 en weet pas sinds mijn 67e dat ik als pasgeborene ben weggehaald bij mijn Joodse familie. Dat heeft er mentaal flink ingehakt."
Josua voelt zijn hele leven dat er iets niet klopt in het (pleeg)gezin waar hij opgroeit. "Ik voelde me er niet thuis, maar kon niet plaatsen waarom niet." Als hij vier jaar oud is, hoort hij een familievriend tegen zijn pleegvader zeggen dat zijn ouders hem waarschijnlijk niet kunnen houden. "Ik vroeg mijn moeder ernaar, zij vertelde dat ik ziek was en ze bang was dat ik zou doodgaan. Maar ik was helemaal niet ziek. Als vierjarige had ik door dat ze ontzettend stond te liegen."
Jarenlang heeft Josua last van depressies en is zelfs suïcidaal. "Ik snapte niet wie ik was." Op zijn zestigste gaat hij op zoek naar de waarheid. Hij komt in contact met een nicht van zijn pleegmoeder, die na aandringen het verhaal van Josua vertelt.
"Mijn moeder was zwanger van mij toen zij, mijn vader en broer werden opgepakt. Toen bleek dat ze weeën had, zijn ze uit de wagen gegooid met de boodschap dat ze snel weer opgehaald zouden worden. Twee uur later ben ik geboren."
Een huisarts in het verzet haalt Josua daar direct weg en brengt hem bij de nicht van zijn latere pleegmoeder. "Zij heeft me naar mijn pleegouders gebracht, die mij als hun eigen kind hebben aangegeven." De waarheid hoort hij nooit van zijn pleegouders, zij zijn al overleden als hij erachterkomt. "Ik ben zo ontzettend boos op ze geweest." Zijn ouders en broer komen om in Auschwitz.
Na zijn ontdekking is Josua eerst blij, maar ook verdrietig en boos. "Eindelijk wist ik wie ik was, maar toen kwam ook het besef wat er met mijn familie was gebeurd. Ik was boos op de Duitsers en mijn pleegouders." Na een half jaar vindt Josua rust en wil hij zin geven aan het leven.
Hij geeft gastlessen op scholen door het land en in Kamp Westerbork. "Als ik naar de wereld kijk, worden overal mensen uitgesloten om wie ze zijn. Om je geaardheid, je huidkleur of godsdienst. Wat er met mijn familie is gebeurd begon ook met uitsluiting. Verschrikkelijk." Het namen oplezen is onderdeel van zijn missie dat dit nooit meer mag gebeuren.
Voor Bert Verduin (66) en zijn zus is het namen voorlezen een traditie geworden. "We hebben het twee keer eerder gedaan", vertelt Bert. "Toen nog samen met onze vader Ben, hij is helaas drie jaar geleden overleden op 94-jarige leeftijd."
Vader Ben wordt op vijftienjarige leeftijd samen met zijn ouders en zus thuis opgehaald door de Nederlandse politie. "Vervroegd, want ze stonden op het punt om onder te duiken."
Ben komt eerst in concentratiekamp Vught. Na een half jaar komen hij en zijn zus via Westerbork in Auschwitz terecht. "Het afscheid met hun ouders was verschrikkelijk. Mijn grootouders wisten hoe het kon aflopen."
In Auschwitz weet Ben zich nuttig te maken voor de SS en hij werkt in een fabriek. "Mijn zus werd gebruikt voor de beruchte medische experimenten, haar is tyfus ingespoten. Ze is daar overleden, op achttienjarige leeftijd."
De grootvader van Bert, de vader van Ben, is ergens in Polen verdwenen. "We weten niet waar, er is geen graf."
Op 22 juni 1945, nota bene de verjaardag van Ben, hoort hij via een oom dat zijn moeder nog leeft. "Achteraf gezien heeft Philips daarvoor gezorgd, ze kon daar aan het werk." Via een omweg kwam ze in Zweden terecht en na een aantal weken vindt het weerzien plaats.
"Mijn vader vertelde daar weinig over", zegt Bert. "Wat hij vertelde, waren vaak wat vreemde wetenswaardigheden. Dat hij er goed heeft leren metselen en aardappels rooien. Maar hij is het nooit kwijtgeraakt."
Zondagmiddag lezen Bert en zijn zus voor in Westerbork. "Maar we staan hier weer met zijn drieën, want de nieuwe generatie doet nu mee: mijn 25-jarige nichtje gaat voor het eerst voorlezen."
Voor Bert is dit een mooie en respectvolle manier om de namen levend te houden. "Namen die in het niets zijn verdwenen, familieleden die je nooit hebt leren kennen. Voor hen staan we hier, en nu ook ter herinnering van mijn vader."