Langzaamaan wordt bekend dat in de eerste decennia waarin het medium film zijn opgang deed veel vrouwelijke filmmakers actief waren. Ze waren zowel voor als achter de camera te vinden, als regisseurs, scenaristen, editors en acteurs. Dit was niet beperkt tot de Verenigde Staten, het was een wereldwijd fenomeen. Dat deze vrouwen jarenlang vergeten zijn, komt door mannen. Die schreven de eerste filmgeschiedenisboeken, maar hadden weinig aandacht voor het aandeel van vrouwen in met name de eerste dertig jaar van de filmgeschiedenis, de zo cruciale pioniersjaren (1895-1925). Het IFFR wijdt dit jaar een Focusprogramma aan filmmaker Katja Raganelli, die in haar werk de verdiensten van vrouwelijke filmmakers belicht.
In de documentaire Alice Guy Blaché (1997) memoreert Raganelli (1939) dat veel van Blachés films door filmhistorici als Georges Sadoul aan mannen werden toegeschreven, terwijl zij in werkelijkheid meestal de regie-assistenten van Blaché waren. Alice Guy Blaché (1873-1968) was een Franse filmpionier die eerst in Frankrijk werkte (tussen 1896 en 1906 bij Gaumont) en later met haar (camera)man Herbert Blaché naar de VS verhuisde. Ze bouwde er een filmstudio en zette een productiebedrijf op: Solax. Tussen 1910 en 1914 produceerde Solax zo’n driehonderd korte films, waarvan het merendeel verloren ging, een lot dat naar schatting 75 tot 90 procent van de films uit de periode van de zwijgende cinema trof.
IFFR programmeert enkele van Guy Blachés producties, waarin vaak met veel humor de traditionele man-vrouwverhouding wordt uitgedaagd, met soms travestie als onderdeel van de plot. In de komedie A House Divided (1913) is de vrouw niet ondergeschikt aan de man maar absoluut zijn gelijke.
Raganelli’s documentaire over deze filmpionier bevat een in 1982 opgenomen televisie-interview met Blachés dochter Simone, die met veel liefde over haar moeder vertelt. Ook zit er een gesprek in met Bessie Love. Zij speelde in D.W. Griffiths notoir racistische film The Birth of a Nation (1915) en diens historische epos Intolerance (1916), maar ook in enkele komedies van Guy Blaché, die ze roemt om haar rake gevoel voor humor. In ensceneringen speelt Eva Mattes de rol van Alice Guy Blaché. Daar moet je van houden, maar feit blijft dat Raganelli een van de eersten was die aandacht vroeg voor het werk van Guy Blaché, de eerste vrouwelijke filmmaker ter wereld.
Raganelli’s documentaire over Guy Blaché is onderdeel van haar omvangrijke project over vrouwen in de film- en kunstgeschiedenis. Deze werden gemaakt door haar eigen productiemaatschappij Diorama Film, opgericht samen met haar (camera)man Konrad Wickler. Het project begon in 1977 met een portret van de Franse regisseur Agnès Varda – te zien op IFFR, evenals enkele van Varda’s korte films. IFFR vertoont tevens Margery Wilson – Vom Stummfilmstar Hollywoods zur Filmregisseurin (1998). Net als Alice Guy was Wilson (1896-1986) een regisseur, maar van haar tussen 1920 en 1923 gefilmde oeuvre is niets meer over. Ook speelde ze, net als Bessie Love, in Griffiths Intolerance en in de stille westerns van en met westernster William S. Hart: IFFR vertoont The Return of Draw Egan (1916). Raganelli interviewde Wilson in 1982, haar herinneringen aan die periode zijn haarscherp, ze vertelt er met smaak over. Van de dominante Hart moest ze bijvoorbeeld niet veel hebben.
Daarnaast maakte Raganelli documentaires over recenter in de filmindustrie actieve vrouwen, behalve Varda de Hongaarse filmmaker Márta Mészáros, de Zweedse regisseur (en voormalig acteur) Mai Zetterling en de Duitse animatiepionier Lotte Reiniger, maker van prachtige films met uitgeknipte en geanimeerde silhouetten.
Als laatste is er Raganelli’s portret van acteur en (activistisch) filmmaker Delphine Seyrig, Die Liebe ist ein Mythos (1978). Iets om naar uit te kijken is Seyrig die voorleest uit het Scum-manifest (1967) van Valerie Solanas (in de gelijknamige film). Scum staat voor de Society for Cutting Up Men, haar manifest is een radicale afrekening met mannen. Die zijn emotioneel beperkt, egocentrisch, weinig empatisch en niet in staat tot oprechte interactie. Solanas’ utopie is een wereld zonder mannen.
Op Raganelli’s oeuvre wordt de laatste jaren voortgeborduurd door vele (vrouwelijke) historici en bijvoorbeeld het Women Film Pioneers Project (WFPP), dat sinds 2013 een groeiende online database verzorgt met daarin zowel artikelen over de belangrijke rol(len) van vrouwen in de filmindustrie als biografieën van (min of meer) vergeten vrouwelijke makers. Raganelli’s veelal voor de Duitse televisie gemaakte films waren ook vrijwel vergeten. Goed dat IFFR haar nu in het zonnetje zet.
Op zondag 2 februari spreekt Katja Raganelli in ‘Tiger Talk’ over haar oeuvre, in Rotterdam.
I Am with a Monk (Khom Akadet, 1984)
De jaren zeventig en tachtig waren de hoogtijdagen van de Thaise actiefilm, die een eigen niche veroverde tussen Hongkongs martial arts-films en de in de Filippijnen en Indonesië gedraaide actiefilms. I Am with a Monk is een van de hoogtepunten van het genre, met in de hoofdrol twee van zijn grootste sterren: Sorapong Chatree en Sombat Metanee.
Saturn Return (Daniela Zahler, 2024)
Oostenrijks eerste filmproductiemaatschappij, Saturn, maakte in haar vijfjarige bestaan alleen erotische films. Ruim een eeuw later besloot Daniela Zahler een aantal van die films opnieuw te maken, maar dan met een moderne kijk op gender en genderongelijkheid. Een buitengewoon bont werk met een aantal bekende hedendaagse avant-gardistische filmmakers in de hoofdrol.
The Lilac Wind of Paradjanov (Ali Khamraev, 2025)
Filmmaker Ali Khamraev dook samen met cinematograaf Yuri Klimenko de archieven in en reisde naar Armenië en Georgië om de 100ste geboortedag van Sergei Paradjanov te eren, de in Georgië geboren regisseur die voornamelijk in Armenië werkte. Na enkele periodes van gevangenschap (wegens vermeende homoseksualiteit) was Paradjanov in 1988 te gast op het IFFR.
Turang (Bachtiar Siagian, 1958)
Tijdens zijn verzet tegen het Nederlandse leger raakt vrijheidsstrijder Rusli ernstig gewond. Tipi en haar vader, het dorpshoofd van het door Nederland bezette dorp, verzorgen hem. In het neorealistische Turang, een van de Indonesische films van na de onafhankelijkheid over de onafhankelijkheidsoorlog, staat de rol van gewone mensen in deze vrijheidsstrijd centraal.
The Red Detachment of Women (Xie Jin, 1961)
Deze Chinese revolutiefilm is geïnspireerd op ware gebeurtenissen en schetst de levensloop van Qionghua, een ontsnapte slavin die zich aansluit bij een uit vrouwen bestaande eenheid van het Rode Leger om reactionaire krachten te bestrijden. Xies film, bedoeld om de bijdrage van vrouwen aan de arbeidersbeweging te gedenken, focust op Qionghuas ontwakende klassenbewustzijn.
Een nieuwsbrief voor echte filmliefhebbers. Lees iedere week mee over de laatste ontwikkelingen, de beste recensies en interviews.
Source: NRC