Home

Guido Belcanto: ‘Ik denk dat ik het onderwerp seks van alle kanten heb belicht. Iemand moet dat doen, vind ik’

Guido Belcanto (71), de Vlaamse ‘missing link tussen André Hazes en Jacques Brel’, heeft een nieuwe plaat uitgebracht, Tedere Baldadigheden. In zijn huisje in de bossen blikt hij terug op zijn bochtige levensweg en vertelt hij over de noodzaak van open en bloot over seks zingen.

is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media, populaire cultuur en muziek.

Als de langharige, slanke en in het zwart geklede zanger uit Wortel aankondigt dat hij zijn volgende lied opdraagt aan alle mannen in de zaal die op seksueel gebied tekortkomen, lachen de honderden grijsaards, weduwen en andere ouderen besmuikt. ‘Een song van solidariteit’, verduidelijkt Guido Belcanto in het keurige Cultuurcentrum Leopoldsburg.

Vaginale vakantie, heet het nummer. Belcanto betuigt zijn steun aan een man die op ‘penetrair verlof’ is gestuurd. Het staat op de plaat met de typische Belcanto-titel die eind vorig jaar uitkwam, Tedere baldadigheden, zijn vijftiende sinds 1989. De thema’s zijn onveranderd. De keizer van het Vlaamse levenslied blijft trouw aan zijn unieke oeuvre waarin grofweg gezegd compassie, zelfspot, nostalgie, seks, humor en ironie worden gemixt en zijn eigen, roerige leven de leidraad is.

40 jaar rebellie

Het concert in de historische garnizoensstad in Belgisch Limburg is uitverkocht, zoals al zijn optredens in eigen land. In België is de eigenzinnige vrijdenker Belcanto (71) een fenomeen, een publiekstrekker die al bijna veertig jaar rebelleert en nieuwsgierigheid en spanning opwekt. Incidenteel stak hij de grens over, maar vaste voet onder de grond kreeg hij in Nederland niet. Voor het enige concert van de tournee in Nederland, zaterdag 24 januari in Tilburg, zijn nog kaarten verkrijgbaar.

In Leopoldsburg speelt hij met het publiek en daagt hij subtiel uit. De komst naar het Cultuurcentrum van de merendeels zestigplussers, veelal abonnementhouders, is voor hem het ‘bewijs van uw goede smaak en intelligentie’.

Later, terloops: ‘Het leven is klote, maar dat geldt voor iedereen.’ Hij spreekt zijn bewondering uit voor het werk van Eels, de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Mark Oliver Everett: ‘Omdat hij zich kwetsbaar opstelt, ik herken mezelf in hem.’

Schijnheilige oorlogsvoerders

Belcanto brengt een ode aan de vrouwen die hij nooit heeft gekend, zingt over een vrouw die seks heeft op vreemde plaatsen en klaagt in Meneer de Generaal verbeten schijnheilige oorlogsvoerders aan. Met een zoete terugblik op de jaren zestig, In de kronkels van mijn geest van zijn voorlaatste album, verlangt hij als nostalgicus naar de ‘tijd dat alles kon’.

Gaandeweg het concert in Leopoldsburg krijgt Belcanto het publiek mee, gesteund door zijn begaafde zesmansbegeleidingsband Het Broederschap. Zijn jongste zoon, Dimitri, is een van de gitaristen. In het laatste nummer voor de toegift bedankt Guido Belcanto zichzelf voor de glorie en de roem, voor de vrouwen die hij heeft bemind en voor alle hits die hij heeft gehad. Ik wil mijzelf bedanken / voor het leven dat ik leid / ik heb het ver geschopt / dat is een vaststaand feit.

Het slotapplaus is ovationeel en houdt minutenlang aan. De enkeling die Guido Belcanto niet kende, kent hem nu. Achter op het podium hangt een doek met een groot hart; een gebroken hart, vanzelfsprekend, met een kroon erbovenop.

Twee dagen later, een verscholen, eenvoudig huisje zonder stromend water in de bossen van de Belgische Kempen ten oosten van Antwerpen, bereikbaar via een onverharde weg. Een badkamer ontbreekt, elke dag doucht Guido Belcanto 5 kilometer verderop in een zwembad, tot zijn plezier. ‘Ik hou ervan dat niet alles vanzelfsprekend is; dat je ergens moeite voor moet doen.’

Blaffende hond

Hij woont er al meer dan twintig jaar, voor een bescheiden huursom. Alleen een blaffende hond doorbreekt de stilte. De ontvangst is vriendelijk, ter voorbereiding op het gesprek heeft Belcanto wat notities gemaakt. Hij formuleert zorgvuldig.

Wechelderzande, heet het hier. Voor het huis staat een groot bord met de tekst Verzekering tegen Dorst, de naam van het café dat zijn ouders in de jaren vijftig in Wortel uitbaatten. Andere delen van het jaar brengt hij door in een huisje in de Pyreneeën, ook in eenzaamheid. ‘Ik ben niet iemand die elke dag menselijk contact nodig heeft.’

Hij is een kluizenaar, zegt hij, een eenzaat die in zijn eigen universum de afzondering koestert. Met liefde maakt hij een uitzondering voor de optredens met de band waarmee hij al vijftien jaar optrekt, ‘mijn familie, mijn broeders’, niet voor niets Het Broederschap geheten. Het concert zaterdag in Leopoldsburg was een pittige opgave, zegt hij: hij moest veel geven om de zaal, die werd gedomineerd door wat hij het ‘brave katholieke Vlaanderen’ noemt, te veroveren.

Ten strijde

‘Mensen die zich niet durven laten gaan. Het heeft te maken met het katholicisme dat hier bij ons nog altijd diepgeworteld is. Ik ben ook katholiek opgevoed. Ik weet wat het is, maar ik trek er tegen ten strijde door bijvoorbeeld open en bloot over seks te zingen. Dat is een taak die ik mijzelf heb opgelegd.’

De kachel loeit. Het dorp in de Nederlands-Belgische grensstreek waar hij voor de verhuizing naar Turnhout van het gezin met vijf kinderen de eerste zes jaar van zijn leven doorbracht, Wortel, ligt niet ver weg. Op tafel liggen boeken van de cynische pessimist Michel Houellebecq en Jean-Jacques Rousseau (Overpeinzingen van een eenzame wandelaar). In de volle kasten springen de namen van Jan Cremer, Che Guevara, Nick Cave, Dimitri Verhulst, Lou Reed en Marco Pantani in het oog. Belcanto is een lezer.

Zijn leven ontvouwt zich in het interieur, de opslag van een bonte verzameling. Gitaren. Foto’s en tekeningen van Guido Belcanto. Spiegels. Een doodshoofd. Religieuze symbolen (schilderijen van Jezus aan het kruis, een oorkonde met de tekst ‘Geloofd zij Jezus Christus’), zwart-witfoto’s, een wereldbol, een opgezette duif en een groot bot van onbestemde herkomst.

Versleten dingen

‘Het staat hier vol oude rommel, maar alles klopt. Ik hou van versleten dingen. Ook dit huisje is eigenlijk versleten, hè? Ik leef hier in het besef dat alles vergankelijk is. Dat geeft mij rust. Ik heb nog nooit een nieuwe auto gekocht, bijvoorbeeld. Ik wil, zal en moet met een oude wagen rijden. Anders klopt het niet meer, dan verraad ik mezelf.’ Het merk is Mercedes, om precies te zijn.

Het boshuisje kwam toevallig op zijn pad. Het stond leeg en was verwaarloosd. Belcanto, fervent wielrenner (daarom ook Marco Pantani), kwam er op een dag toevallig langs en wilde niet meer weg. Via het gemeentebestuur kwam hij erachter dat het in het bezit was van een oude vrouw, de voormalige huishoudster van een plaatselijke pastoor.

De vrouw had het van hem geërfd en was bereid het te verhuren aan de zanger. ‘Wat hadden die twee samen, die meid en die pastoor? Wat is hier in dit huisje gebeurd? Die vragen spreken natuurlijk enorm tot mijn verbeelding.’

Eén been in de zelfkant

Het huis bood hem ‘verlossing en bevrijding’, hij gaat er niet meer weg. De stad die hij liefhad, Antwerpen, keerde hij in 2003 gedesillusioneerd de rug toe. Hij had er dertig jaar gewoond, met één been in de zelfkant. Antwerpen veranderde en bood hem geen inspiratie meer.

‘Veel van mijn favoriete cafés verdwenen en het toerisme nam enorm toe. Het stadsbestuur drukte er veel lelijks door en met één klap werd de helft van het aantal bordelen geliquideerd. Dat was een dolk in mijn hart. Een stad zonder bordelen is geen stad. Ik was Antwerpen beu. Of Antwerpen was mij beu, dat kan ook.’

Het was ook de stad waar het allemaal begon; waar Guido Versmissen Guido Belcanto werd en zijn doorbraak als zanger beleefde. Zijn bestemming vond hij mede dankzij Mary Servaes, de Zangeres zonder Naam wier liedjes in dorpscafé Verzekering tegen Dorst in Wortel in zijn vroege jeugd uit de jukebox schalden.

Schatplichtig

Op straat en in marginale volkse cafeetjes bracht hij haar repertoire ten gehore, liedjes als Ach vaderlief (toe drink niet meer) en Bloeiende twijgen. De gevolgen waren onverwacht. Hij had nergens op gerekend en wat Guido Belcanto graag gezegd wil hebben: hij is schatplichtig aan de Zangeres zonder Naam, de vrouw met wie het allemaal begon.

‘Ik merkte dat ik als zanger in cafés heel goed aan de kost kon komen. En ik ontdekte dat ik met de klank van mijn stem emoties losmaakte en zelfs mensen kon doen wenen. Dat was voor mij een grote openbaring. Nu weet ik waarom ik op aarde ben, dacht ik, nu weet ik wat mij te doen staat in dit leven. Ik had mijn taak gevonden.’

Het werk van de Zangeres zonder Naam koestert hij nog steeds, maar als zanger en liedjesschrijver is hij geëvolueerd. Een ‘missing link tussen André Hazes en Jacques Brel’ noemt hij zichzelf. Hij was al 36 toen hij zijn eerste plaat uitbracht, Op zoek naar romantiek.

Gezamenlijk vormen de titels van zijn platen een grove schets van zijn karakter en levensloop: Plastic rozen verwelken niet (1990, geproduceerd door Henny Vrienten), Man van lichte zeden, Koning & Clochard, Balzaal der gebroken harten. In 2018 kreeg een musical over zijn leven de titel De zoete smaak der zonde.

Doorstart

Ook zijn laatste plaat, Tedere baldadigheden, past in de reeks. Het is een doorstart. Belcanto ging in zee met een producent met een lange staat van dienst in de Belgische muziekindustrie, Firmin Michiels. Hij is tevens zijn nieuwe manager. Een van hun doelstellingen: een ander, jonger publiek veroveren, óók in Nederland.

Waar de lach is, is de traan nooit ver weg. Dankzij de muziek en zijn stem verdient Belcanto fatsoenlijk de kost, zegt hij. ‘Ik geniet enorm van de erkenning, maar ik kan mezelf nog steeds niet zien als een man met een carrière. Dit is mijn taak, mijn roeping, mijn missie. Ik heb nog steeds de mentaliteit van de straatzanger, ik ben content als mensen mij wat toestoppen.’

Hij wijst op een spiegel met een tekst, hij heeft de woorden overgeschreven op een papiertje. Leest voor: ‘Ik ben een eenmansbeweging, een stroming op zich, de belichaming van het levenslied.’ Ter toelichting: ‘Bijna al mijn songs zijn gebaseerd op mijn eigen ervaringen; op mijn eigen leven. Ik ben niet in staat om iets uit mijn duim te zuigen. Daarom kun je het levensliederen noemen.’

Losers en slachtoffers

Later, weer met het papiertje in de hand: ‘Ik zie mezelf als een kunstenaar. En dat durf ik van mezelf te zeggen omdat ik een universum creëer waarin plaats is voor emoties en dromen. Voor hartstocht, lach en tranen en compassie met losers en slachtoffers. Ik schrijf aparte songs, maar het is meer dan dat, een universum.’

En ja, de seks en de liefde, maar vooral de seks. ‘Ik denk dat ik dat onderwerp al van alle kanten heb belicht. Iemand moet dat doen, vind ik. En ik ben blijkbaar exhibitionistisch genoeg om het te durven. Vaginale vakantie is gebaseerd op een eigen ervaring en ik heb ook songs over vroegtijdige zaadlozingen en zelfbevrediging geschreven. Er zijn veel meer voorbeelden, ik zou er een conceptplaat mee kunnen vullen.’

Hij staat alleen. ‘In Vlaanderen zingt niemand anders zo open en bloot autobiografisch. Ik kom uit voor mijn mislukkingen, ik stel mij kwetsbaar op. Het blijkt dat mensen zich daarin herkennen. Ik voel me de uitverkorene die dit genre in stand moet houden.’

Seksuele identiteit

In Geheime bekentenissen had hij in 2009 zijn bochtige levensloop opgeschreven, niets werd weggelaten of opgesmukt. Hij verhaalt over de ‘moordende zoektocht naar zijn seksuele identiteit’, het al sinds zijn jeugd gekoesterde verlangen om vrouw te zijn en over zijn alter ego, de travestiet Gina Divina; over de pedofiel die hem aanrandde toen hij 6 jaar was en het levenslange trauma dat daarvan het gevolg was; over een depressie die vier jaar duurde en een opname in een psychiatrisch ziekenhuis; over de transformatie van Guido Versmissen tot Guido Belcanto en over de drie zoons die hij verwekte bij twee vrouwen met wie hij nooit samenwoonde. En over de verlossing door de muziek en zijn eigen stem.

Een bonte, lange stoet vrouwen trekt voorbij, regelmatig in samenhang met het libido van de auteur. De magnifieke, meerlaagse en bij de lezer tot tevredenheid stemmende slotzin: ‘Het is niet gemakkelijk om Guido Belcanto te zijn, maar ik prijs mij gelukkig dat ik het ben en niet iemand anders.’

Hij schreef het boek destijds in een koortsachtige roes, uit nieuwsgierigheid naar het leven van de beide Guido’s, de man en de kunstenaar. ‘Is mijn leven echt de moeite waard geweest? En is het voor anderen de moeite waard om erover te lezen? Hoe meer ik met het schrijven bezig was, hoe interessanter ik mijn leven begon te vinden. Wauw! Ik ben interessant! Ik heb een interessant leven!’

Excorcisme

Het schrijfproces had een louterend effect op hem. ‘Het was ook een vorm van exorcisme, een uitdrijving van de duivels uit zijn leven.’ Of alle demonen nu zijn verdwenen? ‘Ik denk het wel.’ Niet voor het eerst verwijst hij naar het katholicisme, de religie waarmee hij opgroeide en die zijn leven bepaalde. In het bestaan van God gelooft hij niet.

‘Maar ik kan niet leven met de gedachte dat ik hier per ongeluk ben. Ik wil geloven dat ik hier met een missie ben, dat ik op de wereld ben gekomen om te doen wat ik nu doe. Anders is mijn leven zinloos. Ook als je niet gelovig bent moet je proberen om erachter te komen wat je hier kan uitrichten. Wat geeft mijn leven zin? Wat kan ik hier doen? Wat zijn mijn talenten? Dat zou iedereen zich moeten afvragen.’ Indringende blik. ‘Je begrijpt me?’

Na de Tedere baldadigheden-toer trekt hij weer naar de Pyreneeën, naar een ruig en verlaten gebied, alleen. Hij kocht er zes jaar geleden een huisje. Het was goedkoop en bovendien, ‘ik ben nogal spaarzaam’.

Cols bedwingen

Vroeger kwam hij er al, om te fietsen en de cols te bedwingen. Die verslaving heeft hem nog steeds in een greep. ‘Wat ik het liefste doe is een lange beklimming in een gelijkmatig tempo. Het maakt dingen los in mijn hoofd en ik kom dikwijls op de beste ideeën voor songs. De Fransen hebben een uitdrukking die het goed samenvat, il faut souffrir pour être heureux; we moeten lijden om gelukkig te zijn. Het klinkt fout, katholiek ook, maar daar komt het wel op neer.’

De man die zichzelf ‘koning der gebroken harten’ noemt, heeft weer een relatie, twee jaar al. Op een dag stond ze plotseling voor de deur. Het was snel bekeken.

‘Zo is het in mijn leven altijd gegaan met vrouwen, ik ben geen man die achter ze aan gaat, geen veroveraar. Het meisje kwam hier met een overdosis liefde, ik kon haar onmogelijk weerstaan. Dat geluk heb je dan, hè, als bekende zanger. Verliefdheid, ik heb nooit gedacht dat het nog op mijn pad zou komen. Ik prijs me gelukkig.’

Guido Belcanto: Tedere Baldadigheden. Productie: Firmin Michiels en Guido op de Beeck. Starman Records. Optredens in België tot eind maart, en op vrijdag 24 januari in schouwburg Tilburg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next