Home

Artsen keren zich tegen haantjesgedrag van artsen: ‘We verliezen kundige mensen voor de zorg. Wat zijn we dan aan het doen?’

Zorgprofessionals zijn een opmerkelijke campagne begonnen tegen de uitwassen van de hiërarchische cultuur in de wereld van medisch specialisten. ‘Er komt een hele generatie aan talentvolle dokters aan die dit gewoon niet meer pikt.’

is zorgverslaggever van de Volkskrant.

En toen kwam de dag waarop Annick Kronenburg besloot: het gaat mij niet lukken de cultuur in het academische ziekenhuis te veranderen. Het afkraken, het gemopper, collega’s die de dag niet beginnen met de vraag ‘Hoe gaat het?’ of ‘hoe was je nachtdienst?’, maar met regelmatig klagen tegen de artsen in opleiding; dit is niet een omgeving waarin samenwerking en werkplezier op de voorgrond staan.

‘Neurochirurgie is het mooiste vak dat er is’, zegt Kronenburg, ‘ik deed het met volle passie en overgave, maar de offers werden mij op deze manier te groot.’ Na al die jaren van opleiding om neurochirurg te kunnen worden, heeft ze haar witte jas in de kast gehangen.

Kronenburg is met twee oud-collega’s naar een café in Utrecht gekomen om te praten over een opmerkelijke campagne die dinsdag met een filmpje op sociale media van start gaat. In het spotje loopt een chirurg boos weg van de operatietafel, omdat een jonge collega die het vak nog moet leren niet snel genoeg zijn aanwijzingen opvolgt. Als de chirurg even later zelf op de padelbaan uiterst geduldig en op een positieve toon les krijgt, ziet hij zijn eigen verwerpelijke gedrag in.

De campagne, afkomstig van zorgcollectief VVAA (135 duizend zorgprofessionals), moet zorgverleners een spiegel voorhouden en de archaïsche en vaak onnodig hiërarchische verhoudingen binnen de wereld van de medisch specialisten in het ziekenhuis ter discussie stellen. Het zijn dus ook artsen zelf die vinden dat artsen moeten veranderen.

Voorbeeld: een coassistent komt de overdrachtruimte binnen en gaat op een stoel zitten. Er zit geen briefje ‘gereserveerd’ op, geen naambordje van de professor, maar het is wel Zijn Stoel. In de strikte hiërarchie van het ziekenhuis geldt: dat had je maar moeten weten, en weet je het niet, dan word je dat luid en duidelijk meegedeeld (de arme coassistent krijgt de wind van voren van de professor) en waag het niet daarover te gaan lopen miepen. Ook de andere aanwezigen laten het wel uit hun hoofd de professor hierop aan te spreken.

Uitwassen

‘Door dit soort uitwassen van de ziekenhuiscultuur verliezen we kundige mensen als Annick voor de zorg. Wat zijn we dan aan het doen?’, zegt Marike Broekman, hoogleraar en neurochirurg in Leiden en Den Haag. Ook zij maakt mee dat chirurgen instrumenten door de operatiekamer smijten als er iets misgaat, dat een arts in opleiding al om 8 uur ’s ochtends te horen krijgt dat ze de rest van de dag nog drie vragen mag stellen omdat ze te veel praat, en dat collega’s ‘oetlul’ worden genoemd. Broekman: ‘Er komt een hele generatie aan talentvolle dokters aan die dit gewoon niet meer pikt. En terecht.’

Daarom benaderde ze Marijn Houwert, traumachirurg en voorzitter van de VVAA, een oude bekende. Haar vraag: ‘Kunnen we hier niet iets positiefs tegenover zetten? Iets wat het fundament aanpakt, omdat het zo geweldig is om in een ziekenhuis te mogen werken?’

Ze was bij Houwert aan het goede adres. Hij spreekt zich al langer uit voor een andere artsencultuur. Toen hij jonge artsen ging opleiden, merkte hij dat de studenten ‘stonden te trillen als een rietje’ als ze hem – ‘u, dokter Houwert’ – een vraag wilden stellen. ‘Daar moeten we van af. Als je niet op een normale manier met elkaar kunt praten, kom je nooit tot een gesprek.’

En belangrijker nog: ‘Als de drempel om binnen te stappen zo hoog ligt, krijg je ook nooit feedback van jonge, slimme mensen die heus wel wat te zeggen hebben. We hebben een waanzinnig gaaf vak, we hebben loeihard gewerkt om dat onder de knie te krijgen. We moeten uitstralen dat er ruimte is voor iedereen, omdat we ook iedereen nodig hebben.’

Mythisch verhaal

Onder de chirurgen in het UMC Utrecht gaat een verhaal rond dat een bijna mythische status heeft gekregen: dat van Maren (niet haar echte naam). Inmiddels in opleiding tot chirurg, maar ooit een 20-jarige coassistent die met een senior chirurg meedeed met een alvleesklieroperatie waarbij de chirurgen na het verwijderen van de alvleesklierkop de alvleesklier weer aan meerdere organen moeten koppelen, een zogenoemde anastomose. Vlak voordat de chirurg de operatie wilde afronden, was het Maren die opmerkte: ‘Volgens mij mist u een anastomose.’

Houwert: ‘Ze had gelijk, en de chirurg was opgetogen dat een co-assistent het had gezien en het durfde te zeggen. Maar het feit dat dit verhaal legendarisch is, laat zien hoe abnormaal het is dat ze haar mond opentrok. Terwijl je voor de zorg en de patiënten juist meer Marens zou moeten willen.’

Toevallig zijn Houwert, Kronenburg en Broekman alle drie chirurg, maar hun oproep geldt de volle breedte van de zorg. Uit een enquête van vakblad Medisch Contact onder 58 duizend artsen en geneeskundestudenten bleek onlangs nog dat meer dan de helft van hen grensoverschrijdend gedrag heeft ervaren.

Natuurlijk, zeggen ze gezamenlijk, één zo’n filmpje gaat een cultuur niet in één klap omgooien. Broekman: ‘Wat wij wel willen doen is de dialoog faciliteren. En dat is essentieel om stappen te kunnen maken, om die drempel te verlagen om wel feedback te geven. Dat is ook voor de patiëntveiligheid beter; je wilt niet hebben dat een verpleegkundige haar vermoeden niet uitspreekt dat een arts de verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven, omdat-ie altijd zo staat te schreeuwen.’

Er komen meer filmpjes, essays, en in de zomer verschijnt een boek met tips, gericht aan iedereen in de zorg, om duidelijk te maken waar je morgen mee kunt beginnen om het werken in de zorg leuker en beter te maken – al is het maar met kleine stapjes, zeggen Kronenburg en Houwert. ‘Je wilt de mensen te pakken krijgen die zich er niet bewust van zijn wat er eigenlijk gaande is.’ En dat, zegt Broekman, ‘vanuit het optimisme dat het mogelijk is een cultuur te veranderen.’

1.500 vermijdbare doden

Ook Jop Groeneweg denkt dat de ziekenhuiscultuur kan veranderen. Sterker nog, dat die al aan het veranderen is. Groeneweg is hoogleraar veiligheid in de gezondheidszorg aan de TU Delft (niet betrokken bij de VVAA of de campagne) en onderzoekt hoe psychologische veiligheid van de werkvloer kan bijdragen aan betere zorg. Hard nodig, stelt hij, want er vallen in de Nederlandse ziekenhuizen nog altijd vijftienhonderd vermijdbare doden per jaar, ‘en het lijkt wel of niemand daar wakker van ligt’.

Dat ligt niet aan de artsen en verpleegkundigen, benadrukt Groeneweg: ‘Elke zorgprofessional is er ondersteboven van als er iets misgaat. Maar zij staan tot hun enkels in de modder van falende organisaties en systemen.’

Dan gaat het om patiëntendossiers die de verkeerde informatie laten zien, om de hoge werkdruk, maar ook om ‘de hiërarchie die mensen ervan weerhoudt hun mond open te doen’. Groeneweg woonde ooit een operatie bij waar de chirurgen discussie kregen over de beste oplossing en zij uiteindelijk kozen voor een alternatieve oplossing.

De nabespreking verliep klassiek: chirurgen en hooggeplaatste artsen gezeten aan de binnenring van tafels, ‘de mindere goden, zal ik maar zeggen’ eromheen. Een van hen vroeg waarom de artsen voor de alternatieve oplossing hadden gekozen, waarop de chirurg zich omdraaide en snauwde: ‘Denk jij nou dat je het beter weet?’

‘Toen ik hem vroeg waarom hij zo reageerde’, herinnert Groeneweg zich, ‘zei hij dat de leerling-arts gewoon had moeten doorvragen, dat hij hier hard van werd en dat het bij hem ook zo was gegaan. Gelukkig is dit soort gedrag wel echt aan het uitsterven.’

Wat daarbij helpt, zegt Groeneweg, is als je de structuur van dit soort multidisciplinaire overleggen aanpakt. Geen hiërarchische opstelling met vaste plekken, wel op een tijdstip dat iedereen erbij kan zijn en op een manier dat elke aanwezige standaard zijn zegje kan doen. ‘Het allerbelangrijkste is dat iedereen inziet dat ieders input belangrijk is. Zo creëer je een psychologisch veilige omgeving, waarop ook de verpleegkundige die net is begonnen een sociaal risico durft te nemen door een opmerking te maken. Dat kun je wel degelijk faciliteren.’

Als je maar lang genoeg positief reageert als iemand zich uitspreekt, dan verankert zich dat vanzelf in de cultuur van de organisatie. Dat kost in het begin misschien veel tijd, en dat is lastig met de stress die in ziekenhuizen altijd de praktijk van alledag bepaalt, maar op de lange termijn betaalt het zich uit: minder uitval, nieuw personeel dat graag komt werken in ziekenhuizen waarvan bekend is dat de sfeer er goed is.

‘Daarom ben ik optimistisch’, zegt Groeneweg. ‘Steeds meer ziekenhuizen passen hun werkwijzen aan. Over tien jaar is het probleem van de werkcultuur veel kleiner geworden, daar zet ik wel een appeltaart op in.’

In de zorg werken is gewoon hartstikke mooi, benadrukt Houwert in het Utrechtse café. Vanmiddag kreeg hij nog een appje van zijn collega. ‘Morgen lekker klussen samen!’ Op het programma staan een bekkenfractuur (‘maar dit bekken kan minimaal invasief en met 3D-doorlichting, dus dan kan iedereen het’), en hij moet – verdrietige casus – een been afzetten. Maar toch: ‘Prachtig vak.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next