Home

Waarom het boek ‘Giovanni’s kamer’ van James Baldwin, bijna 70 jaar oud, ook relevant is voor een nieuwe generatie

Giovanni’s kamer (1956), nog steeds een van de meestgelezen boeken van James Baldwin, gaat over een jonge Amerikaan in Parijs die worstelt met zijn seksuele geaardheid. Het verhaal wordt nu door Internationaal Theater Amsterdam op de planken gebracht. Wat betekent het boek voor de jongere generatie?

schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.

‘Parijs is de stad waar iedereen minstens één histoire d’amour beleeft, waar iedereen dronken wordt van de heerlijke lucht van vrijheid’, schreef James Baldwin in zijn essay Een kwestie van identiteit (1954). Hij wist waarover hij het had: Baldwin was 24 jaar toen hij in 1948 besloot weg te gaan uit New York en zijn familie te verlaten. Hij vertrok naar Parijs, de stad van de vrijheid en het avontuur. Daar ging hij boeken schrijven, waaronder zijn intussen beroemde roman Giovanni’s Room uit 1956. Afgelopen zondag ging bij Internationaal Theater Amsterdam de theaterversie van deze fatale amour fou in première. Wat maakt zijn werk bijna zeventig jaar later later opnieuw belangwekkend?

De kamer van Giovanni

Straatarm is James Baldwin als hij in Parijs aankomt en zijn intrek neemt in een goedkoop pension. Daar wordt hij vervolgens doodziek. Hij is de oudste uit een gezin van negen kinderen met verschillende vaders, werd opgevoed door een streng religieuze stiefvader. Hij vluchtte naar Europa, naar eigen zeggen niet omdat hij zo graag naar Parijs wilde, maar vooral omdat hij weg wilde uit Amerika.

James Baldwin is zwart, komt uit een lastig gezin, hij worstelt met vage homoseksuele gevoelens, en de situatie voor zwarte mensen in zijn land is niet bepaald vriendelijk. Vlak voor zijn vertrek heeft een vriend van hem zelfmoord gepleegd. Als hij zou blijven is de kans groot dat hij hetzelfde zou doen, zo vertelde hij later.

Schrijven wordt zijn redding. In 1953 debuteert hij met de autobiografische novelle Kom, roep het van de bergen, dat een bescheiden succes wordt. Als hij zijn uitgever vervolgens het manuscript van zijn roman Giovanni’s kamer laat lezen, krijgt hij te horen dat dat boek zijn literaire ondergang zal betekenen.

Broeierig begin

Het verhaal gaat over twee witte jongemannen die in Parijs een verboden liefde beleven – van een aarzelend, broeierig begin tot een fataal einde. Te expliciet, vindt zijn uitgever. Daarbij: het publiek verwacht van Baldwin dat hij schrijft over het lot van zwarte mensen in Harlem, niet over de problemen van witte mannen in een verre stad. Uiteindelijk vindt Baldwin een Engelse uitgever; Giovanni’s Room zal uitgroeien tot een van zijn bekendste en meestgelezen boeken, dat inmiddels behoort tot de canon van queer literatuur.

In Giovanni’s kamer is David – afkomstig uit een gegoede Amerikaanse familie – de verteller die in een gayclub de Italiaanse barman Giovanni ontmoet. Die louche bar is een soort vrijplaats voor homoseksuele mannen die daar in een sfeer van prostitutie en lichte criminaliteit de realiteit ontvluchten. In Giovanni’s armoedige kamer – een stinkhol vol troep en etensresten – vinden de twee mannen een paar maanden lang hun geheime paradijs, maar uitzicht op een beter leven is er niet.

Belangrijke andere personages zijn Davids verloofde Hella, die op reis is in Spanje maar terugkeert naar Parijs, en twee oudere mannen die om de jongens heen cirkelen, afwisselend in de rol van beschermheer, minnaar tegen wil en dank en uitbuiter. Telkens als er iets van hoop gloort, doemt de ellende alweer op.

David in Giovanni’s kamer: ‘Hij is hier, bij me. Hij loopt naast me, heen en weer, hij wast, pakt koffers, drinkt van mijn fles. Hij is overal. In muren, spiegels, water, de nacht buiten – hij is overal.’ De roman speelt zich voornamelijk af in de bar, de kamer én in het hoofd van David, maar intussen schetst Baldwin ook een fraai beeld van Parijs in de jaren vijftig, met wandelingen langs de Seine, terrasjes en bistro’s waar wijn gedronken wordt.

Het podium van Internationaal Theater Amsterdam

Van die Parijse sfeer is in de theaterbewerking van Eline Arbo bij Internationaal Theater Amsterdam weinig overgebleven. Integendeel: de vormgeving van deze productie is hightech, met veel staal, lampen en glas. Het is Arbo dan ook niet te doen om Parijs als stad van de liefde, maar om die twee mannen op hun eilanden in de stad: de kamer en de bar, en de vrijheid die ze daar ervaren. Samen met dramaturg Bart Van den Eynde bewerkte ze het boek.

Van den Eynde: ‘David kijkt met een zekere zelfhaat naar homoseksualiteit. Ik denk overigens dat elke homo per definitie iets van zelfhaat in zich meedraagt – je bent nu eenmaal opgegroeid in een context waarin homo-zijn als afwijkend wordt gezien. Het zal ook voor Baldwin zelf gelden, vermoed ik, hij beschouwt de homoseksuele liefde als een soort niche. De bar en zijn bezoekers worden door David met afkeer beschreven, daar zit ook zeker iets van Baldwin zelf in. Vergeet niet dat homoseksualiteit in zijn eigen zwarte gemeenschap allesbehalve geaccepteerd was.’

De rol van Jacques, de oudere homoseksueel die zich deels uit eigenbelang, deels uit bezorgdheid over de jongens ontfermt, wordt gespeeld door Steven Van Watermeulen (56). Hij las het boek al op de middelbare school, uit nieuwsgierigheid.

Naar jongens gluren

Van Watermeulen: ‘Ik kom uit Sint Laureins, een klein dorp in Vlaanderen en ik had geen enkel voorbeeld. De enige homoseksueel die we kenden was een man in een beige pak die op een fiets met twee achteruitkijkspiegels door het dorp reed en dan naar de jongens gluurde en rare bekken trok. En er was een vagebond, Marco heette hij, twee jaar ouder dan ik, die het blijkbaar ook was, hij heeft mij later ingewijd.’

Eelco Smits (47) speelt verteller David en vanwege die rol las hij Giovanni’s kamer – ‘fantastisch boek, zo schijnbaar eenvoudig en helder opgeschreven!’. Toen Smits in 2023 de Louis d’Or won voor zijn rol in Geschiedenis van geweld van de Franse schrijver Édouard Louis, maakte hij in zijn dankwoord indruk door een fel statement over homohaat die nog steeds niet is verdwenen.

Smits: ‘Oké, je hoeft je niet meer te verstoppen, maar ik maak me eerlijk gezegd geen enkele illusie over homoacceptatie. In die zin is er weinig veranderd. Als ik op straat langs een groepje jongens loop hoor ik bijna altijd ‘hé, homo!’. Waarom? Hoezo? Hoe zien ze dat? Dat gaat echt niet veranderen. Dat overkomt David ook, Baldwin had dat goed door. David is homoseksueel, maar stopt dat weg en kiest ervoor om te trouwen en kinderen te krijgen, dat is veiliger. Zou hij in deze tijd leven, dan zat hij stiekem op Grindr.’

De leesclub en de universiteit

De uitgever noemt Giovanni’s kamer een everseller: het boek verkoopt nog steeds goed. Bij uitgeverij De Geus kwam vorig jaar een nieuwe vertaling uit van Eefje Bosch en Manik Sarkar en die heeft de belangstelling opnieuw aangewakkerd. Dat Baldwin ook door jonge mensen wordt gelezen, bewijst de leesclub van Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) waar in november Giovanni’s Room uitvoerig werd besproken. Dichter en schrijver Simone Atangana Bekono (33) begeleidde die bijeenkomst waarin vijftien lezers over het boek discussieerden.

Atangana Bekono: ‘Baldwins boeken zijn voor mijn eigen schrijverschap belangrijk geweest. Ik las Giovanni’s kamer tijdens mijn schrijfopleiding en herkende in dat boek veel thema’s die mij interesseerden. Hij schreef over klassenverschillen en homoseksualiteit en hij reisde veel, waardoor hij inzicht kreeg in hoeveel nuances er bestonden in de positie van zwarte mensen buiten Amerika.

‘Zijn werk heeft een introspectieve kracht, hij is onverbiddelijk over hoe het eraan toegaat in de wereld, en onverbiddelijk voor zichzelf. Wat ik ook zo goed vind aan Giovanni’s Room is de opbouw. David en Giovanni zijn allebei jong en mooi en bewegen zich in een circuit waarin ze proberen te overleven. Liefde is vooral een transactie, behalve als ze in die kamer bij elkaar zijn. Ze zijn gewild, maar ook extreem getroebleerd. Het onheil druipt bij wijze van spreken van de pagina’s’.

Wereldfaam

De Vlaamse literatuurwetenschapper Remo Verdickt (32) promoveerde in oktober 2024 aan de Universiteit van Leuven op het werk van James Baldwin, met name op de hernieuwde belangstelling daarvoor. Verdickt: ‘Begin jaren zestig was hij een man van wereldfaam, ook in Europa werden al zijn boeken vertaald en gelezen. Daarna kwam een periode waarin hij als has-been werd gezien, en na zijn dood raakte hij langzaam in de vergetelheid. Maar de afgelopen pakweg vijftien jaar is er een enorme herwaardering van zijn werk, mede door een beweging als Black Lives Matter.’

Binnen de zwarte gemeenschap was zijn positie soms lastig, benadrukt Verdickt. ‘Baldwin was een aanhanger van Martin Luther King en was erbij tijdens diens beroemde mars naar Washington. Hij zou daar ook spreken, maar dat mocht uiteindelijk niet: omdat hij homoseksueel was vond men het te gewaagd. Achter de schermen werd hij Martin Luther Queen genoemd. Latere activisten van Black Panther en de Black Power-beweging vonden hem dan weer te mild.’

Van een verfilming van Giovanni’s kamer is het nooit gekomen, hoewel daar ooit plannen voor waren. Zo waren Baldwin en Marlon Brando bevriend en in die tijd was er sprake van een verfilming met Robert de Niro en Brando zelf in de hoofdrollen. Veel later heeft Madonna geprobeerd de rechten te bemachtigen, evenals Merchant-Ivory Productions, bekend van kostuumfilms als Maurice en Howards End. Intussen zou acteur Jake Gyllenhaal broeden op een tv-serie gebaseerd op Giovanni’s kamer, maar volgens Verdickt zijn de erven Baldwin kieskeurig als het gaat om het verlenen van de rechten.

Wat zou dat mooi zijn, een miniserie over de treurige lotgevallen van David en Giovanni in het Parijs van de jaren vijftig – An American in Paris meets Ripley.

Giovanni’s Room door Internationaal Theater Amsterdam is te zien t/m 2/3. James Baldwin: Giovanni’s kamer. Uit het Engels vertaald door Eefje Bosch en Manik Sarkar. De Geus; 224 pagina’s; € 21,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next