Het Europese Hof van Justitie gaat zich buigen over de monopoliepositie van de NS op het spoor. Een uitspraak daarover kan maanden duren. Tot die tijd blijven NS-treinen gewoon rijden.
is economieverslaggever en specialist luchtvaart en spoorwegen.
De hoogste Europese rechter moet duidelijkheid verschaffen over of het NS-monopolie is toegestaan. Dat doet de rechter na aandringen van de belangrijkste concurrenten van de NS. Die proberen dat monopolie al jarenlang aan te vechten.
De NS heeft op dit moment het alleenrecht op vrijwel het hele Nederlandse spoor. Dat betekent dat het spoorbedrijf tot en met 2033 de enige is die mag rijden tussen belangrijke bestemmingen als Amsterdam en Eindhoven of Nijmegen en Utrecht. Dat is voor de gemiddelde reiziger niet direct een probleem, maar voor concurrerende vervoersbedrijven zoals Arriva en Qbuzz een blijvende ergernis.
Die concurrentie voerde sinds 2020 drie rechtszaken tegen de Nederlandse staat. Zowel in 2020, 2022 als 2023 bleek dat tevergeefs. Het conflict is terug te brengen tot een interpretatieverschil over Europese regelgeving. Meerdere rechters noemden het ‘niet onaannemelijk’ dat het NS-monopolie verboden was, maar zeker wisten ze het niet.
Om een einde te maken aan die onduidelijkheid, kan een Nederlandse rechter zich wenden tot het Europees Hof van Justitie. In dat geval stelt het zogenoemde ‘prejudiciële vragen’. Het Hof legt dan uit hoe de wetgeving moet worden geïnterpreteerd. De Nederlandse staat en de NS hebben zich altijd fel gekant tegen zo’n advies inwinnen bij het Europees Hof.
Afgelopen najaar begon de jongste rechtszaak, ditmaal bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), de hoogste bestuursrechter van het land. Voor de zoveelste maal verzochten de NS-concurrenten de rechter om advies in te winnen bij het Hof. De rechter gaat daar nu voor het eerst in mee, bevestigt een woordvoerder van het CBb. ‘Er volgt binnenkort een tussenvonnis. Daarin wordt besloten tot het stellen van prejudiciële vragen.’
Hoewel de NS zich lang heeft verzet tegen het stellen van vragen, is het inmiddels van toon veranderd. Een woordvoerder zegt ‘blij te zijn dat er duidelijkheid komt’.
Het Hof van Justitie zal zich gaan buigen over de kwestie, iets wat vermoedelijk maanden zal duren. In de tussentijd blijven de NS treinen gewoon rijden. Ook als de NS-concessie uiteindelijk onwettig blijkt, betekent het niet dat de NS de treindienst staakt. In de contracten bestaat een mogelijkheid tot het rijden volgens een zogenoemde noodconcessie. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat de NS opdracht geeft om treinen te rijden, heeft dan de tijd om het gunningsproces opnieuw over te doen.
De NS-concurrenten zoeken in de tussentijd ook andere manieren om het spoormonopolie omver te werpen. Zo vonden de bedrijven eerder al een maas in de wet, waardoor ze in sommige gevallen treinen mogen rijden door NS-gebied. Maar of de bedrijven die treinen ook daadwerkelijk gaat rijden, is nog onzeker.
Zo had Arriva, dat zich heeft ontpopt tot kuitenbijter van de NS, al eerder het recht om bijvoorbeeld vanuit Zwolle stoptreinen te laten rijden naar Leeuwarden en Groningen. Het bedrijf beloofde reizigers dat te gaan doen vanaf januari. Op de valreep zette het bedrijf toch een streep door die plannen. Volgens Arriva heeft het te weinig capaciteit gekregen ‘om rendabel treinen te rijden’. De treindienst is tot nader order uitgesteld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant