is hoofdredacteur van de Volkskrant.
Sociale media ondermijnen de democratie, zo laat Trumps herverkiezing zien. Niet alleen in Amerika, ook in Nederland doen politici te weinig tegen haatzaaien.
‘Het wordt uitputtend en zelfs ontgoochelend om deel te nemen aan de democratie’, zei de Amerikaanse president Joe Biden in zijn afscheidsspeech. ‘Mensen hebben het gevoel dat ze geen eerlijke kans krijgen.’ Je kunt als politicus nog zo’n overtuigende boodschap hebben, een groot deel van het electoraat zul je nooit bereiken. Je woorden worden, vooral op sociale media, weggevaagd door een vloed aan desinformatie. Alle politici hebben hier last van, zowel progressief als conservatief, behalve politici die slechts de emoties van de bevolking willen bespelen en dat zijn er helaas steeds meer.
In analyses over de overwinning van Donald Trump en de nederlaag van de Democraten gaat het vaak over de inhoud, maar als iemand die vooral uitblinkt in xenofoob en rancuneus geraaskal gekozen wordt tot machtigste man ter wereld, kan de conclusie niet anders luiden dan dat inhoud niet langer doorslaggevend is.
Het democratisch ecosysteem is kapot, of op zijn minst zwaar gehavend. Er is een medialandschap gecreëerd waarin haat op vruchtbare bodem valt en waarin haatzaaien wordt beloond. Zolang dat zo blijft zullen democratiën overal ter wereld worden gesloopt.
De sociale media spelen hierin de hoofdrol. Ze zijn uitgegroeid tot devils in disguise. Op het eerste gezicht zijn het podia voor verbinding – en die functie vervullen ze op veel terreinen en voor veel mensen nog steeds – maar in het maatschappelijk debat produceren ze vooral splijtzwammen.
Het wezen van een democratie is het zoeken naar een gedeelde werkelijkheid, naar wat burgers bindt ondanks alle verschillende opvattingen en wereldbeelden, maar op sociale media staat de eigen werkelijkheid centraal en wordt continu de nadruk gelegd op de ongedeelde werkelijkheid, daar waar burgers het niet eens zijn.
Dit is niet alleen hoogst onaangenaam, maar maakt ook de samenleving kapot. Nu Meta, het moederbedrijf van Facebook en Instagram, in navolging van X heeft besloten om het haatzaaien op geen enkele manier aan banden te leggen, zullen sociale media nog ondermijnender werken.
Nederland is nog niet zo ver als de VS, maar ook hier wijzen de meeste signalen de verkeerde kant op. Tegengas wordt vooralsnog amper gegeven. Alleen splinterpartij Volt laat zien dat ze deze bedreigingen serieus neemt door X te verlaten. Geen andere partij heeft dat voorbeeld gevolgd.
De analyse is altijd hetzelfde: als wij X verlaten, blijft alleen het radicale geluid op X over en zullen burgers nog sneller radicaliseren. Hiermee miskennen ze dat niet de radicale geluiden, maar de sociale media zelf het grootste probleem zijn.
Het is in de eerste plaats aan de EU om de sociale media regels op te leggen zodat hun ondermijnende invloed wordt beperkt – en ze desnoods te verbieden – maar Nederlandse politici zouden ernaar moeten streven om de democratie hier niet verder te laten verzwakken.
Die politici zijn er gelukkig, maar daartegenover staat een groeiend leger politici dat het wezen van de democratie zelf niet begrijpt. Zoals een voormalig informateur die, getuige een column in de Telegraaf, denkt dat democratie hetzelfde is als onbeperkte vrijheid van meningsuiting, een staatssecretaris van integratie die het als zijn taak ziet om bevolkingsgroepen te beledigen en de leider van de grootste partij die niet ziet – of niet wil zien – dat de democratie niet alleen de uitdrukking is van de wil van het volk, maar vooral een verzameling gedeelde waarden.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant