Veel Palestijnen deden zaterdagnacht geen oog dicht. Iedereen wachtte op het einde van de oorlog, maar op het moment dat het staakt-het-vuren zou ingaan, kwam het bericht dat het niet doorging. Toen het meer dan twee uur later alsnog een feit werd, wist niemand meer of hij nou blij of verdrietig moest zijn.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
Israël gebruikte de extra tijd zondagochtend om nog snel een aantal bombardementen uit te voeren, in Gaza-Stad, in Rafah en in het noorden van Gaza. Opnieuw kwamen daarbij meer dan tien mensen om. Zondag leek kortom een dag te worden als alle andere dagen van de oorlog voor de Palestijnen.
Maar toen het staakt-het-vuren er om 10.15 toch kwam en de rest van de zondag standhield gingen duizenden Palestijnen op pad om te zien of er nog iets over is gebleven van hun huis.
‘Gemengde gevoelens’ is een beschrijving die terugkeert in de reacties van Palestijnen in Gaza. Vreugde over het feit dat er even geen bombardementen en beschietingen zijn, vecht om voorrang met het grote verdriet en de wanhoop die mensen voelen als ze de verwoesting om zich heen zien.
‘Ik ben dakloos, en dat maakt me verdrietig’, zegt Zain aan de telefoon. ‘In Gaza is niks meer, alles is kapot. Alles waar mensen aan kunnen denken is voedsel, water, medicijnen en een huis. Wat moet ik hier? Ik leef als een oude man. Ik ben 20, en ik moet bij nul opnieuw beginnen.’
Ook Amina (43) ging zondagochtend door een mengeling van tegenstrijdige gevoelens. ‘Ik werd vanochtend wakker met een overweldigende vreugde, maar ik heb ook veel gehuild. Dit is een grote oorlog, een diepe wond. De mensen waren aanvankelijk buiten zinnen, en er werden onophoudelijk nationale liederen gespeeld. Maar toen het nieuws kwam dat het staakt-het-vuren niet doorging, veranderde de stemming. Gelukkig kwam het daarna toch nog goed.’
Amina is vier keer met haar vier kinderen moeten verhuizen: van Rafah naar Sultan, van Sultan naar Asda, van Asda naar Beer 19 en daarna, nadat Beer 19 gebombardeerd was, naar de ‘Westelijke lijn’, die het Israëlische leger op de landkaart heeft getrokken. ‘Toen we daar onze tent hadden opgezet kregen we weer een evacuatiebevel’.
‘Het staakt-het-vuren gaat het zeker houden’, zegt Amina beslist. Ze heeft genoeg van de oorlog: ‘Twintig leden van mijn familie zijn omgekomen. Alles wat we willen is een waardig leven, met toegang tot voedsel, schoon water, een veilig huis, en werk. We hebben genoeg pijn geleden, genoeg verlies en honger. Ik zal me voor altijd de lichamelijke uitputting herinneren, en het constante verdertrekken.’
Haar huis in Rafah staat er gelukkig nog, ook al is het flink beschadigd. ‘Ons plan is nu naar Rafah te gaan en een tent naast het huis neer te zetten.’
Ayman Khalifa (65) verwacht niets meer terug te zullen vinden van zijn huis, maar hij heeft er vrede mee. Hij is vijftien maanden geleden uit Gaza-stad naar het zuiden gevlucht, en wil zo snel mogelijk weer terug. ‘Wij zullen de eersten zijn om terug te keren, zodra dat weer mag. Mijn huis is compleet verwoest, maar we zullen in ieder geval weer samen zijn met vrienden en familieleden die we vijftien maanden niet hebben gezien.’
Alle Palestijnen vrezen de honger en de ontberingen, die met het bestand niet uit de wereld zijn geholpen. De hoop is gericht op hulporganisaties. De Verenigde Naties hebben laten weten dat ‘duizenden’ vrachtwagens vol hulpgoederen klaarstaan voor Gaza. Beloofd is dat vijf- of zeshonderd trucks per dag de enclave in mogen; een enorme vooruitgang na de 37 trucks per dag die in oktober door Israël werden toegelaten.
Unicef, het kinderfonds van de VN, heeft per dag vijftig vrachtwagens klaarstaan, zegt woordvoerder Jonathan Crickx: ‘Een staak-het-vuren is essentieel, en extreem belangrijk voor de vrijlating van gijzelaars, maar het is toch maar een eerste stap. Daarna komt de rest: er zijn geen ziekenhuizen, geen scholen, er is geen riolering, geen stroom, geen water, de wegen zijn kapot, er liggen bergen vuilnis, kinderen hebben ziektes. Dit moet ophouden.’
Op de vraag of het nu echt vrede is, lacht hij hoorbaar: ‘Als je bedenkt dat we zoveel maanden hebben geprobeerd om zoveel zaken te regelen met Israël, en met zo weinig resultaat... laat ik het zo zeggen: ik ben voorzichtig optimistisch.’
De 16-jarige Tala Tholfika Swairjo was een van de mensen die de nacht van zaterdag op zondag wakker bleven, zo opgewonden was ze, vertelt ze aan de telefoon. Vanochtend hoorde ze eerst dat het staakt-het-vuren niet doorging. ‘Ik heb mezelf in slaap gehuild, en toen ik weer wakker werd hoorde ik dat er toch een bestand was.’ Nu is ze dus weer blij, maar tegelijkertijd vertrouwt ze haar eigen blijdschap niet meer, want het verdriet van vanochtend raakt ze niet meer kwijt.
Het heeft duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar zo’n overeenkomst is: een broze pauze in een lange oorlog. ‘Het staakt-het-vuren is een herinnering aan alles wat we hebben doorgemaakt’, zegt ze. ‘Het herinnert ons eraan dat de Israëliërs er nog steeds zijn, en dat ze nog lang niet weg zullen gaan.’
Met medewerking van Malak Tantesh
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant