In Nederland gaan kinderen van arme ouders veel minder naar de kinderopvang dan die van rijke ouders, terwijl het zo belangrijk is voor de schoolloopbaan. Daarom moet die eerste groep minder geld eraan kwijt zijn dan in de huidige kabinetsplannen.
Het wel of niet deelnemen aan kinderopvang is een grote voorspeller van schoolsucces. Kinderen die een vorm van voorschoolse educatie hebben gehad beginnen met een voorsprong waar ze hun hele schoolcarrière profijt van hebben, zo blijkt uit onderzoek van het Kohnstamm Instituut.
Daarom wordt toegankelijke kinderopvang ook zo vaak genoemd als een van de meest effectieve manieren om kinderen meer kansen te geven en achterstanden te bestrijden.
De meeste kinderen in Nederland gaan al jong naar de kinderopvang. Dat is goed nieuws voor hun ontwikkeling en geeft ouders bovendien de mogelijkheid om zorg en werk te combineren. Maar de wijze waarop de toegang tot kinderopvang in Nederland is geregeld, werkt ongelijkheid in de hand.
Over de auteurs
Marjolein Moorman is onderwijswethouder in Amsterdam. Said Kasmi is onderwijswethouder in Rotterdam. Hilbert Bredemeijer is onderwijswethouder in Den Haag. Eelco Eerenberg is onderwijswethouder in Utrecht. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat concludeerde ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) afgelopen september in een speciaal rapport. Het blijkt dat in Nederland 88 procent van de kinderen van ouders met een hoog inkomen naar de kinderopvang gaat, terwijl dat maar 54 procent is van kinderen van ouders met een laag inkomen. Met dit verschil van 34 procentpunt is Nederland op dit punt koploper ongelijkheid.
Een van de belangrijkste redenen voor deze ongelijkheid zijn de hoge kosten voor de kinderopvang in Nederland. Mooi dat het kabinet heeft besloten 96 procent van de kinderopvangkosten voor alle ouders te vergoeden, zou je zeggen. Maar wie verder inzoomt ziet al snel dat deze miljarden kostende maatregel de ongelijkheid alleen maar verder zal vergroten.
De reden hiervoor is tweeledig. Allereerst wil het kabinet de vergoeding niet koppelen aan een maximum uurtarief en de prijsbepaling aan de markt laten. Daarnaast wordt de kinderopvang alleen vergoed als beide ouders werken.
Het bedrag dat vanuit de overheid voor 96 procent wordt vergoed, is gemaximeerd. Kinderopvangorganisaties mogen echter een veel hoger uurtarief aan ouders vragen. De kans is groot dat veel kinderopvangorganisatie dat ook zullen doen als een groot deel wordt betaald door de overheid. Nu al zie je dat uurtarieven die ver boven het maximumbedrag liggen bepaald geen uitzondering zijn en de verwachting is dat schaarste (wegens het tekort aan personeel in de sector) deze prijs alleen maar zal opdrijven.
Het verschil tussen het door de overheid maximaal vergoede bedrag en het gevraagde uurtarief, wordt in rekening gebracht bij ouders. Voor rijkere ouders is dat geen probleem. Zij betalen met de nieuwe financiering een stuk minder dan voorheen, omdat een groter deel straks wordt vergoed door de overheid.
Het tegenovergestelde geldt echter voor ouders met minder geld. Zij krijgen nu al het grootste deel van de kosten vergoed, maar zullen straks meer moeten gaan betalen door de stijgende prijzen. De miljarden aan extra vergoeding komen dus vooral terecht bij rijkere ouders en niet bij de ouders en kinderen die dit het hardste nodig hebben.
Het effect laat zich raden: kinderen van ouders met een hoger inkomen zullen meer naar de kinderopvang gaan en daarmee vergroot de ongelijkheid zich. Bovendien zal werken voor ouders met lagere inkomens minder lonend zijn, waardoor zij eerder zullen besluiten niet deel te nemen aan de arbeidsmarkt.
De oplossing is simpel: koppel de vergoeding aan een maximum uurtarief in de kinderopvang. Uiteraard moet dit een reëel tarief zijn, maar waarom zouden we marktgedreven prijzen en winsten toestaan in een sector die zo sterk publiek is gefinancierd? Het doel van publieke financiering moet altijd zijn om alle Nederlanders zo gelijkwaardig en eerlijk mogelijk te behandelen.
Door de nieuwe systematiek ontstaat een ongewenste ongelijkheid die ten nadele is van kinderen van ouders met een lager inkomen. Hetzelfde geldt voor kinderen van wie een of beide ouders niet (kunnen) werken. Voor deze kinderen wordt de kinderopvang niet vergoed.
Hiermee houdt het kabinet te veel vast aan het idee dat kinderopvang een arbeidsmarktinstrument is. Terwijl alle kinderen voordelen ervaren bij wat ze leren op de kinderopvang. Ook hierdoor ontstaat ongewenste ongelijkheid in de ontwikkelkansen van kinderen.
Wij roepen het kabinet daarom op om, met het geld dat nu al is vrijgemaakt, te zorgen voor een toegankelijke kinderopvang voor alle kinderen, zodat iedereen een gelijke kans krijgt om te profiteren van de voordelen die kinderopvang biedt. Maximeer het uurtarief van kinderopvang en maak kinderopvang toegankelijk voor iedereen door het loslaten van de arbeidseis.
Met deze eenvoudige koerswijziging wordt kansenongelijkheid bestreden en gunnen we ieder kind een betere toekomst. Zo simpel kan het soms zijn als je het lef hebt om te doen wat nodig is.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant