Trauma’s behandelen met psychedelica kan tegenwoordig rekenen op warme wetenschappelijke belangstelling. De Leidse hoogleraar Jan Bastiaans behandelde in de jaren zestig al oorlogsslachtoffers met lsd. Dat ging niet altijd goed.
schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.
De Duitse tv-zender WDR vertoonde in het najaar van 1966 een vijfdelige bewerkte uitvoering van de Nederlandse televisieserie De bezetting van Lou de Jong. De oorspronkelijke 21 episodes, in Nederland uitgezonden tussen 1960 en 1965, waren voor de Duitse tv ingekort tot vijf afleveringen, maar de impact was er niet minder om. Vooral de laatste aflevering, met filmbeelden van de behandeling van concentratiekampslachtoffers door de Leidse psychiater Jan Bastiaans, maakte indruk op het Duitse publiek.
Hoogleraar psychiatrie Jan Bastiaans (1917–1997) experimenteerde vanaf de jaren zestig met het gebruik van lsd en het narcosemiddel natriumthiopental bij de behandeling van getraumatiseerde concentratiekampslachtoffers. In Bastiaans eigen woorden: ‘Door middel van lsd wordt men zich het weggedrukte verleden weer bewust.’
In deze serie duikt de Volkskrant in de archieven op zoek naar verhalen met een parallel met het heden.
‘Al een zeer kleine hoeveelheid is voldoende om hen weer volkomen terug te brengen in de situatie van narigheid en machteloosheid’, vertelde de hoogleraar kort na de Duitse uitzending aan Het Vrije Volk. Die herbeleving zou aanknopingspunten bieden voor behandeling, was Bastiaans idee.
Oppervlakkig gezien lijkt Bastiaans zijn tijd vooruit. De afgelopen jaren is op een aantal plaatsen onderzoek gedaan naar de behandeling van mensen met post-traumatische stress met – hoofdzakelijk – MDMA, het voornaamste werkzame bestanddeel van partydrug xtc. Er zijn wel verschillen. Gebruik van MDMA heeft, zoals het in de literatuur heet, ‘positief effect op openheid en vertrouwen, affectregulatie en angstvermindering’.
Dat zou het makkelijker moeten maken om in een therapeutische setting te spreken over de oorzaak van een trauma. Patiënten van Bastiaans leken onder invloed van lsd hun trauma’s (zie boven: ‘de situatie van narigheid en machteloosheid’) juist in alle hevigheid te herbeleven. Toch waren de reacties destijds positief. Patiënten zeiden zich ‘geestelijk bevrijd’ te voelen door de behandeling.
Hoewel Bastiaans vooral oud-verzetsmensen behandelde, was een van zijn eerste patiënten de schrijver Gerhard Dürlacher, die als kind de concentratiekampen Theresienstadt en Auschwitz had overleefd. Dürlacher onderging acht behandelingen met lsd. ‘Het heeft me lichamelijk geen goed gedaan’, vertelde hij daar later over. ‘Maar het heeft me wel opengebroken. Als ik dit niet had gehad, was ik waarschijnlijk allang dood geweest. Bastiaans is een verstandig man geweest, hij heeft me aangeraden daarna in analyse te gaan.’
(Na de therapie ging Dürlacher ook schrijven over zijn ervaringen. Hij produceerde een klein maar indrukwekkend oeuvre met herinneringen aan de nazitijd en de Holocaust.)
Hoewel Bastiaans door zijn patiënten én door het voormalig verzet op handen werd gedragen, was er ook kritiek. De behandeling met lsd en andere roesmiddelen was experimenteel. Een arts waarschuwde in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) voor mogelijke samenhang tussen lsd-gebruik en zelfdoding. Collega-hoogleraren noemden het gebruik ‘omstreden’.
En er waren bedrijfsongevallen. Eerste Kamerlid Eibert Meester (PvdA) had onder invloed van lsd een compleet verzetsverleden gereconstrueerd. Nadat een boek was verschenen over Meesters’ verzetswerk, zijn gevangenschap in Duitsland én zijn succesvolle therapie, zocht zijn ex-vrouw de openbaarheid. Meester had volgens haar nooit in het verzet gezeten en hij was zéker niet gevangen geweest in Duitsland.
In weerwil van zijn populariteit bij patiënten, het voormalig verzet, prins Bernhard én de media, raakte Bastiaans in de loop der jaren meer en meer in opspraak door zijn autoritaire houding en zijn nu en dan roekeloze werkwijze.
Bij de Leidse universiteit waren bestuurders hem begin jaren tachtig zo ongelooflijk zat dat ze lieten uitzoeken of ze misschien zelfstandig de pensioenleeftijd voor hoogleraren konden verlagen om de psychiater versneld te kunnen lozen. Bij een bespreking over zijn aankomende emeritaat ontstak de hoogleraar in woede. De notulen van die vergadering geven een opvallend droge weergave: ‘Bastiaans wijst er voorts op dat grote groepen uit het voormalig verzet […], gewapende mensen, achter hem staan en wat die er wel niet van zouden vinden en de vakgroep zouden kunnen aandoen.’
Er volgden een paar onrustige maanden met Kamervragen, ingezonden brieven, adhesiebetuigingen en lange artikelen in kranten en weekbladen. Het emeritaat kwam er toch, met enige vertraging. In juni 1985 ging Bastiaans als hoogleraar met pensioen, maar intussen bleef hij wel patiënten behandelen.
De strubbelingen bleven. Bastiaans leek zo overtuigd van zichzelf dat hij het inwerken van zijn opvolger saboteerde. Op 1 november 1987 ging Bastiaans ook met pensioen als behandelaar. Hoewel het ministerie zijn vergunning voor het verstrekken van lsd had ingetrokken, bleef hij als vrij gevestigd arts gewoon patiënten zien.
Het verhaal van Bastiaans heeft een tragisch naschrift. Vanaf 1993 experimenteerde de psychiater met de behandeling van verslaafde patiënten met het onbewezen middel ibogaïne. Een jonge Duitse patiënte kwam daarbij om het leven, waarna het medisch tuchtcollege een schikking voorstelde: Bastiaans zou geen patiënten meer behandelen, in ruil daarvoor zou het college afzien van een tuchtzaak. En zo eindigde de carrière van de gevierde, door sommigen onmisbaar geachte Bastiaans.
Bastiaans’ biograaf Bram Enning schrijft in de epiloog van zijn boek dat de psychiater daarna nooit helemaal stopte met ‘behandelen’. Zelfs toen de voormalig hoogleraar wegens beginnende dementie werd opgenomen, bleef hij, tegen de bindende afspraak met het tuchtcollege in, nu en dan patiënten ontvangen.
Het zal nooit duidelijk of de ‘methode-Bastiaans’ echt werkte. De administratie van de hoogleraar bleek bij nader onderzoek een zootje. Van de 209 dossiers van behandelde oorlogsslachtoffers stond in slechts negen stuks de vereiste informatie om iets zinnigs over de behandeling te zeggen. De rest bevatte soms niet meer dan kerstkaarten en nietszeggende briefjes.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant