Home

De openbaarmaking van het collaboratiearchief is een fascinerend ongeluk in slow motion

Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door ontwerpwetenschapper Jasper van Kuijk. Deze keer: hoe maak je een oorlogsarchief openbaar?

De openbaarmaking van de dossiers van ongeveer 425 duizend op collaboratie onderzochte Nederlanders is een fascinerend ongeluk in slow motion. Met als hoofdingrediënten een gebrek aan inschattingsvermogen en een opmerkelijke ijzerenheinigheid.

Vlak voordat het Centraal Archief Bijzondere Rechtsraadpleging (CABR) op 2 januari online zou gaan, werd het jarenlang voorbereide proces gepauzeerd, vanwege ernstige bezwaren van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Aan de wettelijke verplichting om na 75 jaar de dossiers openbaar te maken zou ook zijn voldaan als deze fysiek in te zien waren geweest. Maar door het archief te digitaliseren werd het aanzienlijk beter doorzoekbaar, wat te prijzen is. Vooral omdat dit archief voor nabestaanden, uit de Joodse gemeenschap en breder, veel kan betekenen.

Daarbovenop had het Nationaal Archief de ambitie om het CABR zo openbaar mogelijk te maken, zonder drempels, ‘omdat de jongere generatie een archief als een stoffig gebeuren beschouwt’, zo vertelde projectdirecteur Puck Huitsing aan de Volkskrant.

Alleen lijkt die drempelloze openbaarmaking dogma te zijn geworden. Interne en externe waarschuwingen over privacy werden genegeerd. En toen de Autoriteit Persoonsgegevens met het Nationaal Archief in gesprek ging, bleken ‘betrokkenen moeilijk uit hun groef te halen’, aldus AP-voorzitter Aleid Wolfsen in NRC.

Typerend is hoe Afelonne Doek, rijksarchivaris en algemeen directeur van het Nationaal Archief, in NRC betoogde dat uit hun ervaring met dit archief bleek dat verreweg de meeste mensen op zoek zijn naar informatie over zichzelf of hun familie.

Ja, als je voor toegang een afspraak moet maken, er fysiek naartoe moet en duidelijk moet motiveren wat je belang is. Dat doe je niet als je uit baldadigheid of halve wraakzucht even iemand wil opzoeken. Digitalisering is niet gewoon overstappen naar een ander medium, het leidt tot ander gebruik en misbruik. Onlinecasino’s zijn makkelijker toegankelijk dan fysieke casino’s, en nu blijken 70 procent van de digitale gokkers nieuwe gokkers te zijn. Met dat veranderende gebruik moet je in het ontwerpproces rekening houden.

Over de auteur
Jasper van Kuijk is ontwerpwetenschapper en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Men lijkt bij het Nationaal Archief niet te hebben gezien – of hebben willen zien – welke negatieve neveneffecten grootschalige digitale openbaarmaking kan hebben, naast de grote waarde. Projectdirecteur Huitsing vroeg zich in de Volkskrant af of de bezwaren van een kleine groep wel opwegen tegen de belangen van een grotere groep.

Juist het in balans brengen van deze belangen was in dit geval bij uitstek de taak van het Nationaal Archief. Op een goede manier ontsluiten voor zoveel mogelijk mensen, maar ook weer niet zo makkelijk dat de privacy van nog levende mensen en nabestaanden te veel wordt geraakt. Bijvoorbeeld door toegang via bibliotheken, zoals dat nu overwogen wordt, of door een meer begeleide, beveiligde manier van digitale toegang. Ook een duidelijkere uitleg van ongerijmdheden rond dossiers was op z’n plaats geweest.

Drempels zijn niet altijd onnodige obstakels, soms vormen ze een noodzakelijke bescherming. Ook in het digitale domein.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next