Home

Jordan Peterson schrijft wat theologen al eeuwen verkondigen, maar giet er een hip sausje over

De Canadese klinisch psycholoog, goeroe en Trump-aanhanger Jordan Peterson duikt met Wij die worstelen met God diep in het moeras van religieus denken. Sander Kollaard las het boek en concludeert: verder van het echte leven van echte mensen in de echte wereld kun je niet raken.

Jordan Peterson kent geen twijfel. De Bijbel, beweert hij in Wij die worstelen met God, is het fundament van de westerse samenleving. Dat Bijbelse verhaal is superieur en dus is onze samenleving superieur: ‘Daarover valt niet te twisten.’ Door dat verhaal op de correcte manier te lezen wordt de ‘intrinsieke morele structuur van de kosmos’ duidelijk en daarmee onze plaats in die kosmos – onze ware aard en bestemming. Waar Peterson met dat ‘worstelen’ in de titel nog ruimte laat voor twijfel, kwalificeert hij zijn interpretaties van een aantal verhalen uit het Oude Testament zonder blozen als ‘waarnemingen van het goddelijke’. Dat u het maar weet.

Met dit boek duikt Peterson diep in het moeras van religieus denken. In betere tijden zou ik er geen aandacht aan besteden – laat staan er iets over schrijven – maar dit zijn geen betere tijden. Jordan Peterson is dankzij een aantal succesvolle boeken (waaronder 12 regels voor het leven) en contraire opvattingen over feminisme, politieke correctheid en woke ideologie razend populair in rechtse kringen, vooral bij relatief jonge, goed opgeleide mannen – een electorale groep die in de VS een cruciale bijdrage heeft geleverd aan de nipte winst van Trump.

De laatste jaren richt Peterson zijn aandacht op het christelijk geloof. Hij is er zo’n beetje eigenhandig verantwoordelijk voor dat de term ‘cultureel christen’ populair is geworden: een handig label voor mensen die het te gênant vinden om ronduit te zeggen dat ze geloven. Elon Musk is een voorbeeld van zo’n culturele christen en dat laat zien hoe dicht het neogeloof tegen de macht is aangekropen. Dat de neogelovigen in MAGA-land een coalitie zijn aangegaan met de traditionele evangelicals die Trump al sinds 2016 steunen – omdat ze hem, geloof het of niet, als een instrument van God zien – maakt het er niet vrolijker op.

En dus laat dit boek zich niet negeren. Peterson komt met dezelfde onzin die theologen al eeuwen verkondigen maar giet er een hip sausje over – hij is psychoanalyticus en beschrijft geloof als een vorm van psychische groei. Het resultaat is niettemin vertrouwd: een woordenbrij die niets te maken heeft met het echte leven van echte mensen in de echte wereld.

Universele waarheid

Peterson begint met de aloude claim dat de Bijbel het ware woord van God is, een samenhangend geheel, dat bij de juiste lezing een universele waarheid onthult – die ‘intrinsieke morele structuur van de kosmos’. Vervolgens valt hij in alle kuilen waarin christelijke uitleggers al eeuwen vallen. Hij negeert de bedoelingen van de oorspronkelijke auteurs, de specifieke context van hun verhalen, en laat gapende gaten vallen tussen de tekst zelf en zijn interpretatie.

Helemaal in lijn met die traditie plakt hij de ene Bijbelplaats aan de andere, los van genre, context of chronologie, en als het zo uitkomt associeert hij vrijuit met referenties aan de gebroeders Grimm, Dostojewski of The Lion King. Zo komt om het even welke interpretatie binnen bereik. Een voorbeeld is het verhaal over de vernietiging van Sodom en Gomorra, dat ontstaan is in de tijd van Homerus, maar door Peterson wordt uitgelegd als een waarschuwing tegen ‘totalitair denken’, een 20ste-eeuws fenomeen.

Ook het pompeuze taaltje maakt een vertrouwde indruk. De bouw van de toren van Babel mislukt omdat de ‘transcendente geest van opwaarts streven en waarheid’ wordt vergeten zodat ‘iedereen ongearticuleerd [wordt] en alles ongedefinieerd’. De droogte die de profeet Elia voorspelt, staat symbool voor ‘het verkeerde principe dat de hoogste plaats’ krijgt. De starheid van de farao contrasteert met de ‘dynamische beheersing van het water die kenmerkend is voor Mozes’. Geloof is ‘de waarachtigste toewijding aan het opofferende opwaartse doel’. God is ‘het laaiende en intensief levende fenomeen waarvan het onderzoek de diepste transformatie van karakter teweegbrengt’. Het staat er allemaal echt.

Alle varianten van ‘diep’

Ook vertrouwd is het drammerige toontje. Woorden als ‘noodzakelijk’, ‘onvermijdelijk’ en ‘moeten’ komen honderden keren voor. Over bepaalde kwesties kan geen discussie zijn. ‘Dat weten we.’ Opdat we niet twijfelen zijn dingen ‘ontzagwekkend’, ‘volkomen logisch’, ‘opmerkelijk’, ‘zeer opmerkelijk’, ‘briljant’ en ‘fundamenteel’. En voordat we Peterson gaan verdenken van oppervlakkig gezwets, worden we gewezen op de ‘diepste manifestatie’, het ‘diepste niveau’, de ‘diepste geest’, de ‘diepste verhalen’, de ‘diepste weerspiegeling’, de ‘diepe zin’ en de ‘diepste, meest fundamentele’ waarheid. Er is heel wat diepigheid: ‘diep’ komt in varianten bijna driehonderd keer voor.

Gaandeweg komt het al evenzeer vertrouwde venijn tevoorschijn: het heilige gelijk. Met die ‘intrinsieke morele orde van de kosmos’ is het Peterson bloedige ernst. We worden gemaand het ‘opwaartse pad’ te kiezen. Dat betekent dat we het beste in onszelf moeten ‘offeren’ aan die morele orde. In dat geval doen we ‘het goede’. Als we verzaken doen we ‘het kwade’.

Zo keren we terug bij het idee van de wereld als een strijdtoneel van goed en kwaad. Deelname aan die strijd is niet vrijblijvend maar een kwestie van ‘persoonlijke verantwoordelijkheid’. Wie verzaakt richt schade aan, niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de wereld. Het negeren of afwijzen van de ‘eeuwige menselijke waarden’ zoals die vastliggen in de ‘intrinsieke morele structuur van de kosmos’ betekent dat iemand ‘is opgehouden mens te zijn’. Zo werkt het heilige gelijk: wie niet voor mij is, is tegen mij, en goed beschouwd niet eens meer menselijk.

Het is verontrustend genoeg dat dit soort gelul met de inauguratie van Trump in het centrum van de macht terechtkomt. Wat erger is: ik denk dat Petersons neoreligieuze appel resoneert in een samenleving die het er wat betreft substantie, zingeving en gemeenschap lelijk bij heeft laten zitten. Veel mensen voelen zich verweesd in een cultuur van consumptie, zelfpromotie en vreugdeloos vermaak op het beeldscherm. Het ligt voor de hand dat in die sfeer een behoefte aan inhoud ontstaat. Als mensen die vinden in het christelijk geloof: ik gun het ze van harte. Maar ik mag hopen dat ze die keuze maken met een zekere kennis en wijsheid.

Duistere kant

Het christelijk geloof heeft altijd een duistere kant gehad. De lijst van narigheid die is aangericht in naam van God is eindeloos. Peterson heeft het daar met geen woord over, maar het motief ervan spookt door zijn boek in de vorm van dat heilige gelijk, het geloof in een waarheid die voor iedereen geldt, zo niet goedschiks dan maar kwaadschiks. ‘Ik ben in staat alles te doen in naam van Christus’, schrijft Paulus aan de Filippenzen. Het is een populair citaat onder christenen, maar mijn haren gaan overeind staan als ik het tegenkom: de nadruk ligt op dat alles.

Zonder matiging is geloof een monster. Peterson wil van geen matiging weten. Hij gaat tekeer tegen hoogmoed maar is er zelf een pijnlijk voorbeeld van – iemand die geen tel twijfelt aan het eigen gelijk. Gegeven zijn populariteit en de euforie in rechtse kringen over een tweede termijn van Trump vrees ik dat we een nieuwe golf van wokeness tegemoet gaan, dit keer aan de rechterkant van het politieke spectrum, een leger van vrome soldaten die strijden voor ‘de hemel die over de aarde zou kunnen worden verspreid, als mannen en vrouwen maar hun verbond met het goddelijke nakwamen, hun ware aard beseften en de verantwoordelijkheid op zich namen om met God te wandelen’.
Nog maar een keer: het staat er echt.

Jordan Peterson: Wij die worstelen met God. Uit het Engels vertaald door Mario Molegraaf. Prometheus; 432 pagina’s; € 32,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next