Visma-Lease a Bike neemt, mits valpartijen en vormcrises uitblijven, geen Nederlandse wielrenners mee naar de komende Tour de France. De voorlopige selectie bestaat uit een Brit, een Fransman, twee Amerikanen en drie Belgen. Kopman is de Deen Jonas Vingegaard, die zijn derde Tourzege moet boeken. Daar kan hij geen Nederlandse ploeggenoten bij gebruiken, want die zijn niet goed genoeg.
Op Facebook tekende Joop Holthausen, de voormalige wielerverslaggever van Het Parool, namens alle Oranjefans protest aan. ‘Een Nederlandse Tourploeg zonder Nederlanders? Onbestaanbaar!!!’
De verontwaardiging had nostalgische trekjes. Holthausen is hoofdauteur van het recent verschenen prachtboek Het slotakkoord van Raleigh, een monument voor dé nationale wielerploeg, Peter Posts Raleigh. Dat team beleefde in 1980 zijn hoogtepunt toen negen Nederlanders en één Belg de Tour domineerden. Onze jongens wonnen elf Touretappes plus het eindklassement.
Later probeerde de wielerploeg van Rabobank een soort Oranje op wielen te worden, wat vaak ten koste ging van de resultaten.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Op de website Wielerflits verdedigde Visma-ploegbaas Richard Plugge zijn voor het Nederlandse wielrennen pijnlijke besluit. Volgens hem gaat het bij wielrennen om winnen, en dat gaat momenteel beter zonder Nederlanders dan met – zo simpel is het. Plugge heeft geen last van nationale sentimenten.
De sportopvatting van Post verschilde weinig van die van Plugge: winnen was heilig. Of de winnaar Nederlands was, interesseerde ook Post feitelijk weinig. Hij verkoos Nederlanders in zijn ploeg omdat hij die tenminste kon verstaan.
De Raleigh-renners vonden het prima dat ze in Nederland werden gezien als een soort nationale ploeg, vooral omdat dat commercieel interessant was – waarschijnlijk zijn wielrenners tegenwoordig romantischer aangelegd dan hun cynische voorgangers Knetemann en Raas. Wielrennen was een sport waarin romantiek en emoties te koop waren en als de renners daarvoor het Wilhelmus moesten meezingen en een traantje wegpinken, dan deden ze dat met alle plezier.
De visie van Plugge is eerlijker. De nationaliteit van Vingegaard laat hem koud, als Jonas de sponsors maar publiciteit bezorgt. Bij UAE denken ze net zo over Tadej Pogacar: dat vinden ze een heerlijke knul, niet omdat hij Sloveen is maar omdat hij wint.
Dat is de nieuwe realiteit in de sport en dat is mooi. Als er ergens nog tegenwicht is te vinden tegen het nationalistische gif dat de wereld overspoelt, dan is dat uitgerekend in de sport, ooit juist hét bolwerk van vaderlandsliefde, vlag en volkslied.
Voetbal is een mondiale smeltkroes, het pathetische gedoe met nationale elftallen een relict uit vroeger tijden dat moet worden afgeschaft. Bij Feyenoord speelt soms nog een Nederlander mee en niemand in de Kuip die daarover zeurt. De sport kent geen vreemdelingenhaat – mits de Argentijnse spits de kansen benut.
Dé sportieve wereldburgers staan elk jaar op Wimbledon en Roland Garros; nationaliteit staat hun wereldwijde marketingwaarde maar in de weg. De vlag is ruilwaar geworden voor snelle benen, de atletiekbond richt binnenkort een naturalisatiebureau op in Ter Apel, want er kan zomaar een nieuwe Hassan aan komen huppelen.
In het wielrennen werd de Tour de France tot en met 1968 verreden met landenploegen, maar dat werd daarna afgeschaft. Het paste toen al niet meer in de tijd. Mathieu van der Poel die straks weer de Ronde van Vlaanderen wint is mooi, maar Biniam Girmay is mooier. Gelukkig zit de Alpe d’Huez straks niet in de Tour: de laveloze oranje meute daar bewijst keer op keer dat nationalisme en sport een weerzinwekkend koppel vormen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns