Maandenlang hielden illegale mijnwerkers in het Zuid-Afrikaanse Stilfontein zich verscholen onder de grond voor de politie, die hen bovenaan de schacht opwachtte. Aan deze situatie kwam deze week een einde. Zeker 87 mijnwerkers blijken te zijn omgekomen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
De reddingsoperatie is het slot van een wrede campagne waarmee de Zuid-Afrikaanse autoriteiten een signaal wilden afgeven aan mijnwerkers die illegaal Zuid-Afrika’s bodemschatten opgraven. Zuid-Afrika heeft naar schatting zesduizend van dit soort illegale mijnen. Het land zegt daardoor jaarlijks 70 miljard rand (3,6 miljard euro) aan belastinginkomsten mis te lopen.
Toen de Zuid-Afrikaanse politie in november schachten van een verlaten goudmijn in Stilfontein sloten, zaten nog 350 tot 400 mijnwerkers op 2,5 kilometer diepte onder de grond. Hun enige uitweg was de schacht waar de politie hen stond op te wachten. Uit angst voor arrestatie bleven honderden mijnwerkers beneden.
De autoriteiten lieten bijna geen water en voedsel toe in de mijn om de mijnwerkers aan te zetten naar boven te komen. ‘We gaan geen criminelen helpen’, zei de Zuid-Afrikaanse minister Khumbudzo Ntshavheni in november. ‘We zullen ze uitroken.’
Mensenrechtenorganisaties uitten felle kritiek op de operatie. Pas nadat zij een rechtszaak hadden aangespannen, schroefden de autoriteiten de voedselhulp op. Toch zijn tientallen mijnwerkers volgens de hulporganisaties gestorven aan uithongering en uitdroging. Ze vinden dat de autoriteiten de reddingsoperatie eerder hadden moeten beginnen. De autoriteiten hebben de officiële doodsoorzaken van de overledenen niet bekendgemaakt.
De reddingsoperatie begon afgelopen maandag na een gerechtelijk bevel. 246 mijnwerkers werden deze week gered. Velen van hen waren te zwak om op hun benen te staan. De politie haalde daarnaast 78 lichamen omhoog.
Eerder waren er al negen lichamen naar boven gehaald. Het dodental kan nog oplopen. De politie gaat donderdag de mijn in om te zien of er nog meer lichamen zijn.
Illegale mijnwerkers worden in Zuid-Afrika ook wel ‘zama zama’s’ genoemd. Dat is Zoeloe voor ‘beproef je geluk’. Het is een verwijzing naar het gevaarlijke werk dat de illegale mijnwerkers doen.
De meeste illegale mijnen in Zuid-Afrika, inclusief die in Stilfontein, werden ooit gebruikt door grote mijnbouwbedrijven. Die vertrokken nadat ze het makkelijkst te bereiken deel van de grondstoffen hadden gedelfd.
Illegale mijnwerkers wagen zich sindsdien in de verlaten gangenstelsels om restanten te winnen. Dat brengt risico’s met zich mee. Vanwege Zuid-Afrika’s hoge werkloosheid wordt werk in een illegale mijn vaak gezien als enige manier om geld te verdienen. Van de bevolking heeft 33 procent geen officiële baan.
Actievoerders beschuldigen de autoriteiten ervan de illegale mijnen doelbewust in stand te houden. ‘Als de mijnen niet meer veilig zijn, waarom zorgt de overheid er dan niet voor dat ze goed worden afgesloten?’, zei mijnbouwonderzoeker David van Wyk, van de Zuid-Afrikaanse organisatie Bench-Marks Foundation, eerder tegen de Volkskrant. Hij vermoedt dat lokale autoriteiten samenwerken met criminele organisaties die de illegale mijnen bestieren.
De illegale mijnwerkers die vastzaten in de mijn waren voornamelijk ongedocumenteerden uit Zuid-Afrika’s buurlanden Mozambique, Lesotho en Zimbabwe. Voordat Zuid-Afrika’s legale mijnindustrie in de jaren negentig in omvang afnam, leunde de industrie sterk op buitenlandse werknemers zonder verblijfsvergunning.
De mijnwerkers die deze week levend naar boven kwamen in Stilfontein zijn gearresteerd. Ze worden aangeklaagd voor illegaal werken in de mijnen en voor overtreding van de immigratiewet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant