Home

Hoe ziet de generatie uit 2000 zichzelf en de toekomst? ‘Ik maak me niet zo’n zorgen over het vinden van een huis’

Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Anouk Vasilda: ‘Ik ben veel tijd kwijt aan het nadenken over keuzes.’

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.

Waar en hoe ben je opgegroeid?

‘In Den Bosch, met mijn ouders en drie broers. Mijn oudere broers zijn ruim tien jaar ouder. Mijn jongere broer scheelt een jaar met mij, met hem ben ik echt opgegroeid. We zijn heel close, delen alles met elkaar, hebben onze eigen humor.

‘Ik kom uit een Surinaamse familie. Mijn vader is Afro-Surinaams, hij kwam rond zijn 20ste naar Nederland, sinds een paar jaar woont hij weer in Suriname. Mijn moeder is Javaans-Surinaams, zij kwam als kind naar Nederland, na 1975. Ik heb een fijne jeugd gehad. Met mijn moeder heb ik een hechte band. Met mijn vader ook, maar wij botsten vaker. Als puber had ik soms moeite met zijn strenge Surinaamse opvoedstijl.

‘Toen ik 11 was zijn mijn ouders gescheiden, maar ze zijn wel in hetzelfde huis blijven wonen. De financiële situatie liet niet toe dat ze fysiek uit elkaar konden.’

Anouk Vasilda (24, wordt eind februari 25)

Woonplaats: Rosmalen

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? 8

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? Ja, vanwege onze chaotische humor en sociaal bewuste wereldbeeld.

Waar ben je over 7 jaar? Dan leef ik van mijn kunst, heb ik een mooi gezin en een vaste woning.

Hoe was dat: gescheiden ouders in hetzelfde huis?

‘Rond mijn 14de zat ik een tijdje helemaal niet lekker in mijn vel. Ik was erg somber, trok me terug. Misschien heeft de thuissituatie met mijn ouders een rol gespeeld. Dat gescheiden samenleven verliep prima, maar het bracht natuurlijk wel spanningen mee, ik was daar gevoelig voor. Ik heb ook hulp gehad van een psycholoog. Uiteindelijk ging het steeds beter.’

Wat ben je na de middelbare school gaan doen?

‘In 4 havo deden we zo’n test op school om te kijken welke studierichting bij je past. Eigenlijk paste niets bij me. Toen dacht ik: waarom niet doen wat ik het liefste doe? Ik was altijd aan het tekenen, thuis maar ook op school, in mijn schriften, op toetsblaadjes. Destijds vooral portretten, realistisch natekenen of line art.

‘De kunstacademie was geen rebelse keuze in ons gezin. Mijn moeder is kledingontwerper, een van mijn broers ook.

‘Ik heb Sint Joost in Den Bosch gedaan, beeldende kunst. Mijn studie is een belangrijke vormende periode geweest voor mijn ontwikkeling als kunstenaar. Ik heb veel materialen en technieken uitgeprobeerd, borduren, textiel, druktechnieken en schilderen. Uiteindelijk kwam ik steeds weer uit bij sieraden en kralen. Ik heb mijn eigen sieradenmerk, Poppin Patterns.

‘Op de academie ben ik me gaan verdiepen in mijn culturele identiteit, in het Surinaamse en Javaanse deel van mij. Ik had daar altijd al vragen over die nooit echt beantwoord werden.’

Wat voor vragen waren dat?

‘Het begon met een zoektocht naar het verhaal van mijn Javaanse overgrootmoeder. Mij was altijd verteld dat ze op een dag wakker werd op een boot en niet snapte waar ze was. Als kind dacht ik al: hoe kan dat? Ik ben gaan lezen over contractarbeid en plantages. Via het Nationaal Archief vond ik een foto van mijn overgrootmoeder, ze houdt een bordje met een nummer vast. Veel contractarbeiders gingen niet vrijwillig, zij ook niet.

‘Ik ben afgestudeerd met een film over haar en mijn familiegeschiedenis, Saminah, waarvoor ik de Carat Lucas Gassel Prijs (een jaarlijkse Brabantse prijs voor jong kunsttalent, red.) heb gekregen.’

Wanneer ben je op jezelf gaan wonen?

‘Toen mijn moeder een nieuwe woning vond. Mijn oudere broers waren het huis al uit. Ik was 19, had behoefte aan een eigen plek. Ik vond een antikraakwoning in Tilburg waar je met z’n tweeën kon wonen, dus heb ik mijn broertje meegesleept.

‘Het was fijn om op mezelf te wonen. Helaas moesten we er na anderhalf jaar uit. Ik had inmiddels een relatie en ben bij mijn vriend gaan wonen, in een tijdelijke huurwoning. We zijn veel verhuisd de afgelopen jaren, van Tilburg naar Eindhoven en weer terug naar Den Bosch. Nu wonen we weer tijdelijk; deze flats worden gesloopt. Ik maak me niet zo’n zorgen over het vinden van een huis. Ik heb steeds geluk gehad en kan overal een gezellig plekje van maken.’

Hoe hebben je vriend en jij elkaar ontmoet?

‘Via Tinder. Dat is wel een grapje onder vrienden, dat wij een Tinder-succesverhaal zijn. Mensen ontmoeten elkaar vaker via datingapps, toch had ik een romantischer idee over hoe je iemand ontmoet. We zijn bijna vijf jaar samen. Hij is een Italiaan. Hij werkt bij Post NL, hij heeft net een nachtdienst gehad en ligt nu te slapen.’

Ziet je leven eruit zoals je gehoopt had?

‘Ik had niet zo’n beeld van de volwassenheid. Behalve van de praktische kant: een huurcontract, energie, dat soort zaken. Dat leek me ingewikkeld, maar dat was niet zo. Ik vind vooruitkijken moeilijk. Ik heb bijvoorbeeld een kinderwens, mijn vriend ook. Soms vraag ik me af: moet je je daarop voorbereiden? En zo ja, hoe dan? Tegelijkertijd ben ik niet iemand die alles uitdenkt en plant.’

Ben je optimistisch over je toekomst?

‘Dat wisselt. Ik werkte drie dagen per week bij de Blokker, maar dat hield op, nu zoek ik iets anders. Ik vind het fijn om een basisinkomen te hebben voor alle vaste lasten. De rest van mijn tijd gaat naar mijn sieradenbedrijf. Ik verkoop ze via Instagram en mijn eigen site. Soms loopt het storm, dan weer niet.

‘Ik wil heel graag een fysieke winkel. Het lijkt me supertof om een mooie winkel met meerdere makers te hebben, hier in Den Bosch, met een art nouveau-gevel.

‘Bij al mijn sieraden schrijf ik een verhaal. Ik krijg daar veel reacties op, mensen die me schrijven hoe bijzonder ze het vinden dat ik van zoiets heftigs als de Surinaamse geschiedenis zoiets moois en krachtigs en hedendaags kan maken. Soms is de culturele verwijzing expliciet, in vorm en kleur. Ik heb bijvoorbeeld oorbellen met schakels, en kralen in de kleuren van de Surinaamse vlag, maar ik gebruik ook speciale materialen: hout van een tamarindeboom, bijvoorbeeld, zoals op de suikerplantage waar mijn overgrootouders werkten.’

Wat voor zorgen heb je?

‘Mijn grootste zorgen zijn werkgerelateerd, denk ik. Ga ik succesvol kunnen zijn? Maar ik kan me ook zorgen maken over hoe ik een zo goed mogelijk mens kan zijn voor mijn naasten, mijn directe omgeving en voor de planeet. Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik kan veel tijd kwijt zijn aan nadenken over keuzes, over hoe ik iets kan bijdragen aan de maatschappij.’

Heb je daar een voorbeeld van?

‘In 2020, toen er veel protesten waren van de Black Lives Matter-beweging, ben ik hier in Den Bosch naar een demonstratie gegaan. Daar heb ik wéken over gepiekerd: of ik dat wel of niet wilde. Het bleek niet echt iets voor mij, ik ben ook niet echt iemand van een vuist in de lucht, meer van twijfel en nuance. Ik zie mijn introversie trouwens als mijn kracht, niet als zwakte. Ik kan mijn maatschappelijke betrokkenheid goed uiten via mijn werk en het delen van verhalen.

‘Ik vind dat ik betrokken moet zijn bij de wereld, maar ik kan me er ook in verliezen. Als ik te veel ellende in de wereld bekijk, kan dat mijn humeur beïnvloeden, waardoor mijn dag minder lekker verloopt. Ik ben daar gevoelig voor. Het is een beetje zoeken naar een gezonde balans tussen betrokkenheid en voor mezelf zorgen.’

Waar haal je je nieuws vandaan?

‘Eigenlijk is mijn vriend mijn belangrijkste nieuwsbron: die volgt alles, dus die vertelt me dingen of zegt: moet je dit zien of lezen. Ik heb mijn onlinegedrag slecht in de hand, met mijn vier uur schermtijd. Ik gebruik vooral Instagram. TikTok gebruik ik niet. Gelukkig maar, anders zou ik er helemaal in verdrinken. Ik gebruik Instagram voor mijn werk, dus ik zie er mooie en leuke dingen. Maar je ziet ook zoveel onrecht over de hele wereld en heftige meningen, want daar houdt het algoritme van.

‘Ik zou minder online willen zijn en het minder belangrijk willen vinden, maar voor het tonen en verkopen van mijn werk heb ik het nodig. Ik was laatst een weekje met mijn vriend en zijn familie op vakantie in Polen. Toen heb ik amper dingen gepost. Eenmaal terug, zag ik dat een paar mensen me ontvolgd hadden. Het stomme is dat ik weet dat het niets zegt over de waarde van mijn werk, maar het zit me dan toch dwars.’

Wat doe je in je vrije tijd?

‘Ik ben niet echt iemand die uitgaat, naar clubs en cafés. Ik ga wel graag naar concerten, ik hou van metal, al sta ik dan ook liever een beetje aan de zijkant of boven, nooit midden in de massa.

‘Ik ga naar de sportschool en ik lees graag: detectives, romans. Met een vriendin heb ik boekendates, dan spreken we af bij de Hema in de stad, kletsen en drinken wat. Op de middelbare school hield ik altijd een dagboek bij waarin ik van alles plakte. Dat doe ik sinds kort ook weer, daar haal ik veel ontspanning uit. Verder houd ik van burgerlijke dingen, haha.’

Burgerlijke dingen?

‘In de zomer naar het park, uit eten met vrienden, spelletjes doen thuis bij vrienden. Ik heb niet echt een vriendengroep, meer losse vrienden. Met een vriendin ga ik naar exposities, zij werkt ook als kunstenaar, we doen het voor inspiratie.

‘Mijn vriend heeft een busje omgebouwd tot camper, daar zijn we mee op vakantie gegaan. Ook best burgerlijk. Of in elk geval typisch Nederlands.

‘Toen ik mijn vriend leerde kennen gingen we samen naar de McDonald’s en daarna buiten roken, nu sta ik biologisch te koken als hij thuiskomt in z’n PostNL-bloesje.’

25 in 25

In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next