Asielzoekers en medewerkers in het asielaanmeldcentrum in Ter Apel lopen nog altijd „zeer ernstige veiligheidsrisico’s”. Structurele oplossingen om de situatie te verbeteren blijven al twee jaar uit, stelt de Inspectie Justitie en Veiligheid woensdag in een kritische brief aan asielminister Marjolein Faber (PVV).
De Inspectie houdt sinds twee jaar toezicht op het aanmeldcentrum in Ter Apel, dat kampt met grote capaciteitsproblemen. De toezichthouder concludeert dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) structureel moet teruggrijpen op noodmaatregelen, die „ernstige risico’s” opleveren voor de veiligheid van bewoners en medewerkers.
Asielzoekers verblijven soms maandenlang op de aanmeldlocatie, die ingericht is op een verblijf van maximaal tien dagen. Dat heeft een „nadelige invloed op het mentale en fysieke welzijn van bewoners”, wat onveiligheid in de hand werkt. Voor minderjarigen is er bijvoorbeeld geen echt onderwijs, te weinig privacy en nauwelijks speelruimte.
Kwetsbare asielzoekers zijn niet genoeg in beeld bij het COA, stelt de toezichthouder. Dat zou komen doordat ze telkens van opvangplek worden verplaatst.
Afgelopen jaar verbleven geregeld meer dan het maximaal toegestane aantal van 2.000 asielzoekers in Ter Apel. Daarmee is het aanmeldcentrum „structureel” overbezet, terwijl wordt gedaan of „sprake is van een tijdelijk probleem”. Volgens de inspectie wordt onvoldoende rekening gehouden met schommelend aantal mensen dat in Nederland asiel aanvraagt. „Daardoor ontbreekt een buffer en loopt alles vast.”
Afgelopen september zijn meermaals halsoverkop sporthallen ingericht om te voorkomen dat asielzoekers in Ter Apel buiten in het gras moesten slapen. Dergelijke noodopvanglocaties noemt de toezichthouder „ongeschikt” en „onveilig”.
Hoewel het aantal incidenten in Ter Apel volgens het COA „substantieel” is afgenomen, doet de inspectie een beroep op minister om de locatie „echt veilig” te maken. Daarvoor is een vlotte door- en uitstroom van asielzoekers belangrijk, stelt de toezichthouder. De spreidingswet die daaraan moest bijdragen, is de minister echter voornemens af te schaffen.
Source: NRC