Ontroerd kwam ik uit de bioscoop waar ik zojuist de film Nesjomme had gezien, het Jiddische woord dat zoiets als ‘ziel, gevoel en betrokkenheid’ betekent. Tegenwoordig zou je van ‘identiteit’ spreken, hoewel ik geen liefhebber ben van dat containerbegrip. In Nesjomme vertelt een fictief personage het verhaal van de Amsterdamse Joden van WO I tot en met WO II. Het was niet zozeer het verhaal dat me ontroerde, want dat moet inmiddels bekend zijn, het was de aaneenschakeling van archiefbeelden, waarvan ik de meeste nooit had gezien.
Geheel onverwacht zat ik naar de geschiedenis van mijn familie te kijken. Ik meende even mijn grootvader te zien, die als diamantbewerker in 1917 bij de firma Asscher werd ontslagen, omdat de Amerikanen de diamanthandel naar zich toe hadden getrokken. Ook had ik ‘het gevoel’ mijn vader te zien, die in 1929 tussen de menigte naar het affikken van het Paleis voor Volksvlijt stond te kijken. Hij was degene die de brand ontdekte, lees Geert Mak er maar op na. En ten slotte dacht ik ook mijn tante Eva in de archiefbeelden te ontdekken. Zij was opziener in een van de naaiateliers en werd door zowel haar bazen als haar personeel gehaat. Toch bleef ze socialist. Uiteindelijk kwam ze in Theresienstadt terecht, waar zij werd geruild tegen medicijnen, om vervolgens met een groepje andere Joden bij Zwitserland over de grens te worden gezet.
Eind goed al goed, maar de Holocaust maakte wel voor altijd een einde aan Joods Amsterdam.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Thuisgekomen las ik in de Volkskrant een stuk waarin de Queers for Palestine werden verdedigd. Zoals bekend worden leden van de lhbti-gemeente vanwege hun geaardheid weleens door IS, Hamas en dat soort vredelievende bewegingen van gebouwen gegooid, doorgaans met het hoofd naar beneden. De sympathie van de queers ‘kun je misschien dom noemen, maar de ene vorm van oppressie legitimeert de andere niet’. Helemaal waar, maar hypocrisie blijft hypocrisie, bij welke oppressie dan ook. Daarom blijft het grappig: homo’s voor Poetin, vrouwen voor de Taliban en Joden voor nazi-Duitsland.
De auteur van het stuk denkt trouwens dat Jezus voor de queers geapplaudisseerd zou hebben. Dat denk ik ook, nou en of! Maar Mozes had er zijn staf over gebroken, Jeanne d’Arc zou op haar paard zijn gesprongen en Gandhi zijn broek was ervan afgezakt. Wist u trouwens dat Menno ter Braak op D66 had gestemd?
Omdat ik gek ben op taboes, vooral op het doorbreken daarvan, ging ik ook nog naar een andere film: Babygirl van Halina Reijn met Nicole Kidman in de hoofdrol. De kritieken waren juichend, maar met filmrecensenten moet je altijd oppassen. Mij doen ze vaak denken aan boekhandelaren die boeken bespreken: uiteindelijk moet er toch verkocht worden.
De grote vraag was: is Babygirl taboedoorbrekend of nou juist rolbevestigend? In de film zien we een oudere vrouw (57) die verliefd wordt op een jongere man. Volgens mij is dat al gewoon sinds Oedipus met zijn moeder naar bed wilde. De beroemde wiskundige L.E.J. Brouwer (1881-1966) was getrouwd met een oudere vrouw, zonder dat iemand daar aanstoot aan nam. In mijn kennissenkring lopen heel wat mannen rond met vrouwen die ouder zijn dan zij – niemand die daar een probleem mee heeft. En dan heb ik het nog niet eens over het verschijnsel toyboy, dat vooral naar buiten treedt als het zomer wordt.
Er komt in Babygirl ook een beetje sm voor – sadomasochisme, voor wie de afkorting niet kent. Maar taboedoorbrekend? Ik ben geen groot kenner van het genre, maar het is wel de braafste sm sinds Markies De Sade zijn licht erover liet schijnen. Je ziet eigenlijk niks, al moet Nicole op haar knieën als een hondje. Ik keek even op een paar (gratis) pornosites en daar zijn de hondenriem en het schoteltje melk vaste prik, dus een taboe zou ik het niet durven noemen.
Melk verwijst natuurlijk naar het mannelijk zaad, dat na het pijpen aan de lippen blijft kleven en eventueel langs de kin omlaag sijpelt. Voor wie De minnaar (The Lover) kent, het toneelstuk van Harold Pinter uit 1962, zal dat geen verrassing zijn. Daar komt melkman John in voor, die met zijn flessen melk ook in allerlei rollenspellen verzeild raakt. Zonder een onvertogen woord op het toneel begrepen wij alles en de dialogen waren nog bijzonder geestig ook. Het is organisatorisch knap dat Halina dit in Amerika allemaal voor elkaar heeft gekregen. Op z’n Amerikaans loopt het gelukkig goed af: vrouw gaat terug naar mannie en de hond is de kwaaie pier.
‘Het is wachten tot de vrouw zichzelf bevrijdt’, stond als conclusie in deze krant. Dat geldt trouwens ook voor de man, eigenlijk voor iedereen. Of Jezus ervoor geapplaudisseerd zou hebben, vraag ik me af.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns