Buitenlanders die dubbel zoveel voor een huis moeten betalen als eigen inwoners? Als het aan premier Pedro Sánchez ligt, wordt zo’n buitenlandertaks binnenkort werkelijkheid in Spanje. De sociaaldemocraat hoopt zo iets te doen aan de wooncrisis in het land.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
In oktober stelde de Spaanse Bank dat het land zo’n half miljoen woningen tekortkomt om iedereen dit jaar van een fatsoenlijk dak boven hun hoofd te voorzien. Net als in andere Europese landen stegen de prijzen voor koop- en huurwoningen in Spanje de afgelopen jaren rap: zo liggen de huurprijzen inmiddels 30 procent hoger dan in 2020.
Nu de wooncrisis tot steeds grotere sociale onrust leidt, en inmiddels door veel Spanjaarden wordt gezien als hun meest acute probleem, is premier Sánchez er alles aan gelegen om de situatie op de huizenmarkt te verlichten. Wat zijn linkse regeringen sinds 2018 hebben gedaan om het groeiende woontekort te bestrijden ‘is niet genoeg’ gebleken, erkent de sociaaldemocraat. ‘De situatie is kritiek.’
En dus is het volgens hem tijd om de woningmarkt grondig te hervormen. Maandag presenteerde Sánchez een pakket met twaalf (schetsen van) ambitieuze maatregelen om, zoals hij het noemt, ‘het recht op een woning te versterken’.
Het pakket heeft twee poten. In de eerste plaats mikt zijn linkse regering, in toenemende mate een uitzondering in een naar rechts afslaand Europa, op het vergroten van de woningvoorraad. Zo wil Sánchez flink meer sociale huurwoningen gaan bouwen, om te beginnen op 200 hectare braakliggende staatsgrond.
Nu is nog maar 2,5 procent van alle woningen sociale huur, waardoor minderbedeelde Spanjaarden zijn overgeleverd aan de grillen van de markt. Ter vergelijking: in Nederland is circa een derde van alle huizen sociale huur.
De tweede poot is het minder aantrekkelijk maken van woningen als investeringsobject, zodat Juan Modaal in zijn woningjacht niet langer constant wordt afgetroefd door rijke (buitenlandse) huizenkopers. Met dat doel wil Sánchez de belasting op de aankoop van een huis verhogen tot wel 100 procent van de woningwaarde voor niet-EU-burgers. Zo’n buitenlander moet, kortom, dubbel zoveel gaan betalen als een Spanjaard voor dezelfde woning.
‘De Britten zijn met afstand de groep die hierdoor het hardst zou worden getroffen’, zegt José García Montalvo, hoogleraar economie aan de Pompeu Fabra-universiteit in Barcelona en huizenmarktexpert. Met de Brexit hebben de Britten hun rechten als EU-burgers verspeeld, terwijl zij verknocht zijn aan het leven aan de costa’s.
Op dit moment leven ongeveer driehonderdduizend van hen permanent in Spanje. In de Britse pers wordt dan ook gealarmeerd gereageerd op de plannen van Sánchez: tegenover de BBC laat één huizenzoeker al weten vanaf nu op Cyprus te gaan speuren naar een fijn vakantiestulpje.
Niettemin wordt slechts 2,5 procent van alle huizen in Spanje gekocht door buitenlanders van buiten de EU. Hen afschrikken zou de vraag wel iets doen dalen, aldus García Montalvo, maar niet voldoende om werkelijk zoden aan de dijk te zetten. Dat Duitsers, Fransen en Nederlanders intussen vrolijk doorgaan met het opkopen van woningen kan Sánchez hen niet beletten.
Daar staat tegenover dat de premier mogelijk een gevaarlijk voorbeeld stelt door buitenlanders tot zondebok te maken, zegt García Montalvo. Anders dan in Nederland wordt het woningtekort in het Spaanse publieke debat nog niet vaak gekoppeld aan de komst van immigranten, hoewel iedere maand duizenden mensen de oversteek maken uit landen als Colombia en Venezuela.
Door die koppeling met buitenlanders nu wel te maken, zij het met een andere categorie, ‘bereidt Sánchez de weg’ voor radicaal-rechts – in de vorm van de partij Vox – om de schuld straks aan álle nieuwkomers te kunnen geven, vreest de hoogleraar. Zelf zal de premier zeggen dat hij enkel de Spanjaarden wil beschermen. ‘Maar ja: dat zegt Vox ook.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant