Ik was zielig. Terwijl iedereen al lang warm en droog binnen zat, was ik nog onderweg geweest. Door de wind, door de regen, dwars door alles heen. Met een natte wollen jas en een regendruppel hangend aan mijn neus stapte ik de keuken binnen. Holle ogen. Mond als een streep. De soldaat keerde terug van het front. Klaar om vertroeteld te worden.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Toen zag ik mijn aangetrouwde schoonzus (hoe noem je de dochter van de man die met je schoonmoeder getrouwd is?). Ze bewoog een beetje houterig, alsof haar nek en hoofd vastzaten in een soort klem. Dat kwam omdat haar nek en haar hoofd vastzaten in een soort klem. Ze had een band om haar voorhoofd en aan die band zaten vier stokken die weer vastzaten aan een vest dat om haar borst zat.
‘Wat heb jij nou?’, vroeg ik. Ik probeerde haar gedag te zoenen, maar er was met geen mogelijkheid door het harnas heen te komen. ‘Nek gebroken’. Ze zei het met dezelfde mate van ernst in haar stem die je ook wel hoort als mensen zeggen dat ze verkouden zijn.
‘Eh, hoe heb je je nek gebroken?’
‘Crossfit.’
‘Hoe breekt een mens haar nek bij Crossfit?’
Ze vertelde dat ze tijdens een oefening de stang met een totaalgewicht van 50 kilo had opgevangen in haar nek. ‘Toen dat gebeurde hoorde ik al een harde krak. Maar ik had geen pijn of zo, en kon nog alles bewegen. Pas ’s avonds toen ik in bed lag dacht ik: misschien toch even foto laten maken.’
Dit is misschien een goed moment om te vertellen dat mijn aangetrouwde schoonzus huisarts is. Ik zit nog in de verkennende fase van het onderzoek, maar de hypothese waar ik mee werk is dat alle huisartsen langzaam gek worden doordat ze dagelijks een overdaad aan ontstoken lichaamsopeningen, etterende wonden en kalknagels zien.
Daarom moeten ze zich – als ze niet aan het werk zijn – afreageren. Sommigen grijpen naar de fles, anderen snoepen wat uit de apotheek; je hebt keurige huisartsen die mensen van de weg rijden of deeltijd bij de ME gaan om lekker te kunnen rammen. Of, zoals mijn aangetrouwde schoonzuster, heel fanatiek gaan sporten.
‘Het was een heel mooie breuk’, zegt ze, ‘recht op de C6’. Weinig mensen die een nekbreuk zo kunnen waarderen als huisartsen. Ze hoefde niet geopereerd te worden. Wel had ze zes weken lang een haloframe (zo heet dat hoofdharnas) moeten dragen, rechtop moeten slapen en had ze – wat ze zelf het ergst vond – niet kunnen sporten.
Hoe kon het bestaan dat dit niet in de familie-app voorbij was gekomen? Als ik last heb van mijn knie na het hardlopen, schreeuw ik het van de daken. Hoofdschuddend droop ik af en hing ik mijn natte jas aan de kapstok, veel minder zielig dan ik wilde zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant