Het nieuwe jaar begint voor Los Angeles gitzwart met nietsontziende branden die nog altijd woeden. Klimaatverandering versterkt de omstandigheden die de branden aanwakkeren, zeggen experts in gesprek met NU.nl. Zulke branden zullen ook vaker voorkomen in een warmer wordende wereld.
De staat Californië is aardig gewend aan natuurgeweld: bosbranden komen en gaan al jaren. Maar een fatale combinatie van hoge temperaturen, Santa Ana-winden en aanhoudende droogte zorgt nu voor uitzonderlijke, verwoestende branden. Die warme wind werkt als een soort "haardroger" en kan in combinatie met de droogte bij iedere vonk een vuur laten oplaaien, zeiden branddeskundigen eerder tegen NU.nl.
Meteorologen wijzen bovendien op de twee natte winters en lentes die voorafgingen aan de droogte en recordhitte van het afgelopen seizoen. Daardoor dienden de snel gegroeide en daarna verdroogde planten als brandstof. Normaal vinden bosbranden in zuidelijk Californië in de zomer plaats en begint rond oktober het 'natte' seizoen, maar dat heeft tot nu toe op zich laten wachten.
Vooropgesteld zijn de branden aangewakkerd door een ongelukkige samenloop van (weers)omstandigheden: één oorzaak is er niet. Op NUjij vroegen lezers zich af wat de branden precies te maken hebben met klimaatverandering. Hoewel het precieze effect op deze specifieke branden nog berekend wordt, zien experts al een duidelijk verband met de opwarming van de aarde.
In een studie die (toevallig) net in wetenschappelijk tijdschrift Nature is gepubliceerd, linken wetenschappers natuurbranden aan de opwarming van de aarde. Aan de hand van klimaatmodellen schetsen zij hoe natte en droge periodes elkaar sneller opvolgen in een warmer klimaat. Dat heet het whiplasheffect.
Een extreem droge periode wordt daarbij opgevolgd door hevige regenval, waardoor er overstromingen ontstaan. Maar het kan ook precies andersom, zoals in Californië. Daarbij was het een tijdlang erg nat is en daarna langdurig droog, waardoor de vele verdroogde planten bijdroegen aan de grote brand.
"In Los Angeles had het tien maanden nauwelijks geregend", zegt klimaatwetenschapper Bart Verheggen van het KNMI. "De rol van klimaatverandering is dat het die uitdroging verder versterkt."
Verheggen vertelt dat de droge periodes bovendien langer duren door de opwarming van de aarde, waardoor die ook ineens overlappen met de Santa Ana-winden. Samen zorgt dat voor een "perfecte storm", aldus Verheggen: "Eén van de vele risico's die versterkt worden door klimaatverandering."
In de afbeelding hieronder zie je het verschil met 2011, toen er ook sterke Santa Ana-winden waren maar het niet droog was. Daardoor was er minder brandgevaar.
Dan is er nog het effect van de 'atmosferische spons': de lucht neemt meer vocht op, waardoor planten uitdrogen. "Bij iedere graad opwarming wordt de verdamping sterker en daarmee ook de omstandigheden voor brand", vertelt Theo Keeping, natuurbrandexpert bij Imperial College London.
Wetenschappers hebben nog geen aanwijzing gevonden dat klimaatverandering de winden ook beïnvloed. Het is waarschijnlijk dat de natte periode van een jaar geleden komt door El Niño. Dat is een natuurlijke schommeling in het weer, die zorgt voor hoge watertemperaturen in de Stille Oceaan bij Zuid-Amerika.
Vorige week werd bekend dat 2024 extreem warm was en de opwarming voor het eerst de 1,5 graden passeerde. Er ging een recordhoeveelheid broeikasgassen de lucht in. In combinatie met een vrij sterke El Niño, was het in 2024 warmer dan ooit. En die trend keert voorlopig niet om.
Klimaatverandering en natuurbranden versterken elkaar, laat onderzoek van het milieuprogramma van de Verenigde Naties zien. Daarmee wordt bedoeld: hoe warmer, hoe sneller branden ontstaan. En hoe meer ecosystemen zoals het regenwoud afbranden, hoe minder CO2 er wordt opgenomen. Dat maakt het weer lastiger om de opwarming tegen te houden.
De VN waarschuwt dat branden verder toenemen, óók in gebieden die daar nu niet aan gewend zijn, zoals Centraal-Europa. De verwachting is dat het aantal extreme branden wereldwijd zal toenemen met maximaal 14 procent in 2030, 30 procent in 2050 en 50 procent aan het einde van de eeuw.
Wat gaat dat betekenen voor steden als LA, die aan de frontlinie van klimaatgevoelige gebieden liggen? Die zijn er nu eenmaal, zegt Margreet van Marle in gesprek met NU.nl. Ze is expert op het gebied van natuurbranden en klimaat bij Deltares.
Volgens Van Marle kunnen steden zich tot op zekere hoogte beschermen tegen natuurbranden. Bijvoorbeeld met het planten van andere vegetatie, brandvrije zones, hittebestendig bouwmateriaal en door geen nieuwe wijken te bouwen in gebieden die kwetsbaar zijn voor vuur.
Maar uiteindelijk zitten daar ook grenzen aan. Van Marle: "Adaptatie is niet overal effectief en kan duur zijn." Branden gaan vaker voorkomen. En om de ergste gevolgen te beperken moet de samenleving daar meer op ingericht worden, vindt zij. Niet alleen in de VS, ook in Nederland. "Dit schudt ons wakker: we moeten actiever gaan nadenken over korte- én langetermijnbescherming."
Source: Nu.nl algemeen