Durfinvesteerder Alexander Ribbink vindt dat Europa meer geld moet steken in startende defensiebedrijven. Met 125 miljoen euro moet zijn fonds een van de grootste van Europa worden.
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Het is hoog tijd dat Nederland en Europa onafhankelijker worden van de Verenigde Staten. Dat betekent volgens durfinvesteerder Alexander Ribbink (60) dat er meer geld in startende defensiebedrijfjes moet worden gestoken. De voormalige directeur van TomTom begint dinsdag met het Amsterdamse Keen Venture Partners een defensie-investeringsfonds, dat met 125 miljoen euro een van de grootste van Europa moet worden.
Waarom nu?
‘Als je kijkt naar hoe de oorlog in Oekraïne zich ontwikkelt, dan zie je dat nieuwe technologie, software en data daar een enorm belangrijke rol in zijn gaan spelen. Dat zijn nou precies de gebieden waar wij als investeerders op inzetten.
‘En als je kijkt naar de Verenigde Staten, dan zie je dat ondernemers daar met de hulp van durfkapitaal de Amerikaanse defensieindustrie veel innovatiever hebben gemaakt. Er worden daar sneller nieuwe producten ontwikkeld, tegen lagere kosten.
‘Daarnaast denk ik ook dat het voor een land dat op eigen benen wil staan belangrijk is om een gezonde defensieindustrie te hebben. We moeten van die schroom af.’
Waarom?
‘Op dit moment nemen Amerikanen twee derde van alle defensietechnologie-investeringen in Europa voor hun rekening. Dus er gebeurt hier genoeg, maar we laten het lopen. Het is goed om wat meer in termen van machtsbalans te denken, een eigen defensieindustrie helpt daarbij.
‘Toen Zweden in de Navo wilde, stribbelde Hongarije tegen. Toen zeiden de Zweden: dan kunnen we jullie ook die vier Saab Gripen-jachtvliegtuigen niet verkopen. We weten hoe dat geëindigd is. Dus met een eigen defensie-industrie bouw je ook economische macht op.’
Heeft Nederland niet genoeg aan de bestaande defensiebedrijven?
‘De Russische vloot in de Zwarte Zee is verslagen door, met alle respect, een soort waterscooters met daarop een paar rugzakken dynamiet. Niet tijdens een grote zeeslag of iets dergelijks. Die behendige manier van denken, gericht op lage kosten en hoge effectiviteit, is nou typisch iets van nieuwe ondernemers, die buiten de gebaande paden durven denken. Dit soort innovatie komt niet van de grote bedrijven, want het is heel moeilijk om je eigen staart op te eten.’
Zou u ook investeren in munitiefabrieken, waar veel behoefte aan is?
‘Nee, we zullen niet investeren in iets dat alleen gericht is op het doden van mensen. Dat klinkt heel principieel, maar wij voegen daar gewoon geen waarde toe. We denken vooral aan dual-use applicaties, die niet alleen militair maar ook civiel te gebruiken zijn. Het is ook zakelijk gezien beter om twee inkomstenbronnen te hebben dan één.’
Startende defensiebedrijven hebben het moeilijk. Het ministerie van Defensie wil zekerheid en zit eerder bij grotere bedrijven. Kleine bedrijven blijven vaak in een soort testfase hangen.
‘Ja, wij zien dat defensiestart-ups voortdurend van project naar project naar project gaan voor het ministerie, zonder dat er ooit echt een grote order komt. Wij willen dat ze veel eerder van project naar product gaan, dus echt iets gaan verkopen, liefst in grote aantallen. We willen daarom ook dat de bedrijven waarin we investeren actief worden in verschillende landen, zodat ze niet afhankelijk zijn van één ministerie van Defensie. Zo krijg je volume en schaal. De bedrijven zullen eerder tegen het ministerie zeggen: dit is het. We gaan niet nóg een proefproject doen.’
Zijn de militaire inkopers van andere landen daar niet te chauvinistisch voor?
‘Vanuit onze positie hoop en zie ik dat dat wel een beetje aan het veranderen is, dat er soms wat Europeser wordt gekeken. En het zal zo blijven dat de grote investeringen, zoals in vliegtuigen, korvetten en onderzeeboten, via lange trajecten lopen waarin veel factoren worden meegewogen.
‘Maar daarnaast komen er nu veel, tussen aanhalingstekens, lichtere vormen van defensieaankopen. Meer softwaregericht, meer tech, drones, robots. Dat is allemaal veel flexibeler. We denken dat die beslissingen sneller genomen kunnen worden.’
Zijn er al geïnteresseerde investeerders voor jullie fonds?
‘We hebben dinsdag een belangrijk gesprek met het European Investment Fund van de Europese Investeringsbank. Dat zou een hoeksteen van ons fonds kunnen worden. Daarnaast hebben enkele particuliere beleggers interesse getoond. Maar we moeten nog de boer op.’
U begon vier jaar geleden de campagne Psst, omdat u vond dat Nederland meer geld moest steken in defensie. Liep u toen vooruit op dit fonds?
‘Die campagne destijds was puur altruïstisch. Daar kan ik mijn hand voor in het vuur steken, die heeft me veel gekost en niets opgeleverd. Ik ben me na de Russische inval op de Krim zorgen gaan maken over de militaire paraatheid van Nederland. We zijn na de Koude Oorlog in een lange winterslaap gesukkeld en slapend rijk geworden, maar dat heeft ons zwak gemaakt. Ik wilde Nederland wakker schudden.’
Is dit fonds ook idealistisch bedoeld?
‘Idealistische en zakelijke motieven lopen nu meer door elkaar. Kijk, ik ben totaal niet militaristisch, maar ik ben ervan overtuigd: als je vrede wilt, moet je je voorbereiden op oorlog. Het sterkste jongetje op het schoolplein werd nooit gepest.
‘Op dit moment worden we gepest. Oekraïne wordt in elkaar gemept door een bully. Terwijl we op een van de mooiste en rijkste plekken van de wereld leven. Daar mogen we trots op zijn en dat mogen we verdedigen. En ja, er wordt geld verdiend met het bewaren van de vrede.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant