De vermisten zijn in Damascus overal, naar de overlevenden moet je zoeken. Nee, helaas, klinkt het in het puin van oppositiewijken als Qadam en Tadamon. Duizenden jongemannen zijn hier opgepakt vanwege hun verzet tegen Assad, maar na de machtsovername keerde vrijwel niemand terug.
Wie het kan navertellen, verschuilt zich. Yunus Fakhri is sinds zijn vrijlating het liefste bij zijn schapen. Schapen praten weinig en zeker niet door elkaar, zoals mensen doen. ‘Ik wil buiten zijn, vooral als er bezoek komt.’ Net als de anderen zat Yunus ongeveer vijf jaar vast in de martelgevangenis Sednaya, in het ‘rode’ gebouw waar alles het ergste was.
Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
Je moet weten dat de gevangenen in de overvolle cellen niet hardop mochten praten. Ze fluisterden. Mohammed Norman hield zich op de been met de gedachte: als ik vrijkom, zie ik mijn zoon van 6 en dochter van 9 weer. Nu het zover is, kan hij niet tegen hun gejoel en geschreeuw. ‘Zodra de kinderen hun mond opendoen, moeten ze weg, de kamer uit.’
‘Als mijn zoon van 7 geluid maakt, kan ik dat niet hebben’, zegt zijn neef Ahmed Dahoury, ze werden samen opgepakt. ‘Gisteren schreeuwde hij hard, toen wilde ik hem slaan. Zonlicht is me ook teveel.’ Je moet weten dat de cellen in Sednaya geen raam hadden, en dat je niet naar bewakers mocht kijken, anders volgde slaag.
Je herkent ze aan een ingevallen gezicht, een moeilijk loopje. Gewone mensen kunnen het zich niet voorstellen, zegt Eiman El-Saadi. ‘Ze braken onze ziel, de bewakers gebruikten ons als slaaf, dat kun je niet uitleggen.’ Hij gaat erbij liggen, hij is benauwd, net als de anderen heeft hij tuberculose.
Elke week op woensdagochtend werd de namenlijst omgeroepen van degenen die ter dood zouden worden gebracht. ‘We deden het in onze broek van angst’, vertelt Mohammed. Vlak voor de bevrijding zijn ongebruikelijk veel gevangenen geëxecuteerd, misschien wel veertig of vijftig. ‘Alleen zijn, dat vind ik niet fijn’, zegt Mahmoud Abdo Nafah. ‘Dan denk ik: is dit echt? Want je ging daar alleen weg met een executie.’
Ze werden opgepakt in 2018 of 2019. De vrijgeleide die het Assad-regime beloofde aan oppositiestrijders zoals zij, voerde naar de wreedste gevangenis van Syrië. Wie voor 2018 is opgepakt, leeft nu niet meer, denken ze. Geen mens houdt het daar zo lang vol.
Hoe ze het overleefden, hangt af van hoeveel hun familie aan de bewakers betaalde. Maar ze danken het vooral aan zichzelf. We volgden ‘een strikte routine van bidden en Koranverzen lezen’, zegt Mohammed, die zichzelf een ‘actieve en creatieve gevangene’ noemt. Hij sportte stiekem in de wc; bleef hij toch een beetje fit.
De dagen kwamen ze door met hun geest en een stukje zeep. Zeep helpt tegen kiespijn. En je kunt er Koranteksten op schrijven. Een papieren koran was niet toegestaan, maar geleerde gevangenen kenden de Koran uit het hoofd. O, ze werden niet extremistisch hoor. Soms deden ze een quiz over geschiedenis, dan verdeelden ze de cel in twee teams, alles om de dag door te komen.
Vreemde stemmen kondigden de bevrijding aan. ‘Is daar iemand? Is daar iemand?’ Ze durfden niet te antwoorden. De bewakers riepen zoiets soms ook en als je reageerde, volgde een mishandeling of erger. Ze hielden zich stil tot ze hoorden dat er deuren werden opengebroken. Toen riepen ze allemaal: ‘Wij zijn hier!’
Yunus sleepte zijn zieke celgenoot Eiman zo’n beetje op zijn rug naar buiten. Ze keerden terug in families met talloze vermisten. ‘Wel twintig’, zegt Mohammed. Mahmoud kwam thuis op dezelfde ochtend als zijn broer, die als militair onder Assad diende. Hun moeder Sawsan, die zelf van het verzet is en ook een tijdje vastzat, sloot haar beide zoons in de armen. ‘Ik kreeg ze allebei terug, de soldaat en de gevangene.’
Mahmoud krijgt ‘hulp van de dokter om te begrijpen dat ik vrij ben’. Soms denkt hij dat ze hem naar de gevangenis gaan terugbrengen. Eigenlijk denken ze dat allemaal, dat het een droom is, te mooi om waar te zijn. In het nieuwe Syrië denkt iedereen dat, maar voor hen is het anders.
Dit is de laatste column van Ana van Es uit Damascus.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant