Home

Opinie: Hoeveel haat en chaos accepteren we nog voordat we sociale media verlaten?

De vraag is niet óf overheden, politici en burgers sociale media moeten verlaten, maar wanneer. Want door te blijven op platforms die polariseren, misleiden en ontwrichten, zijn we medeplichtig aan het probleem.

Daar hebben we onze favoriete Silicon Valley-sociopaat weer. Mark Zuckerberg, de man die ooit beweerde de wereld te willen verbinden, bewijst opnieuw dat alles te koop is, zelfs onze democratie. Door factcheckers te dumpen en haatzaaien effectief te legaliseren, zet hij zijn platforms Facebook en Instagram in als broedfabrieken voor extremisme.

Racisme? Prima. Lhbti-plushaat? Geen probleem. Complottheorieën? Graag, want het engagement schiet omhoog. Zuckerberg gooit de deuren wagenwijd open voor de luidste, domste en destructiefste krachten op het internet - en doet het met een zelfgenoegzame robotgrijns alsof hij de mensheid een dienst bewijst.

Maar terwijl Meta zich moeiteloos transformeert in een algoritmische jungle waar haat welig tiert, blijven overheden koppig vasthouden aan hun aanwezigheid op deze platforms. Overheden moeten ‘daar zijn waar de burger is’ en spartelen ondertussen rond in Zuckerbergs toxische modderpoel alsof het een wellnessbad is. Wat ze daarbij over het hoofd zien, is dat ze daarmee onderdeel worden van het probleem. Hiermee legitimeren ze platforms die polariseren, misleiden en ontwrichten en geven ze deze precies dat wat ze nodig hebben: geloofwaardigheid.

Over de auteur
Sander Duivestein werkt voor het VerkenningsInstituut Nieuwe Technologie van Sogeti. Hij schreef het boek Echt Nep. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

‘Voorloper van genocide’

Zuckerberg noemt het ‘vrije meningsuiting’, maar in werkelijkheid is het een kapitalistische schreeuwmachine. Meta’s nieuwe moderatiebeleid maakt het mogelijk om lhbti-plusmensen weg te zetten als mentaal ziek en gebruikers te beledigen op basis van ras, gender of beperking. Zelfs Meta’s eigen medewerkers noemen dit beleid een ‘voorloper van genocide’ Dat klinkt als clickbait, maar dit is helaas geen Buzzfeed-lijstje.

Eerder speelde Facebook in Myanmar een sleutelrol in de genocide tegen de Rohingya. Via het platform werd haat en desinformatie verspreid, aangewakkerd door algoritmen die extreme content beloonden. Zuckerberg reageerde met het gebruikelijke technologie-cynisme: oeps, foutje, we leren ervan. Maar de versoepelde moderatieregels en het blind vertrouwen in AI laten zien dat dit geen incident was, maar een blauwdruk.

Capitoolbestorming

Ook in het Westen heeft Meta’s aanpak destructieve gevolgen gehad. Denk aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, waar desinformatie en oproepen tot geweld via onder andere Facebook de basis vormden voor een gewelddadige aanval op het democratische proces in de Verenigde Staten. Nu biedt Meta een permanent podium voor haat, chaos en de totale uitholling van de democratie. Wat ooit begon als een speeltuin voor schattige kattenvideo’s is uitgegroeid tot een giftige radicaliseringsfabriek.

En terwijl Meta afglijdt naar het morele dieptepunt dat X al heeft bereikt, blijven overheden rustig hun campagnes uitrollen op Facebook en Instagram. Van vaccinatie-oproepen tot verkiezingscampagnes: alles wordt keurig gepresenteerd naast posts waarin complotdenkers hun gal spuwen. Overheden lijken zich niet te realiseren dat ze zo medeplichtig worden aan het probleem.

Intussen roepen maatschappelijke organisaties, waaronder onderzoeksinstituut WAAG Futurelab en internetwaakhond Bits of Freedom, de overheid op om te stoppen met sociale media. Volgens hen vormen deze platforms een gevaar voor de rechtsstaat, omdat hun moederbedrijven ‘onbeschaamd’ streven naar politieke macht en winstmaximalisatie, met polarisatie als onvermijdelijk resultaat.

Communicatiemiddel

Maar premier Dick Schoof ziet dat anders: ‘Ik denk dat de Nederlandse overheid een belangrijk communicatiemedium verliest op het moment dat we het besluit zouden nemen niet op Meta of andere groepen te gaan zitten’. Met andere woorden, Schoofs ‘digitale strategie’ komt neer op: laten we de democratie wurgen, zolang het bereik en de invloed van de overheid maar vergroot worden. Hij houdt de vinger aan de pols, maar kijkt ondertussen rustig toe hoe de bloeddruk van de democratie verder stijgt.

Het is verleidelijk om te denken dat overheden deze platforms niet kunnen verlaten: waar bereik je anders de burger? Maar dat is een lui argument. Overheden hebben de middelen en de macht om alternatieven te creëren. Waarom geen publieke digitale ruimten, zonder algoritmen die haat versterken, zonder datahandel en zonder de invloed van techmiljardairs die het internet zien als hun persoonlijke monopolybord? Estland laat zien dat het kan met hun e-Governance.

Bovendien hebben overheden meer invloed dan ze zelf lijken te beseffen. Grote adverteerders hebben laten zien dat ze platforms kunnen dwingen tot veranderingen, zoals bleek uit de #StopHateForProfit-campagne van 2020, waarin bedrijven als Coca-Cola en Unilever hun advertenties op Facebook stopzetten om druk uit te oefenen voor strengere maatregelen tegen haatzaaien en desinformatie. Als overheden echt zouden willen, kunnen ze Meta onder druk zetten zijn beleid te herzien. Maar dat vereist lef en een visie die verder reikt dan de volgende like of retweet.

Verantwoordelijkheid

De vraag is simpel: hoeveel haat en chaos accepteren we nog, als samenleving, voordat zowel burgers als overheden ingrijpen? Hoeveel genocides, desinformatiecampagnes en radicalisering zijn nodig voordat overheden eindelijk zeggen: tot hier en niet verder?

Maar ligt deze verantwoordelijkheid alleen bij de overheid? Burgers spelen ook een cruciale rol. Door bewust te kiezen voor alternatieve platforms, de tijd online te verminderen en kritisch om te gaan met de informatie die ze consumeren en delen, kunnen burgers zelf bijdragen aan een internet dat minder afhankelijk is van grote techbedrijven.

Meta’s nieuwe koers maakt duidelijk dat deze sociale mediaplatformen, in het algemeen, niet langer verenigbaar zijn met democratische waarden. Overheden hebben te lang op safe gespeeld, bang om burgers te verliezen door hun online-aanwezigheid te beperken. Maar het is tijd om de stap te zetten: weg van platforms zoals Meta die bijdragen aan polarisatie en ontwrichting. Weg van platforms die alles te koop zetten, zelfs de waarheid, die steeds meer vloeibaar wordt in de digitale wereld.

Digitale paradox

We zitten collectief gevangen in een digitale paradox – zelfs deze krant moet haar kritische boodschap verkondigen via dezelfde platforms die ze bekritiseert. Dit benadrukt de moeilijkheid van het ontsnappen aan de greep van sociale media, zelfs voor degenen die zich ertegen verzetten. De vraag is niet óf overheden en burgers moeten vertrekken, maar wanneer. Hoeveel schade moet er nog ontstaan voordat we in actie komen? Wanneer kiezen we voor een internet dat niet langer ten koste gaat van de democratie? Want als wij het niet doen, wie dan wel?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next