Home

Ik bracht mijn volgende troef in stelling: het roepen van ‘nou ja!’

Bij het befietsen van een grote brug werd ik met agressief getoeter de voetgangersstrook op gedwongen. De Canta, want dat was het, scheerde rakelings langs mij heen, en ik riep ‘hé!’, want dat is het enige wat op zo’n moment in mij opkomt. Toch maakte dit de Canta-bestuurder boos, hij schold (onverstaanbaar, want van binnenuit de Canta) en ik bracht mijn volgende troef in stelling: het roepen van ‘nou ja!’.

Daarop gaf hij mij ‘de vinger’ en toen, beste lezers, toen brak er iets in mij. Boven op de brug gaf ik hem de vinger terug.

Te laat kwam ik erachter dat ik wanten aanhad.

De vinger geven met een want aan – dat voelt buitengewoon machteloos. Toch denk ik achteraf: had het hier maar bij gelaten. Maar nee. Ik bleek een persoon te zijn die, slingerend op de fiets, haar ene want uittrekt, om de Canta-bestuurder alsnog te geven wat hij verdiende.

Source: Volkskrant

Previous

Next