Home

Maakt mijn generatie niet een fout door de oude westerse elite van alles de schuld te geven?

Als kind werd ik door mijn moeder vaak meegesleurd naar de stadsbibliotheek. Vol enthousiasme rende ik het eeuwenoude pand in naar de stripboekenafdeling. Maar stripboeken waren uit den boze – mijn moeder vond ze niet literair genoeg. Na de onderhandeling bereikten we een compromis: voor elk serieus boek dat ik koos, mocht er één stripboek mee in het mandje. Nu ik erop terugkijk, doet het me denken aan de discussies die ouders tegenwoordig voeren over TikTok of filmpjes kijken in plaats van stripboeken lezen – maar dat terzijde.

Mijn moeder, na het opvoeden van mijn drie oudere broers een doorgewinterd strateeg, liet me weinig speelruimte. Dit compromis was het hoogst haalbare. Toch voelde het destijds als een verlies, omdat ik dat stripboek in een kwartier verslond en die boeken mij minstens een aantal dagen kostten.

Destijds wist ik de bibliotheek niet op waarde te schatten. Nu dank ik mijn moeder, omdat zij voor mij de deur heeft geopend naar een wondere wereld – een van dromen en nachtmerries, van avonturiers op zoek naar geluk maar ook vaak struikelend over ongeluk. Een wereld waar alle emoties van de mens worden geleefd en geleerd.

Over de auteur

Christiaan Pleijsier is ondernemer in Oeganda. In de maand januari is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

In een tijdperk van snelle, vluchtige beelden heb ik dankzij haar iets onbetaalbaars geleerd: de kunst van het geduld, de kunst om te verdwalen in een langzaam, dik boek. Die boeken hebben mijn hoofd gevuld met duizenden verhalen – verzinsels die, vreemd genoeg, steeds weer houvast bieden bij de echte uitdagingen in mijn leven.

Neem het verhaal van Ben du Toit in A Dry White Season. Een witte Zuid-
Afrikaan die zich verzet tegen het apartheidsregime. Als leraar strijdt hij
onvermoeibaar voor de rechten van zijn zwarte medeburgers in een verdeelde samenleving. Hij verliest alles – zijn carrière, zijn relaties en, ten langen leste, bekoopt hij het met zijn leven – om op te komen voor gerechtigheid. Hoewel zijn strijd eindigt in de dood, kun je je afvragen of het een verloren strijd was. Het succes van zijn missie wordt niet gemeten aan de uitkomst, maar aan de moed en toewijding waarmee hij zijn idealen heeft nagejaagd. Is er een groter doel dan te leven voor iets waar je alles voor over hebt? Het doel heiligt niet de middelen. De middelen zijn het doel.

Dit blinde geloof mis ik wel eens in mijn generatie. Het maakt niet uit wat het onderwerp is: klimaatverandering, Black Lives Matter, de oorlogen die woeden of een vriendengroep op de voetbalclub. Vecht voor het doel dat je je stelt! Nu benaderen we problemen vaak als een vrijblijvend keuzemenu, zoals we op een datingapp wat naar links en rechts swipen, of op onze telefoon langs filmpjes van boven naar onder scrollen.

Dat alles in combinatie met het onvermogen in te zien dat wij zelf bijdragen aan elk probleem. ‘Ik wil niet meer vliegen, maar de winter in Zuid-Afrika doorbrengen is toch wel heel comfortabel’. ‘Ik sta in het Nelson Mandela Park voor de BLM-protesten, maar ik wil wel graag wonen in Amsterdam-Zuid waar de scholen ‘veilig en fijn’ zijn.’ Of: ‘Ik maak mij zorgen over de opkomst van extreemrechts, maar toch kijk ik elke avond Vandaag Inside’. ‘De oorlog in Gaza is buitenproportioneel en moet écht stoppen maar, de politieke partij (die als een van de weinige écht) opkomt voor de Palestijnen is een partij voor immigranten.’

En dan, midden in deze zelfreflectie, word ik mij bewust van het immense
voorrecht dat wij in Europa hebben. Waar de strijd om het bestaan je niet elke minuut van de dag in haar greep houdt, waar ruimte is om te peinzen over problemen die je niet dírect raken. Hier, in Oost-Afrika, zie ik een zee van talent, van jonge, optimistische, briljante geesten met dromen en vuur, die dat voorrecht niet kennen. De luxe om te vechten voor een groter doel wordt overschaduwd door de harde eis van het dagelijks bestaan: zorgen dat er
vanavond eten op tafel staat.

Maakt mijn generatie niet een fout door de oude westerse elite van alles de schuld te geven? Zijn wij niet zelf het probleem, de schuldigen? Hebben sociale media en de consumptiemaatschappij ons gemaakt tot eendagsvliegen in een wereld van protest? Zijn de Ben du Toits van deze wereld uitgestorven?

Viktor Frankl beschrijft in zijn meesterwerk Men’s Search for Meaning drie wegen naar een betekenisvol bestaan. Eén daarvan lijkt naadloos verweven met het leven van Ben du Toit. Maar kunnen wij, de AI-generatie, de moed en toewijding opbrengen om het eigen lot te verbinden met een Grotere Zaak en ervoor vechten – onwankelbaar, tot het het bittere eind?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next