Na het opstappen van twee topbestuurders is de Royal Society of Literature (RSL), het Britse genootschap van schrijvers waarvan koningin Camilla de beschermvrouw is, afgelopen week in een nieuwe crisis beland. Directrice Molly Rosenberg en voorzitter van de Raad van Toezicht Daljit Nagra vertrokken nadat ze ervan waren beticht het niveau van het ruim 200 jaar oude genootschap naar beneden te halen.
Al jaren is het van oudsher deftige instituut het decor van interne twisten over diversiteit en vrijheid van expressie. Bij de met name oudere leden bestaan twijfels over de beslissing van het Koninklijke Instituut om na de Black Lives Matter-protesten van 2020 ‘minder elitair’ te worden, een beleid dat werd uitgevoerd door Rosenberg en Booker Prize-winnaar Bernardine Evaristo, de eerste zwarte president van het genootschap. Een jaar later werd ook de dichter Nagra bij dit progressieve beleid betrokken.
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland voor de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen.
Het streven was meer fellows uit etnische minderheidsgroeperingen, de lhbti-gemeenschap en van buiten Londen te verwelkomen. Om dit te bewerkstelligen konden ook mensen van buitenaf voortaan nieuwe leden voordragen. Voorheen was dat het voorrecht van bestaande leden. De voorwaarde dat een kandidaat-lid twee succesvolle boeken moet hebben geschreven kwam te vervallen, dit tot ongenoegen van onder meer oud-president Marina Warner. Het bekendste, en opmerkelijkste, nieuwe lid was de zanger Nick Cave, die in 2022 tot zijn vreugde een fellow werd.
Het was niet het enige punt van debat binnen het genootschap, dat met Thomas Hardy, George Bernard Shaw, W.B. Yeats, J.R.R. Tolkien en T.S. Eliot bekende alumni heeft. Zo kreeg het bestuur het verwijt Salman Rushdie niet genoeg morele steun te hebben gegeven nadat hij een oog had verloren bij een aanval van een islamist. Het duurde dagen eer het genootschap de auteur van De Duivelsverzen een koel blijk van medeleven gaf. Evaristo zei dat de RSL ‘onpartijdig’ moest blijven in deze.
Een jaar eerder weigerde het steun te verlenen aan schrijver Kate Clanchy, een lid van het genootschap, nadat ze van racisme was beticht. In haar autobiografische boek Some Kids I Taught and What They Taught Me, waarvoor ze de Orwell Prize kreeg, had Clanchy oud-leerlingen voorzien van beschrijvingen als ‘chocoladekleurige huid’ en ‘amandelvormige ogen’. Clanchy zag zich gedwongen van uitgever ter veranderen.
Rosenberg kreeg ook het verwijt dat ze de publicatie van een kritisch artikel over Israël in het huisorgaan Review had proberen tegen te houden. Onder meer de schrijvers Ian McEwan en Adam Hollinghurst bekritiseerden haar. Bij haar vertrek beweerde Rosenberg trots te zijn op wat er de laatste jaren is bereikt, zeker op het gebied van diversiteit.
Source: Volkskrant columns