Home

Het kabinet moet vanwege de inflatie op de economische rem trappen

Volgende week komt het officiële cijfer pas, maar de ‘snelle raming’ door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van de inflatie in december was 4,1 procent, ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. De hoge prijsstijgingen beginnen te wennen – en dat is slecht nieuws. Omdat de Europese Centrale Bank (ECB) Nederland niet kan helpen, is het kabinet aan zet. Het moet belastingen verhogen of uitgaven verminderen.

Nederland is, wat inflatie betreft, een uitzondering in Europa. Het Europese inflatiecijfer is van een piek van meer dan 10 procent in oktober 2022 na een reeks renteverhogingen gedaald tot rond de 2 procent. Het decembercijfer was 2,4 procent. Het (rente)beleid van de ECB is afgestemd op dat gemiddelde cijfer voor het hele eurogebied. Landen die (sterk) afwijken van het gemiddelde moeten hun eigen bonen doppen.

Vroeger kon dat met aanpassingen van de wisselkoers – maar die smaak bestaat niet meer. Landen moeten nu hun begrotingsbeleid aanpassen of wachten op het inzakken van de vraag uit het buitenland. Dat laatste is al aan de gang. Het saldo op de lopende rekening van Nederland loopt stevig terug. In 2022 overtrof de waarde van de Nederlandse export de importwaarde met 9,2 procent van het nationaal inkomen. Vorig jaar: 8,6 procent. En het Centraal Planbureau (CPB) voorziet voor de komende jaren een voortdurende afname richting 7,1 procent in 2028.

Hoe dat komt? Door de prijzen. Omdat in Nederland de prijzen stijgen, en dus de lonen omhoog moeten, de prijzen verder stijgen en de lonen verder omhoog moeten, stijgen de arbeidskosten per eenheid product. Voor mensen in het buitenland worden goederen en diensten uit Nederland zo duurder, en dus verschuiven ze hun vraag naar andere (Europese) landen. Daar is de inflatie lager; daar gaan de loonkosten minder hard omhoog; andere landen worden, verhoudingsgewijs, goedkoper.

Dit kan trouwens helemaal geen kwaad. Het grote overschot op de lopende rekening van Nederland was en is een belangrijke onevenwichtigheid. Die wordt nu kleiner. Maar het huidige kabinet gooit olie op het brandende inflatievuur – en dat is wél schadelijk.

Volgens de langetermijnraming van het CPB loopt het overheidstekort op van 2,4 procent in 2024 tot 3,9 procent in 2028. Dit is (naast al het andere) vooral een kabinet met een gat in de hand. De collectieve uitgaven stijgen van 44,6 procent afgelopen jaar tot 46,7 procent van het nationaal inkomen in 2028. Deze spendeerdrift van het kabinet creëert extra vraag naar mensen om met hun hulp extra goederen en diensten te kunnen produceren, en zet dus nog meer druk op loon- en prijsstijgingen. Méér inflatie.

Wat het kabinet zou moeten doen, is exact het omgekeerde. Namelijk: de vraag naar goederen, diensten en mensen in Nederland temperen, door belastingen te verhogen en uitgavenstijgingen af te knijpen. Mínder inflatie. Terug naar de Europese inflatie-pas, zodat het Europese rentebeleid ook voor Nederland weer passend is.

Welke belastingen moeten dan omhoog? Dat laat ik even in het midden. Maar kijk vooral naar (het afschaffen van) fiscale voordelen. Zo publiceerde het CPB vorige maand een evaluatie van het lage tarief in de vennootschapsbelasting. Dit kost 3 miljard euro per jaar. Welbestede euro’s? Nee, het is ‘beperkt doeltreffend en niet doelmatig’. Het fiscale voordeel komt ‘terecht bij bedrijven waarvoor het niet is bedoeld’. Da’s makkelijk geregeld.

Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next