Een maand na de val van het Al Assad-regime in Syrië neemt de internationale bezorgdheid over de toekomst van het land toe. Het is nog onduidelijk wie het land zal leiden. Hoe denkt de Syrische bevolking over deze ontwikkelingen?
Ruim een maand na de val van dictator Bashar Al Assad op 8 december is het nog altijd onrustig in Syrië. Momenteel lijkt het grootste deel van het land geregeerd te worden door de Syrische rebellenbeweging Hayat Tahrir al Sham (HTS), onder leiding van Ahmed Al Sharaa. Maar ook groepen zoals de Koerden, het Syrische Nationale Leger (SNA) en de Syrian Democratic Forces (SDF), alle drie geen officiële legers van het land, spelen een rol.
Volgens Syrië-expert Mohammad Kanfash van Universiteit Utrecht ligt de focus van het grootste deel van de Syrische bevolking niet direct op welke groepering het land gaat leiden. "Er heerst optimisme in Syrië", zegt hij tegen NU.nl. "Mensen zijn blij met de val van Al Assad en beseffen ook dat er veel uitdagingen zijn voor het land. Hun grootste zorg is het dagelijks leven."
"Het regime heeft het land gebroken achtergelaten", vervolgt Kafash. "Burgers maken zich vooral zorgen over zaken als elektriciteit en voedsel. De grootste zorg is misschien wel de verwoeste economie. Syriërs zijn vooral bezig met het nu, en niet met later."
Peshmerge Morad is Syrië-kenner in Nederland en ziet ook het optimisme in zijn thuisland, maar brengt ook een nuance aan. "Syriërs zijn optimistisch omdat de val van Al Assad de kans biedt om problemen te verhelpen. Zorgen over eten en elektriciteit waren er ook al toen de dictator nog aan de macht was. Die zijn niet opeens ontwikkeld na de val van zijn regime. Maar er lijkt nu eindelijk een kans te zijn om deze problemen bij de wortels aan te pakken."
Ondanks de focus op het dagelijks leven merkt Kanfash op dat veel Syriërs ook oog hebben voor de machtssituatie in het land. Syriërs merken volgens hem dat hun land veel aandacht krijgt in het buitenland, maar hun zorgen liggen momenteel dus niet bij de politieke situatie in het land. De inwoners van Syrië zijn vooral bezig met het opbouwen van hun persoonlijke levens.
Dat Syriërs momenteel nog weinig zorgen hebben over wie het land gaat besturen, betekent niet dat hier in de toekomst geen reden toe zal zijn. HTS-leider Al Sharaa zei eind vorig jaar dat de nieuwe grondwet nog drie jaar op zich laat wachten, en dat de verkiezingen een jaar daarna zullen plaatsvinden. Daarmee lijkt er nog lang geen einde te komen aan de onrust in Syrië. "Dat is zorgelijk", zegt defensiespecialist Patrick Bolder.
"Al Sharaa lijkt open te staan voor gesprekken met het Westen. Als we daar als Westen niets mee doen, dan bestaat de kans dat hij zich gepasseerd voelt en met andere partijen gaat praten. Denk bijvoorbeeld aan Rusland of de Verenigde Arabische Emiraten. Dan is het nog maar de vraag of hij van het land een eenheid kan vormen, omdat die landen niet direct het beste voor te lijken hebben met Syrië. Ze komen er eerder voor eigen gewin. Dat is niet wat het land en de bevolking op dit moment nodig hebben."
Syriëdeskundige Morad deelt deze zorgen. "Na Al Assads val beloofde de HTS-leider een tijdelijke regering tot 1 maart 2025, maar die lijkt nog jaren te blijven zitten. Ondertussen komen vertrouwelingen van HTS op belangrijke regeringsposities, vaak zonder de juiste expertise. Bovendien was HTS ooit met Al Qaida verbonden. Het is mogelijk dat één iemand deradicaliseert, maar een hele organisatie lijkt me een ander verhaal. De vraag blijft hoe echt die afsplitsing is."
De situatie in Syrië lijkt volgens Bolder in zekere zin op die in Libië. In 2011 leidde de Libische burgeroorlog, onderdeel van de Arabische Lente, tot de afzetting en dood van dictator Muammar Gaddafi. Hierna was de bevolking ook hoopvol en blij, maar al snel veranderde dit optimisme in jarenlange onrust in het land.
"Maar de situatie valt misschien wel het meest te vergelijken met die in Irak toen de regering van Saddam Hussein ten val werd gebracht in 2003", zegt Bolder. "Een groep landen, onder leiding van de Verenigde Staten, viel toen Irak binnen en zorgde voor de aftocht van de partij van dictator Saddam Hussein. Dat stortte Irak destijds eigenlijk in de afgrond, want niemand in dat land had ervaring met bureaucratie. Daardoor ontstond een burgeroorlog. Als we niet uitkijken, gebeurt straks hetzelfde in Syrië."
"Een terechte vergelijking", zegt Morad. "Als je de situatie in Syrië wil duiden, moet je ook kijken naar het verleden en dan zijn er zeker vergelijkingen te maken. Wat nog het meest overeenkomt, is de chaos die in alle drie de landen is ontstaan na de val van de dictator."
Source: Nu.nl algemeen