Met de zaak tegen de 80-jarige Hans D. lijkt justitie de jacht op Middel X nóg verder op te schroeven. Hij wordt verdacht van het aanzetten tot de zelfdoding van een 32-jarige vrouw – louter op basis van appverkeer.
‘Feest is het als je ogen definitief gesloten zijn en je adem voorbij’, schrijft de 80-jarige Hans D. in november 2021 aan de 32-jarige vrouw uit Bodegraven met wie hij al dagen intensief WhatsApp-contact heeft. Vanaf zijn vakantiebestemming op Gran Canaria communiceert hij met haar over haar wens om uit het leven te stappen door het gebruik van Middel X.
Op het moment dat zij denkt dat ze het niet meer aankan, schrijft hij: ‘Jawel, jij gaat dit volhouden, want je bent een sterke vrouw. Je hebt veel geleden. Maar er is licht aan het eind van de tunnel: eeuwige rust.’
In de rechtbank van Den Haag kijkt D. ruim drie jaar later bedrukt maar strijdbaar voor zich uit. Met zijn appberichten probeerde D. de vrouw mentale ondersteuning te geven, verklaart hij deze vrijdagochtend. Maar het zijn juist deze appjes waarmee hij nu om de oren wordt geslagen: D. wordt verdacht van het aanzetten tot en het bieden van hulp bij zelfdoding. Achttien dagen na hun eerste contact overleed de 32-jarige vrouw, na inname van het zelfdodingspoeder. In een afscheidsbrief schreef zij dat ze geen andere weg meer zag.
Het is de vijfde zaak rond Middel X, maar voor het eerst draait de zaak niet om verstrekking van zelfdodingsmiddelen: D. had enkel appcontact met de vrouw. Dat de bejaarde D. wordt beschuldigd van het aanzetten tot zelfdoding is daarbij nagenoeg uniek. Als D. schuldig wordt bevonden, is hij de eerste persoon in Nederland ooit die hiervoor zou worden veroordeeld.
Buiten hebben zo’n twintig leden van Coöperatie Laatste Wil (CLW) al laten weten hoe ze over de zaak denken. Belachelijk en doodeng vinden ze het dat D. wordt vervolgd – louter op basis van appverkeer. ‘Het lijkt hier China wel’, zegt een van hen. Zij zien in de zaak het bewijs dat justitie haar jacht op CLW nóg verder opschroeft.
In de kern draait de zaak om de vraag: wat valt precies onder aanzetten tot zelfdoding? Volgens het Openbaar Ministerie maakt het niet uit dat de vrouw al dood wilde – ze probeerde een pistool te bemachtigen en kocht zelf een ander zelfdodingspoeder – voordat ze D. benaderde. ‘Ook het aanmoedigen van een al bestaand voornemen kan aanzetten tot zijn.’
De vrouw kwam met D. in contact via CLW, waar hij als ‘raadgever’ fungeerde. Zij vroeg D. of hij Middel X wilde leveren, maar hij weigerde. Toen ze er zelf in slaagde het middel te bestellen, gaf hij haar meerdere praktische adviezen. Ook schetste hij dat de dood met Middel X meestal een ‘voortreffelijk verloop’ kende. ‘Het proces verloopt pijnloos en zonder krampen en benauwdheid’, schreef hij. ‘Prachtig toch?’
Een paar dagen na haar zelfdoding ontving haar moeder een brief van Hans D., waarin hij vertelde over zijn contact met haar. ‘Zij had zich volledig vastgebeten in een onwrikbare wens om het leven los te laten’, schreef hij.
In de rechtszaal vraagt de rechter hoe hij zo zeker wist dat haar doodswens vaststond. ‘Dat wist ik niet’, zegt D. ‘Dat is gebaseerd op háár woorden.’
De rechter: ‘Kun je via WhatsApp vaststellen dat iemand een echte doodswens heeft?’
D: ‘Nee. Dat was ook niet mijn doel. Ik heb het aangehoord en haar informatie gegeven.’
Maar volgens justitie ging het om meer dan informatie, volgens haar waren het instructies. ‘Het is de vraag of het de vrouw, zonder hulp van verdachte, was gelukt de zelfdoding uit te voeren.’
De rechter beschrijft hoe D. in zijn apps zegt: ‘Geef de strijd niet op’, ‘Je weet dat de oplossing onderweg is’ en ‘Ga maar liggen, goede reis gewenst’. ‘Als zij nog twijfelde’, vraagt de rechter, ‘wordt ze hier dan niet aangemoedigd?’ D. bestrijdt die suggestie. ‘Die fase was ze allang voorbij’, zegt hij. Hij zegt dat hij handelde vanuit de overtuiging dat iedereen vrij is om eigen keuzes te maken. ‘Ik heb haar op geen enkele manier aangemoedigd. Ik heb haar ook niet tegengehouden; in wezen ben ik een tegenstander van suïcide. De CLW is geen suïcidesociëteit.’ Zijn advocaat vult aan dat het telkens de vrouw was die het initiatief nam tot contact en dat D.’s appberichten vooral een reactie waren op haar uitingen. Hij omschrijft dit als respectvolle gevoelsreflecties. ‘Haar wens werd niet gehoord’, zegt hij. ‘Mijn cliënt heeft haar wens wél gehoord en daarop gereageerd.’
De rechter leest een bericht voor waarin D. beweert dat haar zelfmoord geen onbezonnen daad zou zijn. Nam hij hiermee haar laatste twijfels weg? ‘Het zijn best heftige woorden’, zegt D. ‘Als ik dat zo hoor denk ik: poe, heb ík dat geschreven?’
De rechter houdt hem voor dat hij haar weg hield bij hulp. ‘Het lijkt me niet moeilijk om de ggz buiten je plannen te houden’, aldus een van de berichten. Maar volgens zijn advocaat is dat maar ‘de helft van het verhaal’, D. verwees haar eerder juist wel naar de huisarts en de ggz.
De vrouw was volgens haar familie kwetsbaar en instabiel. Zij had een laag IQ, een bipolaire stoornis, leed aan psychoses en nam ooit een overdosis. D. wist aanvankelijk niet van haar psychiatrische voorgeschiedenis, zegt hij. ‘Hoe kijkt u erop terug?’, vraagt de rechter. ‘Vreselijk’, zegt D. ‘Ik had gehoopt dat het nooit gebeurd was.’
De rechter: ‘Had u het anders willen aanpakken?’
D: ‘Als ik meteen had geweten dat het een jong persoon was met een psychiatrische achtergrond, had ik het contact niet tot ontwikkeling laten komen.’
Justitie meent dat aanzetten tot zelfdoding een ernstiger vergrijp is dan hulp bieden. ‘Hij beperkte haar ruimte om van inzicht te veranderen en nam bij tijd en wijlen de regie.’ Het leidt tot een zware eis: 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 7 voorwaardelijk. De uitspraak is op 24 januari.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant