Home

Familieleden waren lang niet altijd fout, blijkt in het oorlogsarchief: ‘Ik ben gekomen om de naam van mijn vader te zuiveren’

De studiezaal van het Nationaal Archief zit al een week vol met bezoekers die in het collaboratie-archief willen uitzoeken wat hun familieleden fout hebben gedaan. Vaak blijkt er weinig aan de hand: ‘Dit veroorzaakt onnodige stress.’

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.

De vuistdikke map die de burgemeesterszoon woensdagmorgen in de studiezaal uit de archiefdoos haalt, brengt hem toch even van zijn stuk. ‘Ik hield van mijn vader. Wat ik hier ga vinden, kan niet tegenvallen’, had hij vooraf gezegd. Maar nu liggen er zoveel documenten. Is het dan toch foute boel?

Het blijkt een verzamelmap. Tussen de stukken van 43 andere Zeeuwen vindt de zoon, die niet met zijn naam in de krant wil uit vrees om met collaboratie te worden geassocieerd, het naoorlogse dossier van zijn vader.

Inhoud: een klein rood legitimatiebewijs van Winterhulp Nederland, een door de bezetter opgerichte liefdadigheidsinstelling. Met die organisatie had zijn vader, als 17-jarige leerling-ambtenaar, kennelijk te maken toen andere maatschappelijke organisaties werden verboden. Op de lege envelop van de Politieke Recherche staat met grote letters ‘GNO’: geen nader onderzoek. Na tien minuten levert hij de archiefdoos weer in.

Vrees voor ontdekkingen

Achter een kop koffie vertelt de man dat zijn zoon niet had geslapen toen hij vorige week de naam van opa ontdekte op de lijst met collaboratieverdachten. Zijn opa, die na de oorlog burgemeester was geworden en was geridderd. ‘Het doet pijn om hem nu op de lijst te zien staan. Daar moet hij vanaf.’

De studiezaal in Den Haag zit vol sinds het Nationaal Archief vorige week het register online zette met de namen van de ruim 400 duizend mensen die voorkomen in het archief over de naoorlogse rechtspleging. Tientallen belangstellenden buigen zich woensdag aan lange tafels over dossiers van familieleden. Wat ze lezen, blijkt veel vragen op te roepen. En emoties.

In de garderobe vertelt een vrouw dat ze nu pas begrijpt waarom er na de oorlog over haar doodgeschoten opa is gezwegen, en waarom haar oma geen contact had met zijn familie. Ze heeft zojuist in de dossiers gelezen dat ze allemaal bij de NSB zaten. ‘Nee, dat viel niet mee’, zegt ze. ‘Ik ga dit thuis eerst eens op een rij zetten.’

Tranen en opluchting

Leendert Kroonen heeft in de studiezaal met zijn moeder zitten huilen toen ze de dossiers van hun familieleden inkeken. De angst die hen de afgelopen dagen had bekropen, is verdwenen. De zo geliefde stiefopa was na de oorlog opgepakt omdat hij twee bij de familie bekende vluchtelingen onderdak had geboden. Het bleken SS’ers. Opa was na vier dagen alweer vrijgelaten.

Het oorlogsdossier van een nicht bevatte slechts een A4’tje waarin zij verklaarde waarom ze van haar man, een overtuigd nazi, was gescheiden ‘daar deze in Duitschland omgang had met andere vrouwen’ en haar ‘nimmer huishoudgeld stuurde’.

Weer een ander familielid was onterecht beschuldigd van zwarthandel en had met zijn bedrijf juist onderduikers geholpen. Een vierde, een Joodse man die in onderduik overleefde, was na de oorlog opgepakt. Hij had een revolver van een kennis aangenomen.

Bij Kroonen heeft de emotie na een lange dag lezen plaatsgemaakt voor irritatie. ‘Ik ben vóór openstelling van het archief’, zegt hij. ‘Maar de vorm waarvoor nu is gekozen, vind ik zeer ongelukkig.’ Het was de bedoeling dat alle dossiers online zouden komen, maar dat is vanwege privacybezwaren opgeschort. Nu is er alleen een online-cartotheek. Wie meer wil weten, moet naar Den Haag.

Het Nationaal Archief heeft inmiddels de woordkeus op de website aangepast: het woord ‘collaboratie’ is geschrapt. Er wordt nu ook vermeld dat er slachtoffers en getuigen in de kaartenbak voorkomen. Maar de toon is gezet, zeggen de bezoekers van de studiezaal: de lijst staat te boek als een register van collaboratieverdachten. Kroonen: ‘Dat veroorzaakt onnodige stress en geroddel.’ Daarom wil ook niemand de naam van de familieleden in de krant hebben.

De verdwijning van opa

Ook voor journalist en schrijver Jeroen Trommelen is het bezoek aan het archief woensdag onbevredigend, maar dan om een andere reden. Zijn opa Antoon Trommelen werd in juni 1944 gearresteerd door de Sicherheitspolizei en vermoord in een Duits concentratiekamp. Tachtig jaar later heeft de familie nog altijd geen idee waarom Antoon werd opgepakt.

Trommelen schreef een boek over de verdwijning van zijn opa, deed uitgebreid archiefonderzoek en vond uiteindelijk een summiere verwijzing: een opmerking van NSB’er Peijs, die aan het einde van de oorlog, om te ontkomen aan straf, was gaan samenwerken met het verzet: ‘Die Trommelen kon ik niet meer redden’, had hij gezegd.

Na vier uur lezen, met een snelle boterham tussendoor, staat Trommelen weer buiten, niet veel wijzer. Het dossier van de NSB’er blijkt onvolledig. Hij is in 1946 door het tribunaal in Den Bosch tot zeven jaar internering veroordeeld, maar zijn eigen verklaring in die zaak ontbreekt.

‘Niet waar ik voor kwam’

Trommelen heeft, nu hij er toch is, ook het dossier van opa’s achterneef en naamgenoot gelezen. Die confisqueerde huizen van Joden en handelde zwart. ‘Het onderscheid tussen goed en fout, verpersoonlijkt in twee mannen met dezelfde achtergrond, dezelfde naam. Maar dat is allemaal niet waar ik voor kwam.’

Tegen 3 uur komt de 82-jarige zoon van een Amersfoortse parfumeur, zwaar leunend op zijn wandelstok, de hal van het archief binnen. ‘Ik ben gekomen om de naam van mijn vader te zuiveren’, zegt hij.

Het dossier bevat allerlei informatie: brieven van de buren, het verslag van een verhoor, informatie over een telefoonaansluiting. Het ouderlijk huis lag naast kamp Amersfoort en was in de oorlogsjaren geconfisqueerd door de kampcommandant. Dat verklaarde de Duitse auto’s voor de deur en de cadeaus die werden bezorgd, concludeerde de Politieke Recherche na de bevrijding. De parfumeur werd buiten vervolging gesteld.

De zoon schudt het hoofd over de laster in het dossier. Toen zijn moeder in 1944 overleed, had een SS-delegatie tijdens de begrafenis een krans gelegd. Daar had een plaatsgenoot melding van gemaakt. ‘Mijn vader heeft die krans in het bos gegooid, de familie is zelfs nog bang geweest voor repercussies.’ Maar dat staat allemaal niet in het dossier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next