Deze week vijf jaar geleden overleed in China de eerste persoon aan COVID-19. Hoe dat virus precies naar de mens is overgesprongen, is nog altijd niet definitief vastgesteld. "Het onderzoek is in politiek geharrewar geëindigd", zegt viroloog Marion Koopmans.
Eind december 2019 werd de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïnformeerd over opmerkelijke longinfecties bij inwoners van China. De oorzaak van de infecties was toen niet bekend. Wel leken alle gevallen verbonden met de dierenmarkt Huanan in Wuhan.
Al kort na de uitbraak gingen verhalen rond over hoe het coronavirus bij de mens terecht was gekomen. De WHO probeerde al snel een onderzoek op te zetten naar de ontwikkeling van het virus, maar het duurde uiteindelijk een jaar voordat buitenlandse deskundigen naar China mochten reizen.
In januari en februari 2021 werd een eerste onderzoeksmissie uitgevoerd, waarbij een onderzoeksteam van zeventien internationale wetenschappers Wuhan bezochten. Eén van de wetenschappers was de Nederlandse viroloog Marion Koopmans van het Erasmus MC.
De onderzoekers bezochten onder meer de dierenmarkt in Wuhan. Na de reis concludeerden de wetenschappers dat de dierenmarkt inderdaad een belangrijke rol had gespeeld in de verspreiding van het coronavirus.
"Het virus is vooral gevonden in een bepaalde hoek van de markt, waar dieren ook levend aanwezig waren", zegt Koopmans. Dat is achterhaald door sporenonderzoek op tafels en vloeren van de markt. Op die manier is vastgesteld dat de merkt een centrale rol had aan het begin van de pandemie. Als het virus al eerder in Wuhan was geweest, waren over de hele markt virussporen gevonden.
Maar wat nog niet duidelijk is, is hoe het virus op de markt terecht is gekomen en oversprong van dieren op mensen. "We weten dat de variant met de meeste overeenkomsten met COVID in vleermuizen is gevonden", zegt Koopmans. "Maar er zit nog wel afstand tussen dat virus en het coronavirus dat onder mensen rondging." Het virus is in de tussentijd gemuteerd.
Zo is niet duidelijk of een vleermuis de mens heeft besmet, of dat dat via een tussendier is gegaan. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook bij het SARS-virus in 2003, dat verwant is aan corona. "Toen waren civetkatten de 'verdachte' tussendieren", zegt viroloog Eric Snijder van het LUMC. "Die waren besmet door het virus en leefden dichter bij de mens, omdat ze op dierenmarkten werden verhandeld en in de keuken werden gebruikt." Dat mogelijke tussendier van COVID is dus nog niet gevonden.
De onderzoekers onderzochten ook andere scenario's. Een daarvan was de mogelijkheid dat het virus uit een laboratorium was vrijgekomen, al dan niet per ongeluk. In het Wuhan Instituut voor Virologie werd veel onderzoek naar SARS-virussen gedaan: dat was een belangrijke voedingsbodem voor de 'labtheorie'.
De theorie ging al snel na de uitbraak van COVID-19 rond en werd onder meer aangewakkerd door Donald Trump, die toen de president van de Verenigde Staten was. Hoewel de meeste wetenschappers het niet als waarschijnlijkste optie zagen, werd de optie meegenomen in het onderzoek: de onderzoekers wilden alle mogelijkheden in beschouwing nemen.
De onderzoekers van het WHO concludeerden dat het niet waarschijnlijk was dat het virus uit een laboratorium was ontsnapt. "We hebben met de wetenschappers uit het laboratorium gesproken over hun veiligheidsprocedures en hebben het ook gehad over ziekmeldingen", zegt Koopmans.
"Het was inderdaad geen politiebezoek met inbeslagnames. Dat is waar tegenstanders van zeggen: je bent voor de gek gehouden. Dat zou kunnen, maar dan was het een heel knap rookgordijn. We hebben met zoveel mensen gesproken en zoveel gegevens van veel verschillende studies bij elkaar gelegd. De meeste info wijst echt naar besmetting van dier op mens."
Het lastige in het weerleggen van de labtheorie is dat je heel moeilijk kan bewijzen dat iets niet is gebeurd. "Dat is koren op de molen van mensen die er belang bij hebben dat soort theorieën intact te houden", zegt Snijder. "Dat is gevaarlijk. Daarmee wordt geprobeerd argumenten te ondermijnen om ons voor te bereiden op een volgende virusuitbraak."
Die optie moeten we volgens Snijder namelijk serieus nemen. "In zeventien jaar is er drie keer een virus van dier op mens overgesprongen. Daar mag je enig belang aan verbinden."
Na de reis adviseerden de wetenschappers van het WHO om meer studies te doen die verder teruggingen in de tijd. Zo moest worden achterhaald hoe het virus via de dierenmarkt bij de mens kwam.
"We zagen dat de markt aanvoer had van dieren uit heel China en zelfs van buiten China", zegt Koopmans. Daarom adviseerden de onderzoekers om langer dan gebruikelijk de bloedmonsters in bloedbanken door het hele land te beweren. Deze konden dan worden onderzocht op mogelijke besmettingen, als er in een regio een vermoedelijke uitbraak was. Uit virusonderzoek bleek namelijk dat de verspreiding van het virus de tweede helft van november was gestart.
Ook onderzoek bij boerderijen en fokkerijen kon duidelijk maken wat de echte eerste besmettingshaard was. Het was immers niet duidelijk of alle besmettingen in China terug te leiden waren naar Wuhan. Misschien waren sommigen ook besmet geraakt door een virus dat helemaal niet in Wuhan was geweest.
Van een tweede onderzoeksmissie is het niet meer gekomen. "De publieke verwachting was ontstaan dat onze reis meteen duidelijk zou maken wat er was gebeurd", zegt Koopmans. "Maar wij zagen de studie als stap één in een proces van meerdere opeenvolgende studies."
Een volgende studiereis kwam er niet meer. "China werd na onze reis door met name Amerika aangesproken dat ze te weinig deden en deelden. Daar is een hoop gedoe over ontstaan, waarna China de deur heeft dichtgegooid. Het is eigenlijk in politiek geharrewar geëindigd.
Source: Nu.nl algemeen