Dag na dag, uur na uur, bij storm en sneeuw houdt nog steeds de vlaggenwacht stand voor de Russische ambassade. Die stelt zich teweer met opgetrokken hekken en blinderingen, maar ontkomt niet aan het uitzicht: banieren voor Oekraïne, bewaakt door vastberaden vrijwilligers verzameld in een appgroep met honderdtachtig leden.
Degene die ik er als eerste tref stamt uit de vredesbeweging die ooit groot was in Nederland, maar nu lijkt verdwenen. Het is weer oorlog op alle fronten. De waker wandelt wat tegen de kou, haar dienst is van twee tot drie; de ambassade houdt zich blind maar hoe dan ook zien ze elke dag die vlaggen: ‘het stelt toch een vraag’.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De buurt is gewend geraakt aan het protest, maar de mensen mogen niet gewend raken aan de oorlog, zegt ze, ook al duurt-ie nu bijna drie jaar. ‘De aandacht ervoor neemt wel wat af’, ook daarom waakt ze bij de vlag.
Aan de andere kant van de stad, in het politieke hart van het land, gaat het alweer gretig over terugsturen. Van Syriërs uiteraard, ook al wordt nu pas duidelijk welke oorlogshel ze zijn ontvlucht, maar ook van Oekraïeners: wegwezen zodra het kan. Minister Keijzer zegt dat je in het land gewoon kunt skiën.
Van minister Faber bewaarde ik wat woorden, eind augustus opgetekend door het ANP, die niet alleen de harteloosheid onderstrepen van het landsbestuur maar ook het egoïsme waarin het wortelt. Soepel koppelde ze de oorlog in Oekraïne aan de onze. ‘In 1945 lag heel Nederland plat’, zei ze, ‘toen heb ik geen Nederlander weg zien gaan. Wat hebben ze toen gedaan, de Nederlanders? Ze hebben allemaal de mouwen opgestroopt.’ Laat de Oekraïners er voorbeeld aan nemen: er is ‘keihard gewerkt om Nederland op te bouwen’.
Je hoeft geen historicus te zijn om de onzin te ontwaren, maar dit kabinet is vooral bezig zichzelf in de lucht te houden en daarom spreekt niemand haar tegen: mijn geschiedenis klopt.
De Oekraïense vlag is 20 meter lang en zo ontworpen dat-ie tussen twee bomen past. Het is de derde al, zegt Frans van der Grint, en ook deze is verbleekt door de weersomstandigheden. Na het uitbreken van de oorlog fietste hij langs de kale dranghekken voor de ambassade, bestelde tien vlaggen om er op te hangen, en weer tien toen ze verdwenen (‘dat hadden de Russen gedaan’).
Inmiddels mogen ze van de gemeente blijven hangen zolang er maar iemand bij staat, want dan is het een demonstratie. ‘Ik ben helemaal niet zo’n activist’, zegt hij, maar het is nodig. ‘Dit is een signaal naar de Russen maar ook naar de Oekraïeners.’
En naar de Nederlanders. ‘We kunnen niet onverschillig zijn. Het is een serieuze oorlog op vakantie-afstand met dagelijks duizenden slachtoffers, ook aan Russische kant. Als je het daarmee vergelijkt, welke problemen hebben wij dan eigenlijk in dit land?’
Andere oorlogsproblemen: in de schaduw van de Tweede Kamer is de studiezaal van het Nationaal Archief volgeboekt door mensen die willen begrijpen wie ‘fout’ was en wie ‘goed’, tachtig jaar geleden. Het verleden is daar heden.
Een van de eerste stukken die ik schreef voor deze krant, in 1996, ging over de vraag of er nog wel toekomst was voor het RIOD, nu NIOD, dat de Tweede Wereldoorlog onderzocht. Daar was toen twijfel over. Het antwoord is 29 jaar later te vinden in de commotie over het oorlogsarchief, maar ook in de Kerstdrukte van het Fries Verzetsmuseum, of in museum Bevrijdende Vleugels dat een ‘winter war event’ hield met ‘living history-acteurs’: ‘Herbeleef de erbarmelijke bikkelharde WW2 winterdagen zelf op unieke wijze.’ ‘Eindig je bezoek bij onze gaarkeuken.’
Alle ogen op de eigen oorlog, misschien wel om die andere niet te zien.
De wisseling van de vlaggenwacht bestaat uit twee mensen die uit Rijswijk komen fietsen; ze staan hier sinds een jaar twee uur per week. Ze hebben tijd, zeggen ze, ‘dan kun je die maar beter nuttig besteden’.
En elke avond vouwen vrijwilligers de banieren op, en nemen ze in tassen mee naar huis, om ze de volgende dag weer op te spannen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns