Internationale wetenschappers hebben na tien jaar boren in Antarctica een ijskern van bijna 3 kilometer naar boven gehaald. Die ijskern kan belangrijke informatie onthullen over het klimaat. Mogelijk kunnen de wetenschappers daarmee een eeuwenoud mysterie oplossen.
IJstijden komen en gaan in de lange geschiedenis van de aarde. Maar ongeveer een miljoen jaar geleden wisselden de ijstijden zich opeens minder snel af. De cycli vertraagden van eens in de 41.000 naar eens in de 100.000 jaar. "We weten eigenlijk niet waarom dat gebeurd is", zegt klimaatwetenschapper Roderik van de Wal van de Universiteit Utrecht.
Al een eeuw lang vragen wetenschappers zich af wat er een miljoen jaar geleden precies gebeurde. Maar nu komt het antwoord "heel erg dichtbij", zegt Van de Wal. De ijskern vormt "de ontbrekende sleutel" die meer kan vertellen.
De klimaatwetenschapper is gespecialiseerd in ijsonderzoek en is een van de vier Nederlanders die betrokken zijn bij het internationale onderzoek. "Dit is een enorme operatie waar twaalf landen bij betrokken zijn." Van de Wal werkte vooral aan "theorievorming".
De afronding van het onderzoek op Antarctica is volgens hem al een mijlpaal op zichzelf. "Na tien jaar inspannen is nu de bodem van Antarctica bereikt. Dat is al een prestatie van formaat." De wetenschappers konden maar een paar maanden per jaar boren. "Daarna moet je de boel weer opruimen omdat het te koud wordt."
Het was een technologisch hoogstaande operatie, waarbij de wetenschappers in ploegendienst werkten om het ijs voorzichtig naar boven te halen. De boor die ze gebruikten is te vergelijken met een soort enorme appelboor. Daarmee konden ze steeds een stuk van 4 tot 5 meter ijs oogsten.
"De druk in het ijs is enorm hoog", benadrukt Van de Wal. De wetenschappers moesten voorkomen dat het gat dichtgedrukt zou worden. Daarnaast moest de apparatuur de extreme temperaturen aankunnen. "-40 graden is een normale temperatuur daar", zegt de klimaatwetenschapper. "Er is een hoop elektronica die dat niet prettig vindt."
Nu het ijs geoogst is, wordt het in kleinere stukken gezaagd. "Het gaat eerst per slee naar de rand van het continent en uiteindelijk per boot naar Europa." Om het ijs goed te houden, moet het continu tot -50 graden worden gekoeld.
In Europa begint het volgende deel van het onderzoek. Toch moeten we nog even wachten om erachter te komen of deze ijskern het eeuwenoude ijsmysterie zal oplossen. "Over twee jaar zijn al die analyses ongeveer uitgewerkt", verwacht Van de Wal.