Home

Mannen en 55-plussers leven relatief vaak in de 'sociale marge'

Mannen en 55-plussers leven relatief vaak in de zogenoemde sociale marge. Zij scoren laag op het gebied van participatie: ze hebben minder sociaal contact en minder politieke inspraak. Ook hebben ze minder vertrouwen in instituties en anderen.

Ook mensen uit de laagste inkomensgroep en mensen met een vmbo- of vergelijkbaar opleidingsniveau behoren naar verhouding vaker tot de sociale marge. Mensen die net als hun ouders in Nederland zijn geboren, belanden relatief minder vaak in de sociale marge dan mensen die zelf, of van wie de ouders buiten Nederland zijn geboren, meldt het CBS.

Het doel van het onderzoek is niet om te meten hoeveel mensen in de sociale marge leven, maar om in beeld te krijgen om welke groepen het gaat. Het CBS heeft gekeken naar de 25 procent van de bevolking die het minst participeert en de 25 procent die het minste vertrouwen in instituties en de medemens heeft. De mensen die tot beiden groepen behoren, leven in de sociale marge. Door deze groep in beeld te krijgen, kan beleid worden gemaakt.

Er zijn verschillende oorzaken dat mensen in de sociale marge terechtkomen. Als het voor iemand lastig is om brieven van de overheid te lezen of als iemand onterecht als fraudeur is aangemerkt, kan het vertrouwen in instanties dalen. Een slechte gezondheid, financiƫle problemen en een gebrek aan een sociaal netwerk kunnen het moeilijk maken om mee te doen in de samenleving.

De gemiddelde scores op het gebied van participatie en vertrouwen zijn sinds 2017 redelijk gelijk gebleven. De coronajaren vormden een uitzondering: het vertrouwen in instituties piekte in 2020 en 2021. Dat kan te maken hebben met het zogenoemde rally around the flag-mechanisme: tijdens een crisis heeft men behoefte aan zogenoemde vaste ankers. Daar kunnen instituties als de politiek, rechters en het leger onder vallen.

Na de coronajaren daalde het vertrouwen in de instituties juist weer tot het niveau van voor de pandemie, en in sommige gevallen nog verder. Zo was het vertrouwen in de Tweede Kamer in 2022 en 2023 maar respectievelijk 30 en 29 procent, vergeleken met 53 en 42 procent in 2020 en 2021. In de jaren daarvoor lag het gemiddelde op 40 procent.

Opmerkelijk is dat eenzelfde onderzoek van het CBS in 2017 uitwees dat er toen geen verschil zat tussen de hoeveelheid mannen en vrouwen in de sociale marge.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next