Het kabinet wil de pabo-opleiding aanpakken. Studenten kunnen straks kiezen of ze zich willen specialiseren in lesgeven aan jonge óf oudere kinderen, wat moet leiden tot meer mannen voor de klas. Maar deskundigen vermoeden dat dit het lerarentekort juist gaat vergroten.
Het kabinetsplan staat ook wel bekend als 'de splitsing van de pabo'. Het is mede gebaseerd op het idee dat mannen zich meer aangetrokken voelen tot het lesgeven aan de bovenbouw. Mogelijk stoppen meesters omdat de onderbouw ook in de lesstof zit.
Door studenten de kans te bieden alleen aan hun favoriete groepen les te geven, vergroot je het aantal leraren. Dat hopen staatssecretaris Mariëlle Paul (Funderend Onderwijs) en minister Eppo Bruins (Onderwijs).
Maar onderwijsdeskundigen zien vooral beren op de weg. Ze benadrukken dat er al een specialisatie bestaat in de opleiding, vanaf het tweede of derde jaar. Daarvoor lopen de leraren in opleiding wél stage in alle klassen.
"Dat is belangrijk, want dan pas ontdekken ze of iets bij hen past", stelt Jolien Mouw. "De meeste paboleerlingen zijn tussen de zestien en achttien jaar wanneer ze beginnen. Dan weten ze nog niet goed wat ze willen. Bij een brede opleiding ontdekken ze dat. De kleuterstage kan een eyeopener zijn voor mannen."
Han Bakker zag in haar twintig jaar in het onderwijs flink wat mannelijke pabostudenten de kleuterklas "ontdekken". Volgens haar verwachten veel mannen dat het spelletjes spelen wordt en ze 'oppas' zijn, mede door hoe de media erover berichten.
"Maar door ervaring leren ze vaak hoe leuk het is én hoe lastig beginnende pubers in groep 7 en 8 kunnen zijn. Je moet organisatorisch en inhoudelijk sterk zijn."
Mouw beaamt dat. "Je leert andere dingen, zoals ogen in je achterhoofd hebben en hoe je iets overbrengt. Je ontneemt iemand een kans dit te leren als je dit weghaalt uit de opleiding."
De deskundigen zien nog twee problemen: de inzetbaarheid en deskundigheid van leraren. "Leraren moeten met elkaar kunnen ruilen en elkaars klassen kunnen opvangen", stipt Cornee Hoogerwerf aan.
Volgens Mouw bellen scholen in de ochtend vaak rond om een leraar voor de klas te krijgen. "Maar met een beperkte bevoegdheid vallen die leraren vaak af", zegt ze. "Dat kan je ook tegenwerken bij een sollicitatie."
Bovenbouwleraren zouden ook onvoldoende kennis opdoen over het gehele leertraject. Bakker: "Om een kind in groep 7 of 8 te begrijpen, moet je ook weten hoe hun leerproces in de klassen daarvoor verliep. Daar bouw je op."
Hoogerwerf sluit zich daarbij aan. "Leraren kunnen beter meedenken met het onderwijs als ze kennis van de complete leerlijn hebben, van groep 1 tot en met 8."
De PO-Raad noemt de pabosplitsing een "zeer ingrijpende wijziging". "En dat terwijl er geen garantie is dat dit zorgt voor meer instroom", zegt Hoogerwerf.
Mouw noemt het idee dat mannen liever lesgeven aan de bovenbouw achterhaald. "Op de pabo hebben we veel vrouwen, die willen niet allemaal kleuterjuf worden. Daarnaast zijn er ook genoeg mannen die willen lesgeven aan het jonge kind."
Volgens de (oud-)docenten is er sprake van een imagoprobleem rond de lagere klassen. Mannen zouden niet pas tijdens de stage hoeven te ontdekken dat kleuterklassen bij ze passen. Dat kan ook al vóór de start van de opleiding, bepleit het tweetal.
Betere voorlichting en campagnes zien ze daarvoor als oplossing. Bakker: "De status van het beroep moet verbeterd worden."
Daarnaast pleit Bakker voor meer vrijheid als leraar. Ze wil dat scholen methodes meer loslaten en meer overlaten aan de creativiteit van de leraar. "Dat ze kunnen spelen met de leerstof en er minder 'moet'."
Source: Nu.nl algemeen